Kings Will - Life or death - RP

正在查看此主题的用户

Terwijl Aramos de mannen bruut aan het afmaken was, wierp hij zijn linker kortzwaard naar de zwaardvechter van dichtbij, die geschokt achterover viel. De leider trok zijn tweehandige zwaard en wou snel Aramos van achtere aanvallen. Echter stopte hij, want een schicht zorgde ervoor dat hij stopte. Als hij was door gegaan, dan zou hij een gat in zijn lichaam hebben gehad. Richard keek met een dodelijke kille blik naar de man en liep op hem af. Zijn rechter kortzwaard knetterde toen de bliksem het omgaf en leek te roepen naar de bloed van de man. De man vloekte wat in de taal en Aramos keek razend naar de man. Het zand kwam omhoog en wou zich naar de man begeven, maar Richard riep naar Aramos : ''Nee! Hij is mijn tegenstander!''

De gemaskerde man stormde op Richard af en wou uithalen. Echter stopte hij en liet hij zijn tweehandige zwaard vallen. Een lichtstraal doorboorde de man zijn buik. Richard liet zijn kortzwaard op zijn schouder leunen en wees met zijn wijs en middelvinger naar de man zijn buik. De bliksem knetterde fel en toen het verdween, zakte de man in elkaar en viel op zijn rug. Hij probeerde wanhopig naar adem te happen, maar bij elke ademhaling werd zijn pijn erger en verloor hij bloed. Richard boog zich over de man heen en keek hem fell aan.
''Waarom zijn jullie achter ons aan gestuurd?'' Richard had allang verwacht dat vroeg of laat agenten van de keizer achter hem zouden gaan, gezien hij zonder paspoort rondliep en ook enkele mensen had verhoord. De man lachte en kreunde erna. Toen keek het vals naar Aramos en zei een paar woorden die Richard niet verstond, maar Aramos kennelijk wel. Die keek verschrikt en daarna razend. Richard vloekte en sprong weg. Al het zand van Aramos rees en dook op de man. Toen Richard opstond en naar de man keek zag hij het zand langzaam wegtrekken....Er was bitter weinig van de man over. Hij wierp een bezorgde blik op Aramos. Die keek woedend naar de plas bloed en stukken vlees. Daarna herrinerde Richard de stukjes van de aanvallen die hij had gezien tijdens zijn gevecht, wat mogelijk was door de scherpe visie die de gave van Carin hem schonk. Hij had gezien hoe bruut en gewelddadig Aramos zijn tegenstanders af had gemaakt. Hij keek naar Aramos. ''Wat zei hij net?''
Aramos keek kill. ''Dat ik jouw dood zou worden.....'' De kille blik maakte plaats voor een wat wanhoperige. ''Maar dat geloof je toch niet? Ik wil je geen pijn doen! Echt niet...''
Richard dacht na. Het had niet veel gescheeld of dat was wel gebeurd.....''Die jongen had een enorme hoeveelheid potentie....Iemand moest hem proberen te begeleiden.''
Hij knikte en wenkte Aramos. ''Zit er niet over in.....Kom.'' Aramos twijfelde en ging naast Richard lopen. Die glimlachte. ''Je hebt wel een aardige hoeveelheid talent in je...Je had die twee eerder te grazen dan ik had verwacht!'' Ondertussen dacht Richard : ''En ook geweldadiger dan ik had verwacht.....Wat is er ooit met jouw gebeurd dat je zoveel woede in je hebt?''
 
Abel

Verdomd nog aan toe. Nadat het stelletje rovers langs de vloot geglipt waren en de meisjes van het kampbordeel ontvoerd hadden, merkte Abel dat sommige soldaten er nijdiger rondliepen. De Maarschalk had er vijf schepen achteraan gestuurd, maar er was nog geen spoor te bekennen. De schavuiten zullen zich waarschijnlijk met hun krakkemikkige bootjes in één of andere inham verstopt hebben. Abel was zijn zwaard aan het poetsen. Over een kwartiertje gingen ze nog een bestorming wagen.  Qallitha keek geïnteresseerd toe, alsof iemand voor de eerste keer magie zag.

"Dat is toch ijzer he?"
"Staal."
"Staal. Ik vind brons en koper mooiere kleuren."

Daar moest Abel om lachen.

"Ik ook, maar brons is te zacht en van koper kun je geen goede zwaarden maken."
"En een harnas van lood?"
"Da's een goeie! Zelfs de sterkste man in heel Irlos kan zoiets niet dragen! Misschien de sterkste man op zonne-eiland?"

Dat laatste grapte hij.

"Wij noemen het Mqath. En ja, de zon schijnt hier bijna elke dag, maar er valt genoeg regen om de fruitbomen mooi te laten bloeien. Je zult nergens betere perziken vinden dan bij ons."
"Hahaha. Jullie leven eenvoudiger dan ons, maar toch zijn jullie gelukkiger..."
"Klopt. Wij zijn gelukkig. En dat geluk verdedigen wij kost wat kost tegen hen die het van ons willen afnemen."

