Kings Will - Life or death - RP

正在查看此主题的用户

"Ok dan. Als jij het zegt."

Roran bracht steeds meer tijd door met Adele, en leerde haar bijvoorbeeld schaken, met een valk jagen, en de basis van het boogschieten. Op haar beurt probeerde Adele Roran wat magie bij te brengen, maar dat was te hoog gegrepen voor hem.

Op een bepaalde dag werd de deur van de recreatiezaal woest opengeslagen. Roran en Adele die er rustig aan het schaken waren sprongen opgeschrikt uit hun stoel.

Een Ordelid met een zwaard in de hand stormde naar voren.

"Dit is voor Bertram! Dood aan de Paladijn!" Schreeuwde hij, terwijl hij zijn zwaard in een dodelijke houw op Adele liet neerdalen.

Roran had in alle haast zijn zwaard getrokken, en had zich voor Adele opgesteld, die te gechokeerd was om te bewegen. Hij pareerde de slag enigszins onhandig door zijn wonde.

"Vervloekte rotjonker! Uit de weg of sterf!" Riep de man.
"Het zij zo." Antwoordde Roran kalm.

De man gromde en liet een regen van slagen los op Roran, die ze allemaal een voor een pareerde, ontweek en blokkeerde. De man had net zo goed op een muur kunnen staan meppen. Op een gegeven moment begon Roran de tegenaanval, en toen mertke Adele pas echt wat zwaardvechten is. Sierlijk deed hij een uithaal naar de man's hoofd, wat een schijnbeweging bleek te zijn, en de man nog maar net op tijd zijn heup kon beschermen. De onverbiddelijke regen van snelle en krachtige slagen, steeds uit een onverwachte hoek deed de man achteruit wankelen, totdat zijn zwaard finaal uit zijn hand werd geslagen.

De man, uitgeput en afgemat, zakte zwaar hijgend op zijn knieën toen Esther binnenkwam.


Svengall's wolvenschip was kleiner dan Hörar's schip. Het bezat genoeg plek voor 30 roeiers, 15 per kant, en daarnaast nog plek voor een tiental mannen. Het voordeel was dat zijn schip moeilijker op te merken was, en door het speciale dubbele-zeil systeem van het wolfschip was het onder zeil een stuk sneller dan het logge schip van Hörrar. Het kon zelfs bijna 45° tegen de wind in varen onder zeil, en door het ingenieuze zeilsysteem dat met katrollen, werkte, zodat het ene zeil het andere hielp heffen bij het overstag gaan, was het vele malen sneller dan elk ander Noors scheepstype. Maar het bezat minder riemen, en dat was het voordeel van Hörar. Zijn 60 roeiers konden het schip als een speer tegen de wind in laten roeien, en daardoor was het extreem beweeglijk wanneer het geroeid werd. In tegenstelling tot Hörrar's bemanning van vooral nieuwelingen, bestond Svengall's bemanning uit jonge, enthousiaste krijgers, elk zeer ervaren en bedreven in de krijgskunst.

Wanneer ze in Grimlos terug aankwamen namen ze de bedremmelde Tholgrimm weer aan boord.

"Bij Gorlog's slagtanden! Ze zijn er zonder ons vandoor gegaan!" Zei Svengall.
"Tjah, ik hoorde hen praten over de laffe duivelaanbidder, dus ik maakte me maar even snel uit de voeten. Een oude zeewolf als ik heb niets te zoeken bij dat soort mannen." Zei Tholgrimm.
 