Daar moest Abel over nadenken. Hij besloot dat het tijd was en gespte zijn harnas aan. Buiten stonden de belegeringstorens al klaar. Nuja, torens. Het waren houten schansen op wielen, met een loopplank om op de muren te komen. Het had maar weinig weg van een toren.
Op het trompetsignaal begonnen soldaten de torens te duwen. Kruisboogschutters probeerden de vijandelijke schutters te onderdrukken. Abel sloot zich aan bij zijn compagnie die klaar stond om de toren op te lopen als de loopplank naar beneden zou zijn. Met een dreun viel de plank omlaag en stormden de soldaten de toren op om de muren in te nemen. Een tiental mannen ging Abel voor, en werden afgeslacht dankzij een tegenaanval van de verdedigers. De lijken vielen van de plank en toen Abel door had wat er gaande was, stond hij voor hem... De pluimen die de man op zijn helm droeg, blauw met wit... Het was niemand minder dan Ron Tileul, de gouverneur van de stad en bevelhebber van de verdedigers.
Hij hief zijn zwaard om Abel af te maken, maar Abel blokkeerde en pareerde. Doordat ze op de loopplank liepen, was er geen manouvreerruimte en bestond het gevecht door een uitwisseling van slagen. Tileul was snel en sterk, een echte soldaat. Toen kwam de klap. Tileul wilde zijwaarts slaan terwijl Abel wilde stoten. Tileul's slag trof eerst. Zijn zwaard doorboorde Abel's pantser en maakte een lelijke wond in Abel's zij. Hij voelde hoe het bloed langs zijn been sijpelde. Zijn eigen stoot daarentegen, trof Tileul net boven zijn harnas in de nek. Abel keek eerst alsof het een gewone soldaat was die hij gedood had, maar het drong tot hem door dat hij met één slag deze belegering misschien heeft versneld. Met die wond zou hij niet meer kunnen vechten, zo veel was wel duidelijk.

Abel wilde verder naar de muur lopen, om zijn makkers te helpen, toen hij achter zich een krakende klap hoorde. Hij had geen tijd om uit te zoeken wat het kon zijn, want meteen viel hij enkele meters naar beneden. Een katapultschot had de toren helemaal aan stukken geschoten en Abel viel er af. Het laatste wat hij zag voor alles zwart werd, was de zon in de heldere hemel.


...


Het leek alsof alle oorlogsdrums van het leger een marslied in zijn hoofd trommelden. Hij wist niet wie hij was, waar hij was, wat er was... hij wist het wel, maar kon zijn gedachten niet plaatsen. Alles was troebel. Het geluid was dof en subtiel. Abel's ogen openden zich een beetje. Zijn zicht was troebel, een mengelmoes van donker en licht en verschillende vage kleuren die samen misschien een logisch geheel vormden. Hij had het koud. Hoe lang lag hij hier al? Zou Qallitha weggelopen zijn? Of zouden enkele gefrustreerde soldaten haar te grazen genomen hebben? In zijn hoofd bleef het gedrum doorgaan en dus wilde hij zo min mogelijk nadenken. Hij zag iets bewegen. Dat dacht hij. Een schaduw? Iemand kwam dichter bij hem. "Neee.. niet... niet..." Abel kon slechts mompelen en dan zou mompelen nog een eufemisme zijn. Hij voelde iets naast hem komen liggen, iemand... Het greep hem zachtjes. Abel kreeg het weer warm. Nu deed hij iets meer moeite om te kijken. Zo koortsig als het maar kon zijn, deed hij zijn ogen zo ver open als hij kon. Het was Qallitha, die naast hem lag. Ze gaf hem warmte, ze gaf hem rust.


 
Merkus riep door de zaal dat Adele en Roran moesten komen. Hij nam daarna snel plaats aan zijn bureau, en enkele tellen later stonden Roran en Adele voor hem. Hij kuchte even en Esther trapte met haar voet tegen zijn stoel aan. Juist.. ik heb een missie voor jullie twee.. alhoewel ik denk dat het te hoog gegrepen is, vinden mensen dat jullie er klaar voor zijn. Het is.. laten we zeggen een toelatings-test.. niets serieus. Alhoewel, voor Adele kan het misschien moeilijk zijn, je paladijnen broeders te zien zoals ze echt zijn. Ze keek hem verbaasd aan. Die Merkus had er totaal geen moeite mee om zijn verachting te tonen. En dan zeggen ze dat Caine slecht is.. ze kreeg er rillingen van.. Hoe bedoel je? Merkus keek haar koel aan, met een van die blikken waar een volwassen man nog van in zijn broek zou piesen. Ze toonde echter geen angst. Je zult het zien. De missie is als volgt.. Hij tikte op een kaart een positie aan van een kamp van het Licht. De paladijnen hier zijn onder andere degene die onze burcht aanvielen. Ze hebben enkele gevangenen genomen van onze leden, voornamelijk vrouwelijke leden. Vraag me niet waarom. Ik wil dat je daar gaat kijken wat ze met hen doen. Roran boog zich en Adele deed, na enige twijfeling, hetzelfde. Bedankt voor de kans.. mompelde ze toen ze wegliep. Esther keek Merkus afkeurend aan. Merkus, je weet dat die vrouwen dood zijn, en dat de paladijnen daar de hele dag dronken zijn.. waarom stuur je ze daar heen? Merkus keek haar toen aan met een blik die ze niet van hem verwachtte. Omdat ik wil weten wat ze doet. Esther, doe me een plezier en vertel aan Jens dat hij ze moet volgen.. op een afstand. En kijken wat ze doet.. ik ben benieuwd of ze die paladijnen laat leven of dood maakt.. en wat die Roran doet. En ga uit mijn hoofd, je weet dat ik het niet prettig vind.
 