Lezza

Ze was niet teruggekomen. De hele nacht had ze wakker gelegen, maar ze was niet teruggekomen. Toen het er niet meer naar uitzag dat ze ging terugkomen, had Lezza uit woede haar handen tot bloedens toe tegen de muur geslagen. De hele dag had ze niemand gesproken. Ze had geen honger en geen dorst. Met spanning in haar hart keek ze de hele dag toe hoe het fort ingenomen werd. Zou ze daar zitten? Zou ze nu een eervol de dood in gaan? Of zou ze gevangen genomen zijn en diende haar lichaam nu als vissenvoer? Toen de avond viel zag ze hoe de banieren van de paladijnen op het fort gehesen werden. In het kamp beneden werd er feestelijk gevierd. Muziek, gelach en gejoel klonk tot in de stad. Daar was het echter muisstil. Ergens lager op de muur knielde een aqqil in brons gehuld, met zijn armen tot de hemel gericht. Hij huilde en jammerde. Lezza kon haar eigen tranen niet meer bedwingen. Er werd niet gefeest. De Undaq clan was tot de laatste man afgeslacht.

Tussen de clans heerste er altijd een soort broederlijke rivaliteit. Een soort genegenheid. Toen de Rindaresen Solpor nog niet hadden gesticht en hun heerschappij over het eiland brachten, voerden de clans bijna constant schermutselingen.  Soms omdat iemand een geit gestolen had, soms omdat iemand een dochter ontvoerd had, of soms om een klein ruzietje. Dat was routine, dat was traditie. Dat hoorde erbij.

Het was zoals altijd een heldere avond. Talloze sterren toverden de hemel om in een prachtig schouwspel. Het kon haar niet troosten. Ze was alleen in de toren, maar achter haar hoorde ze een stem. Het was Mzer.

"Lezza... Lezza, het spijt me, ik..."
"Het spijt je? Heb je me iets verkeerd gedaan?"
"Nee. Lezza... we zijn allemaal bedroefd om het verlies van onze broeders..."
"Niet alleen zij."
"Oh. Ik begrijp het... Je ziet er mooi uit."
"Mzer? Wat..ik?


Mzer droogde haar tranen. Hij keek haar aan met zijn bruine ogen. Ze keken elkaar diep in de ogen en hun gezichten kwamen steeds dichterbij... Toen, kuste hij haar vol op de lippen, een kus die steeds intiemer werd. Lezza voelde haar hart tekeer gaan. Dit was verkeerd! Dit wilde ze niet! Maar ze voelde zich er goed bij... en als ze het niet wilde... Haar gedachten verwarden haar en dus liet ze die maar gaan. Voor ze het wist lag hij op haar. Ze keek hem in de ogen en naar de sterrenhemel op de achtergrond. Een sterrenhemel die ze nog lang zou herinneren.
 
Nadat de aanvaller een paar tikken had gekregen keek Esther bezorgd naar de twee. Nadat ze mompelend excusses bood, ging ze op zoek naar Merkus.
Esther was razend en ze wou dat Merkus wat eraan zou doen. Als ze Adele als toekomstige bondgenote wouden en als ze niet wilde dat Roran slechte geruchten over de Schaduw Orde zou verspreiden, moest dat ellendige gedoe voorbij zijn...Ze had echter wel een idee wie continu bezig was met stoken en andere leden bezig was om gek te maken om die twee naar beneden te halen of te vernederen of erger....
Ze ramde de deur van de persoonlijke kamer van Merkus op en stoof op hem af.
''Nu gaan wij praten...Of inderdaad beter, ik praat en jij luistert!
 
PWPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPPP! De oorlogshoorn van Hörrar galmde over het strand. Al joelend kwamen zijn mannen uit de boot op het redelijk lege strand. De grotere schepen van de Orde en het leger van Rindar konden niet aanmeren zonder een haven, dus dit was een perfecte plek. '' VALHALLAAAAAAAA! '' Hörrar greep de Deense lange bijl die hij had meegenomen en sprintte voor zijn mannen uit. Ze renden recht op de lichten af in het kamp. Er werd uit het kamp terug gejoeld, alhoewel het niet iets is wat je zou verwachten. '' M-meer.. bier.. HICCUP! Biiierr.. '' Snel verspreidde iedereen zich en probeerde zoveel mogelijk man af te maken en hun waardevolle spullen te grijpen. Hörrar zelf, Jorne en twee van de ervaren mannen stormden op het grote vuur af. Gelukkig voor de vrouwen die op de grond lagen hadden ze precies het kampbordeel ontdekt. Daar stond dat grote vuur dus voor. '' Plezier! '' Voordat de mannen konden reageren zat er in één van hen al een grote bijl in zijn rug. De vrouw die onder hem lag werd vastgegrepen en door een van de twee ervaren mannen bij de anderen gedreven. Er was al een grote groep slaven verzamelt en een berg proviand en waardevolle zaken meegenomen uit het kamp en bij het strand gezet. Niet lang nadat ze hun eigen oorlogshoorn hadden laten horen, hoorden ze al de jachthoornen van de legers van Rindar en de Lichtsoldaten die hun dronken broeders te hulp schoten. Hörrar zag dat het wel genoeg was en greep nog een van de vrouwen met enkel een tuniek aan en trok haar mee. Deze liet het allemaal toe, ze wist dat de situatie alleen maar kon verbeteren. Hij duwde haar naar een van de jongelingen toe die haar, onhandig, meenam naar de verzamelplek waar de goederen al werden ingeladen en de slaven aan boord werden gedreven. Nog net op tijd kon Hörrar zijn Deense bijl omhoog doen om een zwaard to blokkeren. '' Wodan zal je grijpen! '' Met een handige beweging trekt hij een werpbijl en smijt hem zo tussen de man zijn ogen. Hij draait zich om en rent snel naar de boot, waar hij aan boord springt. '' Roeien! '' De boot komt log van het strand af maar er word snel genoeg geroeid om binnen no-time weg te zijn. Terwijl Hörrar naar het strand kijkt ziet hij fakkels en een grote troep soldaten die boos met hun wapens zwaait. '' Hörrar, is dat niet je bittere tegenstander? '' Hörrar draait zich om en kijkt in de verte. Een wolfschip.. recht achter ze. Ze draaien de baai uit en Hörrar doet er een tandje bij. Hij beveelt de mannen die niet roeien om de zeilen te hijsen zodat ze nog sneller gaan. Met de gecombineerde kracht van het zeil en de roeispanen zullen ze sneller zijn, al is het maar een klein beetje. '' En zodra we aankomen op ons eigen eiland.. dan zal ik zeggen dat ik terugben, en dat er smerige Wolf aanbidders achter me zitten.. ''
 
Svengall keek bewonderend toe vanaf zijn schip hoe de roofaanval zich voltrok. Slim gezien dacht hij. Maar nu kon hij zijn slag niet slaan hier. Ook niet hier dichtbij aan de kust. Hij zou tot de andere kant van de baai moeten varen en de Irosi-kust plunderen. Op de kaart wist hij een klein stadje te vinden beroemd om zijn smederijen. Het lag niet ver ten Westen van Civon. Om daar te geraken zou hij vers water inslaan op een van de onbewoonde eilandjes onderweg naar daar.

Hij keek naar de windvanger, die hem vertelde dat de wind uit het Zuid-Oosten kwam.

"Hijs het bakboordzeil! We gaan op overstag!" Basste hij met zijn oorverdovende zeemansstem.


Esther stormde als een wervelwind weg na het incident. De verslagen man, Podan genaamd, was door Roran gekneveld in afwachting van Esther's terugkeer.

Tot hun verbazing verscheen niet Esther maar Halt uit de deuropening, vergezeld door Cara en Merkus.
 