Het kampmeisje

Ze had nooit mee moeten gaan. Het leek eerst een goed idee. Die man van het Licht had hun een grote som goud aangeboden om hun diensten aan de soldaten te verlenen. Veel meer goud dan dat ze in diezelfde tijd op een gewone manier hadden kunnen verdienen. In de haven stikte het met hun eigen schepen, hoe konden die...die smeerlappen er doorheen geraakt zijn? Smeerlappen. Dat waren ze. Ze had vele soorten mannen gezien, en meesten ervan waren ook smeerlappen en achterbakse schoften... maar dit?
Ze zaten achteraan het schip. Geen van hen kon zwemmen, dus was het nutteloos om in het water te springen. Ze zag er enkele huilen. Rosa wist dat ze sterk moest zijn. Iemand moest dat toch?
Eén van die bruten had iets te veel op en kwam naar haar toe. Het was een jonge man nog met dons op zijn wangen. Hij likkebaarde even, en liet toen zijn vingers over haar dij glijden. Zijn andere hand ging in haar boezem en voelde al enthousiaster dan de andere. Verdomme als die schoft dacht dat hij zomaar... Plots schoot hij met zijn vingers naar waar die vingers niet hoorden en was de maat vol voor Rosa. Haar handen waren niet vastgebonden, dus greep ze de jonge man bij de kraag en gaf hem een kopstoot. Dat had ze geleerd van toen ze nog op straat werkte en de zoveelste dacht dat het gratis was.

"Daarvoor moet je betalen, omhooggevallen aap!!!!"
 
Roran keek naar de versterkte hoeve waar de Paladijnen zich zouden bevinden, en hoorde van ver al het lawaai dat ze produceerden.

"Ze doen niet echt stiekem." Zei hij.
"Kom nou, we gaan eropaf zoals gepland." Zei Adele ongeduldig.

Roran besteeg Cadoc en ging in draf heel opvallend langs de hoeve rijden, wat enige opschudding veroorzaakte bij de wachters. Ondertussen sloop Adele naar de achterdeur.

"Wat moet dat hier? Scheer je weg, rotjonker!" Baste de Paladijn van dienst.
"Ik kom hier gewoon langs. Ik vrees dat ik de weg een beetje kwijt ben. Ik was onderweg naar de hoeve van mijn achternicht, en die zou hier in de buurt moeten..." Zei Roran, tot de Paladijn hem brutaal onderbrak.
"Boeit mij wat, wegwezen!"

Van de wijs gebracht keerde hij zijn paard tot hij ineens een ander soort rumoer hoorde uit de gelachkamer van de herberg. Vloekend trok hij zijn zwaard en schopte hij de Paladijn neer vanaf zijn paard. Hij stormde op de taveerne in de hoeve af, sprong van zijn paard en stoof binnen, en trof daar Adele aan, omsingeld door enkele Paladijnen. Verderop in de hoek lag een hoop lijken zag hij, gruwelijk verminkt en verkracht.

"Zozo, dus de Schaduw Orde stuurt ons nog een hoertje om ons op uit te leven, wat leuk." Zei een Paladijn grijnzend.
 
De blik van Adele was....vreselijk kill. Ze trok haar zwaard en haalde uit. Bloed spatte op de muur en het gevecht barste los. Roran vocht als een leeuw, maar schrok. Enkele paladijnen probeerde te vluchten. Echter werden ze zonder genade achterna gezeten en toen de laatste levende weg probeerde te kruipen schrok hij en keek hij vol wanhoop naar Roran. Die werd bleek en verstijfde van angst. De man brabbelde en werd langzaam blauw. Adele had een stuk touw gevonden en keelde hem langzaam van waar ze stond. De uitdrukking op haar gezicht was vol kille haat....Ze gaf een ruk aan het touw en de man blies zijn laatste adem uit.

Roran keek onzeker naar Adele die haar zwaard ook liet vallen en op haar knieeën zakte...
''Ik ben niets anders dan hun....niets anders dan een moordende monster...Gevuld met smerige leugens...Dood me, Roran.'' Ze keek met een emotieloze blik naar hem, maar tranen liepen over haar wangen heen.
 
Roran liet zijn zwaard vallen en liep naar Adele toe. Aarzelend probeerde hij haar te omhelzen en zei:
"Het is niets. Het is allemaal voorbij. Het is voorbij."

Adele rukte zich los uit de omhelzing en liep naar buiten. Roran volgde haar.

"Jij bent niet zoals hen Adele. Ik ken je. Jij bent zo niet. Jij wist hier niets van. Dit is niet jou schuld! Hoor je me?" Troostte Roran haar.

Adele gaf over tegen de muur. Hevig schokkend en snikkend liet ze zich gedwee op Cadoc zetten en door Roran meeleiden van de plek vandaan. Tegen de avond keerden ze terug naar de burcht.

Toen ze binnenkwamen zag Roran Esther hen indringend aankijken, en de burcht binnenstormen. Adele keek nog steeds nietsziend voor zich uit.
 
De Viking tuimelde achterover en viel bijna het water in, wat volgde was een grote schaterlach van de hele boot. Zelfs de slaven lachten mee, zonder een onthoofding als gevolg. De Viking ging mokkend op zijn slaapplek zitten en viel na verloop van tijd in slaap. Het werd redelijk vol op de boot, en er was weinig plek voor de slaven om te liggen om te slapen, dus de meesten zaten met opgetrokken knieën zichzelf te concentreren op het niet overgeven. De golven waren groot, maar voeren gelukkig met de boot mee, zodat de boot nog sneller ging. De wind stond hen strak in de rug, en de peddels kraakten onder het snelle roeien. Over een dag zullen we aankomen, Jorne. En dan zullen we ze verkopen, ruimte maken voor meer spullen en een nieuwe boot bouwen, volstouwen met echte mannen. En dan plunderen we een dorp, een klooster.. zoiets. Jorne knikte instemmend. Plots klonk van de achterkant een luide stem. Vijandelijke schepen! Ik zie wel twee schepen, niet zo groot als die carracken, maar een stuk groter dan onze boot! Hörrar stapte vlug naar de achterkant. Die rotzakken.. net nu we bijna terug zijn op het eiland! Ze zijn sneller ook, met die grote zeilen!

Na een kleine tijd hadden de boten Hörrar al bijna ingehaald. Hij beval de mannen om te stoppen met roeien en te wapen te gaan. Enkele slaven waren zichtbaar blij om te zien dat hun '' redders '' ook daadwerkelijk kwamen, maar de anderen zagen het nut er niet van in; meer doden, en ze worden uiteindelijk nog misbruikt. De schilden werden geheven, net op tijd, want vanaf beide kanten werden nu door de andere schepen met pijl en boog geschoten en speren gegooid. De meeste Vikings hadden hun schilden goed hoog, en er waren geen doden of gewonden aan de kant van de Vikings, behalve dat hun buit ietwat gewond raakte. Enkele van de nieuwe slaven werden geraakt door pijlen en speren.

Na nog een paar salvo's gooiden ze touwen naar de andere boot toe en zo werd het Vikingschip geënterd. Al snel ontstond er een hevig man op man gevecht, waarbij de vijand min of meer gelijk stond met de Vikings, zelfs met hun overmacht.
 
Zwijgend zaten ze bij hun kampvuur. Ze zaten gedroogde koeken te eten. De malak at wat gedroogde vlees. Richard zat te denken en glimlachte.
''Wat dacht je van een opleiding in magie? Ik denk dat je veel potentie hebt om een grote iemand te worden, Aramos.''

Adele zat op haar kamer en hoorde geklop en zuchtte. Ze had al de gesprek van Merkus gehoord, toen ze zonder emotie had gezegd dat alle paladijnen dood waren gemaakt...Esther was toen tekeer gegaan tegen Merkus, die Adele en Roran ontbood. Ze was meteen naar kamer gegaan en hield haar zwaard beet. Ze twijfelde. Was ze nu wel of niet een van die liegende monsters? Ze wist het niet meer en hoorde de deur niet open gaan...Of kon het naar niet meer schelen? Ze rook Roran, maar wou zich niet omdraaien, maar bleef kijken naar haar zwaard.
''Wat nou als ze echt was wat ze nu vreesde....Zou ze dan recht hebben op een leven? Zou ze dan niet dan net als die andere dood moeten, zodat onschuldige mensen hun eigen leven konden leiden?''
 
Roran keek geschrokken naar het zielige hoopje mens dat op het bed zat. Ze staarde apathisch naar het zwaard.

"Je weet wat Halt altijd zegt Adele. Trek nooit je zwaard tenzij je van plan bent het te gebruiken." Zei hij frivool, in een poging haar te troosten, en haar aandacht af te leiden van het wapen voor haar.

Ze reageerde niet eens.

"Ach ja. Dan wacht ik hier wel tot je reageert. Net zolang als nodig is." Zei Roran schouderophalend, en ging op de rand van het bed zitten.

De tijd kroop voorbij terwijl Adele in haar toestand van afwezigheid bleef, en Roran naast haard zat. Zwijgend hield hij haar gezelschap doorheen de nacht.

De volgende ochtend werd Adele wakker. Ze herrinerde zich niet meer dat ze in slaap gevallen was. Ze ging recht zitten en met een luide galm kletterde haar zwaard op de grond. Daardoor werd haar blik op Roran geleid, die al wachtend in slaap was gevallen, en als een zak aardappelen van het bed was afgegleden, en nu op de grond lag te slapen.
 