Ze vloekte en dook. Haar zwaard dreef ze naar voren, en gromde. Ze trok met een nijdige ruk het omhoog, waardoor de ingewanden van haar tegenstander eruit puilden. De vijandelijke soldaat schreeuwde het uit en viel voorver. Ilse wierp meteen haar gevechstdolk toen ze een soldaat Gareth zag besluipen. Net toen ze dacht dat ze heel even de ruimte had om adem te halen, kwam een soldaat met een tweehandige bijl op haar af. Hij zwaaide de bijl rond en haalde uit, waardoor Ilse gedwongen was zijn slagen te ontwijken. Pareren zou niet verstandig zijn, gezien de snelheid en gewicht waarmee de bijl rond ging. Ze zag een opening en dook onder de zwaaiende bijl. Meteen hakte ze met een soepele gebaar een diepe snee in de knie van haar aanvaller. Die zakte verbaasd erdoor en keek wanhopig naar het punt van het zwaard die in zijn gezicht werd gedreven. Ilse vloekte en hief haar linkerhand, terwijl ze enkele woorden mompelde. Het vocht van bloed en uit de lucht vormde zich voor haar en vormde een schild. Pijlen ketste er tegen af en vormde haar open linkerhand tot een vuist. De schild van vocht vormde zich tot een bal en Ilse stootte het naar voren. Twee soldaten werden achteruit geduwd door de inslag van de bal en Gareth maakte ze snel af met zijn hamer.
Ineens hoorde ze iets en keek met grote ogen.

''REN! NIET VECHTEN, MAAR RENNEN!''
De dwaas. Richard draaide zich om en pakte een kortzwaard. Aramos en zijn malak besefte dat ze een verloren gevecht waren begonnen en begonnen met rennen. Ze waren net onderweg gegaan tot ze een baak waren tegen gekomen. Een baak is een grote versie van de troll. Met de lengte van drie volwassen mannen en de dodelijke brute kracht van twintig is de baak een verschrikkelijke tegenstander. Ze kwamen voor bij de verdorren vlaktes en in de koude bossen van Daernis. Het waren net als trollen carnivoren en probeerde letterlijk alles op te vreten wat maar ook echt bewoog. Vaak gebruikte de slimste van hun soort soms boomstammen als knuppels, wat hun dodelijke kracht meer ten goede deed. Echter was er wel een manier om te winnen van deze gedrochten..Rennen of ze in de rug aanvallen.
Baken waren dan misschien vreselijk sterk en hadden een ernstige taaie huid, waarop pijlen afketste, maar hun rug was niet zo hard en kon met een wapen op worden gereten. Ze waren ook erg sloom, waardoor een snelle tegenstander de baak kon proberen te verwarren en zijn zachte rug proberen open te rijten...Of nog simpler, rennen. Een baak bewoog zich maar sloom en loom, waardoor een jong kind het eruit kan rennen, mocht het uit de bereik van het beest ontsnappen. Aramos vloekte en probeerde met zijn zand de ogen van het monster te beschadigen. Het al woedende beest, hij smakte naar hun vlees, werd razend en brulde het uit. hij probeerde Aramos te pakken, maar schrok. De malak van Aramos was achter de baak geslopen en had zich aan de rug van de baak vastgegrepen met zijn klauwen. Het beet en bleef koppig aan de rug van de baak hangen, terwijl die wanhopig probeerde de malak van zich af te schudden. Aramos riep wanhopig naar zijn malak en wou net aanvallen. De baak werd aangetrokken door zijn roep en keek woedend naar de kleine jongen. Het hief een vuist en wou Aramos verpletteren. Richard sprong en nam Aramos mee, waardoor hij wist te verkomen dat Aramos onder de vuist kwam. Richard stond snel op en zei tegen Aramos : ''Val hem van achteren aan, dan leid ik zijn aandacht af!'' Zonder op een reactie af te wachten rende Richard voor de baak en activeerde de gave van Carin. De lichte pijnscheut ging door zijn lichaam en Richard riep en vloekte om de aandacht van de baak te trekken. Die schreeuwde en zwaaide met zijn andere hand, waarin hij een kleine boomstam had, naar Richard. Die liet zich voorover vallen, waardoor de aanval mist. Meteen stond hij op en sprong, waardoor hij over de terug komende aanval sprong. Hij gromde en bliksem omgaf zijn kortzwaard. Hij zwaaide ermee en zag de vuist van de baak op hem afkomen. Hij stapte op zij en haalde tegelijkertijd uit met zijn kortzwaard. Door de bliksem sneed de zwaard een stukje in het huid van de baak, maar zorgde ervoor dat het vlees brandde. De baak schreeuwde van wanhoop en trok zijn hand terug naar zijn mond. Meteen begon het met brullen van pijn, want de malak van Aramos was door blijven gaan met zijn koppige aanval. Toen de baak probeerde de malak te grijpen, liet die los en gromde boosaardig naar de baak. Die probeerde zich om te draaien, maar merkte dat het niet ging. Zand omgaf zijn kortere benen en hielden hem op zijn plek. Met een bezweet gezicht wist Aramos het beest op zijn plek te houden. Richard twijfelde geen moment en wierp zijn kortzwaard. Het kortzwaard was nog steeds omgeven door de bliksem techniek van Richard en drong door de rechteroog van het monster door, die brulde van pijn en tot slot voorover viel.
Het werd akelig stil...Richard liep naar de dooie baak en trok twee keer aan de heft van de geworpen kortzwaard. Met een derde nijdige ruk trok hij het eruit en spuwde op de dode baak. Hij wierp een bezorgde blik op Aramos.
''Alles goed?''
LOTRO__Cave_Troll_by_gorrem.jpg
 