Een opleiding? Ik kan enkel groeien met mijn verbeelding. Elke manier om iemand dood te maken die in me opkomt kan ik gebruiken. Je hebt mijn verdediging gezien.. de ultieme verdediging, ik werk er amper voor en het zand doet het werk. Een opleiding.. nee. Ik kan niet groeien. Mijn magie is ultiem. Hij keek kil naar zijn koek en nam nog een hap.

Even was het stil. Onaangename stiltes als deze kwamen vaak voor als je met Aramos reisde. Met groot gemak schakelde Aramos tussen moorden en eten. Wat zit er in deze koeken? Richard slikte even. Deze jongen was een koelbloedige moordenaar, die moorden zag als een manier van leven. Eh.. gedroogde zalm koeken.. Aramos knikte en at verder. Lekker. Richard keek naar de Malak. Hoe kom je eigenlijk aan die.. tja, ik denk dat het een.. beer achtig wezen is? Aramos knikte en at verder. Op een dag was hij er. Ik maakte een zadel voor hem van de huid van.. eh, dat maakt niet uit. Hij bleef bij me sinds die dag. Volgens velen is een Malak een teken van ongeluk. Volgens mij ben ik het teken van ongeluk. Hij toonde geen emotie bij het zeggen van deze zinnen, en at rustig verder. Het leek alsof hij de zin in leven totaal kwijt was.
 
Richard zuchtte en glimlachte droevig. ''Weet je wat het zin is van het leven?'' Aramos dacht na en antwoorde : ''Doden....Je moet elke keer doden om je bestaan te laten erkennen...De dood staat centraal in het leven.'' Richard schudde zijn hoofd en Aramos fronste. ''Nee, broertje...Leven...Je moet leren leven...Ik weet niet precies wat je hebt doorgemaakt dat je zo een verbittert antwoord geef, maar op een dag zal je me snappen....Op een dag zal je misschien leren leven. Een leuke meid ontmoeten.'' De beeld van Ilse ging langs de gedachten van Richard. ''Op een dag zal je vrienden hebben.'' Gareth en Halt gingen grijnzend voorbij. ''Op een dag....Zal je begrijpen wat het is, om te leren leven. Denk er goed over na, broertje...''
Richard gaapte en deed zijn ogen dicht. Hij mompelde nog : ''Want wie weet....Misschien zal ik er op die er niet eens, maar als je leert leven...Dan zal je ook nooit meer alleen zijn, onthoud dat goed.''
Aramos reageerde niet en staarde in de kampvuur...Richard vond het niet leuk om de jongen de les voor te lezen, maar hoewel hij zich tot een waar genie zou ontpoppen met magie, moest hij ook een echt persoon worden, die van het leven moest leren houden....''Het is nog niet te laat voor hem...Als het aan mij ligt niet!''
 
De roos met doornen.


Hun redders waren nabij! Of dat was wat ze dachten voor twee van de meisjes door pijlen doorzeefd werden. Dat maakte Rosa woedend, ze kwamen hun toch redden in plaats van afmaken? Al vreesde ze ervoor dat ze, als ze hun niet konden redden, in ieder geval ervoor wilden zorgen dat de piraten niet met de 'buit' gingen lopen...

"Ik dacht dat jullie ons gingen redden in plaats van vermoorden?!"

Rosa kon soms haar mond niet houden. Tegenover een rijke heer kon ze daarentegen acteren als de beste. Maar in situaties als dit, ging het om grotere zaken dan geld. Als ze hun niet konden redden, dan gingen ze hun doden, dat was zeker. Op de twee schepen zaten slechts een tiental boogschutters, in plaats van een heel regiment paladijnen. Maar natuurlijk. Dat was zo simpel als het maar kon zijn. Overal hadden mannen hen nodig, maar nooit iemand die voor hen in de bres sprong. Ze waren toch maar hoeren.
 
Adele zag Roran en moest glimlachen...Die gek....Ze pakte een kussen en aarzelde. Voorzichtig als ze kon tilde ze hoofd op en deed de kussen eronder. Ze pakte stilletjes haar zwaard op en dacht aan Halt's woorden. ''Trek nooit je zwaard tenzij je van plan bent het te gebruiken.'' Ze trok een grimas en liep naar buiten, waar ze oefening deed. Toen ze andere mensen zag trainen haalde ze diep adem en ging er heen.
Ze vroeg of ze mee mocht trainen, wat tot haar verbazing en blijdschap mocht. Ze trainde hard en had er eigenlijk....er wel lol in! Door de plezier en gezelligheid die ze kreeg met de andere mensen had ze niet in de gaten werd gehouden vanaf een balkon door twee mensen.
Esther zuchtte en keek Merkus bezorgd aan. ''En? Denk je nog steeds dat ze de Schaduw Orde gaat verraden? Zelfs haar moeder helpt me in de bibliotheekvleugel.''
 
Hörrar greep een van de vijanden bij zijn helm vast, door twee vingers door zijn kijkgaten te zetten en trok hem naar de grond. Met een snelle steek in de man zijn nek maakte hij het leven van die persoon tot een einde. De vijand was inderdaad geen goede partij voor de Vikings. Een handjevol speermannen stapte naar voren van beide kanten maar werd finaal afgemaakt en teruggeduwd de schepen op, waar de Vikingen zelf ook al vochten. Hörrar trok zich terug naar de eigen boot, het gevecht was praktisch gewonnen. Hij keek naar de buit. ****, er zijn er drie dood! Waarom schoten die idioten op de slaven en niet op de vijand? Hij greep een van de schilden langs de kant van de boot en stapte voor het kleine groepje slaven dat dicht open gedrukt zat, om zo een klein mogelijk doelwit te vormen. Net op tijd. In het schild zaten al snel een kleine zes pijlen die anders misschien nog meer levens hadden genomen. Kort daarna was het geluid van overwinning te horen. Hörrar! We hebben hen overwonnen! Wat wil je dat we doen? Hörrar zette, bezweet en klam, zijn helm af en keek in het rond. Zet hun schepen in de fik, en gooi de doden in de zee. Na wat ik gezien heb hoef ik ze geen volwaardig Vikinggraf te geven. Hij keek om naar de vrouwen en zag dat er meer doden waren dan hij aanvankelijk zag. Vijf waren er dood in totaal, het was geen ramp, maar hij had ze kunnen gebruiken. De meeste vrouwen zaten te huilen, maar het meisje dat de andere Viking een kopstoot had gegeven was als enigste bezig de anderen te troosten. Een paar vikingen wouden de doden tussen de slaven overboord gooien. Stop, idioten! Dat zijn geen vijanden. Ze krijgen een echt graf. Er werden van de vijandelijke boten meerdere kleine boten gebouwd, niet meer dan een paar planken aan elkaar vast getimmerd, en daar werden de lijken op gelegd. Als ze ver genoeg van hen weg waren gedreven werden ze met een enkele goed gerichte pijl in vlammen gezet. Hierdoor vaarden er uiteindelijk een tiental vlammende bootjes over de zee. De rest van de vijandelijke boten werd in de fik gezet, zodat de vijand het niet kon ophalen en hergebruiken als normaal hout. We nemen een dag rust. Laat het zeil het werk doen.. en blijf van die vrouwen af. Ze zijn sterker dan de meesten van jullie, sukkels. De mannen respecteerden de wensen van de Höfðingi en lieten ze met rust.



Ik denk het niet Esther. Ik moet haar in elk geval nog spreken. Ik ben benieuwd wat ze me te zeggen heeft na dit.. '' ongeval. '' Esther schudde haar hoofd en liep de kamer uit met een naar gevoel.



Aramos lag rustig te slapen. Zijn Malak lag naast hem, maar iets maakte hem onrustig. De aanwezigheid van iemand anders.. Richard. Hij draaide zich om en probeerde het te negeren, maar in zijn hoofd herhaalde hij steeds wat de man zei. Jij zult de oorzaak zijn van zijn dood.

 
De volgende dag stonden ze vroeg op en vervolgden hun weg naar Snarl...Het zou nog een week reizen zijn en ze moesten goed uitkijken, nu ze wisten dat er mensen achter hun aanzaten. Richard floot een liedje en dacht na. Aramos twijfelde, maar herstelde snel en vroeg : ''Je had het laatst over vrienden....Hoe zit het met rivalen?''
Richard was even van zijn stuk afgebracht en zag meteen een grijnzende Merkus in zijn gedachten en meteen moest Richard grijnzen.
''Heh, ik heb een rivaal....Maar niet eentje die je wilt vermoorden, maar eentje die je wilt verslaan zodat hij of zij je gaat erkennen als een waardige tegenstander..Een persoon waarvan je leert en soms zelf zo goed leert kennen dat je moeilijk zonder die persoon kunt bestaan.'' Even glimlachte Richard naar Aramos. ''Was dat antwoord duidelijk genoeg?''
Aramos knikte en dacht na. ''Maar, wat is dan de belangrijkste persoon in je leven? Je rivaal?'' Richard dacht na voordat hij antwoorde en grijnsde. ''Nee, familie en je beste vrienden....Dat is het belangrijkste in je leven.'' Hij gaf een korte aai over de hoofd van Aramos en glimlachte. Ze liepen verder en Richard floot verder.

''Een dodelijke magische strijder..Een nieuwsgierige jongen...Iemand met potentie om groot te worden..'' Dacht Richard toen hij een blik wierp op Aramos.''Iemand die weet hoe het is om net als mij zonder echte familie je jeugd door te moeten brengen...''
 
Roran werd wakker. Om een of andere duistere reden had hij op de grond liggen slapen. Er lag vreemd genoeg ook een kussen onder zijn hoofd, desondanks had hij toch een tijve nek en rug.

Langzaam kwamen de herinneringen van de vorige dag terug gesijpeld. Hij keek de kamer rond en zag dat Adele al weg was. Hij hoorde geschreeuw van de talloze oefengevechten op de trainingsvelden van de binnenplaats.

Is het al zo laat, dacht hij. Hij moet gisteren meer uitgeput geweest zijn dan hij zich herinnerde.