Adele rende naar Halt toe en sloeg haar armen om zijn nek. Tranen liepen over haar wangen terwijl ze vele keren fluisterde dat ze zich speet voor haar gedrag en woorden. Daarna liet de verbaasde Halt los en omhelsde haar moeder. De twee huilde zonder schaamte en Merkus knikte goedkoerend. Hij keek naar Roran en glimlachte sympathiek.
''Ik heb gehoord van de...meningsverschillen en kan je nu zeggen dat jullie geen zorgen hoeven te maken om....onrustige Schaduwleden die jullie willen pakken. Ik heb order gegeven dat jullie als bondgenoten en gasten van de Schaduw Orde zijn en zo ook behandeld moeten worden...Als jullie me nu niet kwalijk nemen, ik moet er weer vandoor.'' Na die woorden liep Merkus in gedachten verzonken weg van de terras, op weg naar zijn eigen zaken.
Halt glimlachte en wachtte af. Roran stelde zich voor aan Halt, die knikte en zich ook voorstelde. Beiden keken glimlachend hoe Adele alles in een stroom van woorden aan haar moeder begon te vertellen en hoe ze erachter kwam hoe corrupt de Orde van het Licht was en ook haar plan om zich aan te sluiten bij de Schaduw Orde. Haar moeder luisterde geduldig en wierp soms een glimlach richting Halt, toen ze hoorde hoe hij Adele enkele keren wist te redden. Echter toen ze hoorde dat Adele zich bij de Schaduw Orde wou aansluiten, was duidelijk van haar gezicht af te lezen dat ze het niet prettig vond, maar nogal eng. Ze omhelsde haar dochter en zei : ''Laten we het even rustig aan doen, ik wil eerst wat meer tijd met je doorbrengen....Ik was zo bang dat ik je kwijt was.''

Adele wierp een dankvolle blik naar de twee manen en tranen liepen weer over haar wangen heen.
 
"Eind goed al goed." Zei Halt, om de woordenstroom na eventjes te onderbreken. "Maar we zijn nog niet klaar."
"We zitten in een beroerde situatie: We zijn zowat 80% van onze manschappen kwijt, zowel gedood als gevangengenomen, en dan is nog minstens de helft van de overlevenden gewond. De Orde van het Licht ondersteund Iros bij zijn oorlog tegen Rindar..." Vervolgde Halt, tot hij werd onderbroken.
"Wat? Die blatende smeerlappen gaan eraan! Ik zal eigenhandig mijn huis wreken!" Zei Roran plots nijdig.
"Steek je zwaard terug weg. Trek nooit je zwaard tenzij je van plan bent het te gebruiken." Zei Halt geïrriteerd.
"Juist. Ja Halt." Zei Roran bedremmeld, terwijl hij zijn zwaard wegstak.
"Dus, zoals ik al zij voor ik onderbroken werd..." Zei Halt, en keek dan indringend naar Roran, die hulpeloos knikte. "...Hierdoor is Rindar in het nadeel. Het is stilletjes aan het onderspit aan het delven in de eerste schermutselingen, en is het zonne-eiland aan het verliezen. Daarnaast heeft het Licht met zijn enorme schatkist een eerste onderhandeling met de Norvosi ondergaan, waarbij ze probeerden Rindar in een handelsembargo te brengen." Vervolgde Halt.
"Het komt er dus op neer dat we meer manschappen nodig hebben, om Rindar te steunen. Dit is voor het eerst dat de Scaduw Orde zich in de politieke strijd tussen beide landen waagt, maar het is noodzakelijk. Rindar heeft hetzelfde doel als ons. De Orde van het licht ten val brengen."