Hij gordde zijn zwaard om en ging naar de binnenplaats waar hij Adele aantrof die net een nieuwe recruut bijeenveegde.

"Goeiemorgen Adele. Goeiemorgen Johan." Zei hij vriendelijk.

Johan de wapenmeester merkte hem als eerste op.

"Goedemorgen Roran." Antwoordde deze.

Adele merkte hem nu pas op.

"Oh, dag Roran." Zei ze snel tussen 2 gejaagde ademhalingen door. Ze had al heel wat geoefend deze voormiddag.

"Vandaag ga ik te paard oefenen." Verklaarde Roran, en werd door Johan geholpen om de "Woesteling" op te zetten. Een houten pop met een schield en draaiarm, waaraan een vlegel verbonden, die zodra het schil geraakt werd, de ruiter zou raken.

De eerste poging resulteerde in een knal recht op  het schild van de woesteling, die daarna zijn naam kracht bijzette door verwoed uit te halen naar Roran, die tijdig zijn schild ophief en de aanval tegenhield. Hij herhaalde enkele keren. Daarna deed hij een ruiterduel tegen een ander ervaren ruiter, waarbij na een korte maar verwoede uitwisseling van slagen de ander het onderspit dielf.

Ondertussen was Adele verder aan het zwaardvechten.

Roran haalde ook even zijn boog op, en schoot wat pijlen af. Het waren middelmatige schoten, maar hij was er tevreden mee. Hij kon goed genoeg schieten om mee te doen met formaties, en kon ook van ver genoeg raken om te jagen.

Nadat hij zijn pijlen voor de 3e keer had opgehaald, verscheen Adele naast hem.

"Hmm?" Zei hij vragend.
"Ik wil nog eens tegen je zwaardvechten." Zei ze vastbesloten.
"Goed. Ik ga me wel niet inhouden he!" Zei hij met een knipoog. Hij was blij dat ze over de depressieve bui van gisteren heen was.

Ze namen plaats in tegenover elkaar. Roran begon met een dubbele schijnbeweging die ze nog niet kende, en ontweek de echte aanval op het nippertje, waarna ze snel een tegenaanval lanceerde, die een schijnbeweging bleek te zijn, waardoor Roran wat achteruit moest wijken, wat haar wat ademruimte gaf. Ze cirkelden wat om elkaar heen. Adele blies een lok haar uit haar gezicht. Roran zag de concentratie op haar gezicht, en testte haar met een steekaanval, die ze moeiteloos pareerde, waarna hij om haar heen draaide in de beweging van zijn aanval, en haar zijdelings een klap toebracht, die ze opnieuw tegenhield, waarna ze vruchteloos net over de bukkende Roran heensloeg tijdens een snelle tegenaanval. Deze laatste zette een stap naar voren en nam zijn zwaard met een hand aan het lemmet vast, en stak toe alsof het een speer was. Adele, even van de wij gebracht stapte buiten Roran's bereik en deed een grote horizontale slag. Roran pareerde deze, en viel weer aan. Dit keer blokkeerde ze de aanval en wilde hem snel omver duwen toen ij plots haar pols vastgreep en haar netjes op de grond wierp, waarbij zij hem snel vastgreep en meesleurde.

Lachend belandden ze op de grond toen Merkus op de binnenplaats verscheen.
 
Ze liepen verder. Rustte soms uit en gingen weer door. Vanwege zijn nomadische achtergrond was Aramos gewend aan dit snelle tempo waarmee ze reisde en vond het zelfs leuk. Hij keek nieuwsgierig naar Richard.
''Wat voor magie gebruik jij eigenlijk? Ik heb gezien hoe je met bliksem je zwaarden dodelijker maakt...En ook met die vreemde ogen vecht.'' Richard grijnsde en pakte een van de twee boeken uit zijn ransel, die aan rug hing. ''Kom het bekend voor? Ik weet dat je gisteren uit nieuwsgierigheid het uit me ransel hebt gepakt....Vraag het voortaan, broertje. Ik heb geen intenties om geheimen voor je te houden, maar wees dan ook eerlijk tegen mij. Hoe dan ook, om je vraag te beantwoorden, ik vecht met elementaire magie en persoonlijke magie.''
Aramos fronste. ''Elementaire magie....oke, dat zeg het al, maar persoonlijke magie?'' Richard knikte en wees naar hem. ''Ja, een goed voorbeeld : Hoe bestuur je je zand?'' Aramos fronst nog meer en dacht na. Het antwoord lag simpel voor de hand, maar misschien was het een strikvraag. Richard grinnikte. ''Niet te moeilijk nadenken, maar gewoon zeggen wat je goed lijkt.'' Aramos knikte. ''Ik beheers met zand met me gedachte en energie...'' Richard grijnsde. ''Maar, waar komt die energie vandaan? Hoe word het bepaalt dat de ene persoon meer talent voor een gave of element heeft dan de andere? Hoe word het bepaald dat de een een gigantische hoop van energie heeft en de andere niet? Het zijn vragen waarop een grote hoeveelheid, zo niet ALLE, magiers over nadenken.''

Aramos dacht na en keek vragend. ''Toch, elementaire magie is magie uit de omgeving. Magie gebruiken om de omgeving als wapen of schild te creeëren..Dat is nog simpel te begrijpen.'' Richard fronste. ''Oh? Vertel me dan eens welke elementen er zijn.'' Aramos knikte. ''Je hebt lucht, vuur, water, aarde en tot slot bliksem. Daarnaast heb je nog enkele elementen die gecreeërd kunnen worden door enkele elementen van die basis elementen aan elkaar toe te voegen.'' Richard floot en knikte. Aramos grijnsde. Richard lachte. ''Je bent een goed stuk met lezen van dit boek of niet soms?'' Aramos negeerde vraag en stelde er zelf eentje. ''Maar het is waar of niet?'' Richard knikte en wees naar hem. ''Je bent zelf het levende bewijs ervoor. Zand is niet een basis element....Kijk, je weet dat ik een lid ben van de Carin clan. De leden van mijn clan kunnen een bepaalde gave activeren die ervoor zorgt dat onze ogen veranderen, met meteen onze zicht. Onze zicht word dan, zolang we de gave aanhouden, scherper en kunnen we door middel van het lezen van je aura, een soort van profiel van hoe groot je talent en gave is en wat je dus allemaal ongeveer kan doen met magie, kunnen we bewegingen van onze tegenstanders volgen, terwijl ze het willen doen. Snap je het nog?''

Aramos knikte. ''Dus de leden van de Carin kunnen mijn bewegingen lezen? Maar wat als ik niet beweeg?'' Richard grinnikte en dacht goed bedoeld :''Wat een snotaap...Een hele erg slimme snotaap!'' Hij grijnsde toen en antwoorde de vraag. ''Oh? Maar wat als je aura wel beweegt en laat zien wat je wilt gaan doen? De gave van Carin laat zien wat je bewegingen zien van iemand. Het is een groot voordeel, maar ook een nadeel, gezien je niet de gedachtegnang erachter weet en daardoor in de val kan worden gelokt. De gave van Carin is een vorm van persoonlijke magie. Het gebruikt niks van de elementen, maar iets uit jezelf...Iets wat je kunt bereiken zonder de omgeving te veranderen. Het is soms machtiger, maar ook zwaarder om uit te voeren. Zo kan ik voor een lange tijd me kortzwaarden laten beinvloeden door me bliksem, maar zonder een onweersbui kan ik het geen dag volhouden. Het zelfde geld voor de Carin gave. Ik kan niet een paar dagen achter elkaar wakker blijven en de gave aanhouden, dan zou ik buiten westen raken omdat ik zo vermoeid zal raken. Natuurlijk zou ik een soort van waarschuwingen krijgen, zoals bijna flauw vallen en als ik door zou zetten om wat voor reden bloed op hoesten.'' 'Aramos fronste. ''Waarom bloed ophoesten? Als je teveel rent, ga je ook geen bloed ophoesten.'' Richard knikte. ''Heb je helemaal gelijk in en hoeveel magie je kan gebruiken ligt ook in je conditie en onder welke omstandigheden. Echter anders dan fysieke acties, zorgt magie voor een druk op je lichaam. Het is een waarschuwingsysteem van je lichaam om aan te geven dat je erop moet letten jezelf niet te ver te laten gaan. Vandaar de pijnscheut die ik krijg als ik de gave gebruik...Volg je het nog?'' Aramos knikte en dacht na. Richard was eigenlijk blij met het gesprek dat ze hadden. De jongen begon nu uit zichzelf gesprekken aan, wat een goed teken kon zijn.

Aramos keek Richard fronsend aan. Zijn er nog meer vormen van magie? Naast elementaire en persoonlijke?'' Richard dacht na. Dacht het wel, maar daar ben ik nog niet heel erg ervaren mee. Ik ben een groot gedeelte erachter gekomen door deze twee boeken die ik bij me heb goed te bestuderen en te proberen te begrijpen...Kom we gaan hier even uitrusten. Als het goed is dan zullen we over een paar dagen Snarl bereiken.''
 
Merkus liep met stevige passen af op de twee nieuwelingen. Ze hadden zich dan wel bewezen, iedereen kon een stel paladijnen uitmoorden als ze dronken zijn. Het was nu niet echt iets om trots op te zijn. Goedemorgen. Ik heb net het rapport van Jens gekregen. Adele en Roran wendde allebei hun blik af. Dit was de juiste keuze.. geloof ik. Merkus lachte en keek toen weer serieus. Ik hoop dat je er van genoot, Adele.
 
Adele's ogen werden groot en ze werd lijksbleek. Ze opende haar mond Merkus de mond te snoeren tot een gedachte opkwam. ''Wat nou als ik dat wel deed? Wat nou als ik echt zo een verschrikking ben.'' Ze herstelde zich, maar bleef bleek. Ze keek kill en knikte. ''Het bloed laten vergieten van dwazen...Ik doe niks lievers dan dat.''
Ze legde nadruk op dwazen en bleef Merkus strak aankijken.
 
后退
顶部 底部