Roran's nu volledig genezen arm werd meteen op de proef gesteld bij zijn nieuw trainingschema. Hij oefende dag in dag uit op het trainingsveld, waar de neiuwste recruten afgunstig toekeken naar het gemak waarmee hij elke beweging foutloos en elegant uitvoerde. Onder de bewonderaars van de oefengevechten zat dit keer ook Adele. Telkens weer als ze de jonge ridder zijn zwaard zag hanteren voelde ze een steek van jaloezie, maar vooral grote bewondering. Vooral toen ze zelf haar zwaardvechten trainde. Op een bepaalde dag zag ze een kans om daar iets aan te doen.

Roran was tegen de wapenmeester, een geniaal krijger, een oefengevecht aan het houden, toen ze aan de zijkant van de ring ging staan. Weeral zag ze hoe het zwaard bijna vanzelf, snel als een slang, toeschoot om het zwaard van de wapenmeester te pareren, en ondmiddelijk, alsof het een eigen leven leidde, de aanval in te gaan. De wapenmeester liet zijn arm hangen en vloekte hartsgrondig toen al voor de 4e keer deze ochtend Roran's zwaard op diens keel bleef rusten. Het zweet parelde op zijn voorhoofd, zijn ademhaling ging met horten en stoten. Roran leek onaangedaan.

"Hoe doe je dat toch?" Flapte ze eruit.

Roran keek verrast op, zag haar toen staan en ontspande.

"Hoe doe ik wat? Antwoordde hij.


"Bereid je voor om overstag te gaan!" Basste Svengall met zijn zware zeemansstem.
Ze waren zigzaggend tegen de win in aan het varen. Bij een schip met vierkante tuigage was dat een traag en langzaam proces, waarbij ze elke keer dat ze zigzagden een hele cirkel met de wind mee voeren, tot ze de juiste kant weer op voeren. Bij het speciale type van Svengall's schip, kon je door het oog van de wind varen, overstag gaan, zonder enig risico. Bij een schip met een enkel vierkant zeil kon het schip dan in het oog van de wind blijven hangen door de grotere bocht die het moest maken, omdat het minder scherp in de wind kon varen, en dat het zo stil bleef liggen. Als dat gebeurde, werd het zeil bolgetrokken tegen de mast, waarop het niet gebouwd is. Vaak breekt dan de mast, gaten in de romp slaand en mannen overboord meppend.

Svengall keek naar de sterren boven zich.

"Nog 2 dagen en we zouden hier moeten aankomen." En wees met een vinger op een inham van een van de eilandjes aan de Irosi kant van de baai van Hessen.

Zijn stuurman Ulf keek zwijgend toe. Hij kende onderhand de grote vaardigheid van Svengall als navigator, en twijfelde niet aan zijn bewering. Het werd onder hun volk als een prestatie van formaat beschouwd om exact te kunnen bepalen waar het schip de kust zou zien. Skirls met deze gaven werden door hun bemanning vereerd.

"Waar zou Hörrar eigenlijk zitten?" Vroeg Ulf tenslotte.
"Voor mijn part vaart hij over de graszeeën van de Oostelijke steppes, maar wij moeten vers water inslaan." Antwoordde Svengall shouderophalend.
 
Adele pakte een zwaard en stapte de ring in, wat verbaasde en blikken vol haat opleverde. Sommige keken ook nieuwsgierig en Roran fronste en glimlachte toen. Hij zwaaide met zijn zwaard en ging klaar staan.
Adele haalde rustig adem en liep behoedzaam op hem af. Roran probeerde haar met enkele slagen uit, wat Adele herkende en weerde ze effectief af. Ze zag een opening en stak toe. Echter was die gemaakt door Roran, op zij stapte en haar pols beet pakte. Adele liet haar arm zakken en greep met haar vrije hand zijn schouder en liet zich achterover vallen, waardoor ze Roran meenam. Die was verbaasd door de wending en wist wat ze ging doen. Terwijl ze op haar rug kwam te liggen, zette ze haar voeten tegen de buik van Roran en wierp hem weg. Roran vloekte en kwam op zijn rug te liggen. Adele wist sneller op te staan en wees met haar zwaard naar zijn keel. Hij glimlachte en leek alsof hij zich wou overgeven, maar sloeg haar zwaard weg en stoof overeind. Adele vloekte en de twee danste een gevaarlijke dans. Hun zwaarden pareerde en hiewde. Halt was komen kijken en keek vanaf een balkon naar de trainingsveld.

Adele zag dat ze dit minder lang kon volhouden dan Roran en vloekte. Toen kreeg ze een idee. Ze hiew en Roran pareerde. De zwaarden stonden tegen elkaar aan en ze begonnnen beiden hun gewicht in de strijd te werpen, om de andere omver te duwen. Adele begon zachtjes woorden te fluisteren in een vreemde taal en Roran fronste. Langzaam voelde die zich vermoeid worden en merkte dat hij meer moeite had om zowel zijn ogen open te houden als om zijn zwaard vast te houden. Adele beet op haar lip en wist het zwaard uit Rorans handen los te duwen, waardoor het zwaard weg vloog van hem. Ze glimlachte en gaapte even. Daarna grinnikte ze en stak ze haar hand uit.
 
"Wat was dat?" Zei Roran vermoeid.
"Dat was magie." Zei Halt, die tussenbeide kwam.
"Jij moet leren om je tegen magie te beschermen." Zei Hij tegen Roran. "En jij om fatsoenlijk te leren zwaardvechten." Zei hij tegen Adele.
"Maar, ik won toch?" Zei ze alsof er niets aan de hand was.
"Ja, maar wat als je tegenstandergeen genade kent? Ik zag wel 5 kansen voor Roran om je daarvoor als een vis open te snijden." Antwoordde Halt.

Adele keek bedremmeld naar de grond.

"Dat wist ik niet. Is dat echt zo?" Zei ze uiteindelijk.
"Misschien wel een beetje, ja." Zei Roran.


De volgende dagen trainde Roran tesamen met Halt aan magiebestendigheid. Hij vorderde snel, want het is meer een kwestie van de spreuk herkennen en neutraliseren dan echt oefenen. Bij Adele vorderde het moeizamer. Halt had Roran verboden zich in te houden, wat leidde tot een verzameling blauwe plekken, en telkens weer vernederd worden. Roran wou haar oprecht helpen, maar dat kon het slechte gevoel dat ze had niet van haar af halen. Ze verloor telkens weer. Ondanks het feit dat ze zich volop op haar training wierp, leek het weinig tot geen succes op te leveren.

Totdat Halt zij dat ze eens met de wapenmeester moest dueleren.
 
Richard keek rond. Ze hadden al met enkele informanten gesproken en waren niet echt wijzer geworden waarom er informanten verdwenen waren. De agenten van Belim konden ze met gemak ontwijken en vielen hun ook niet lastig, die hadden hun handen vol om de bevolking te controleren en te beheersen. Aramos had zich ondertussen bewezen als een snuggere persoon en meerdere malen Richard iets verteld wat handig was. Richard begon de jongen te mogen, maar zag soms nog steeds momenten dat de jongen apart gedrag vertoonde, waarschijnlijk vanwege zijn geschiedenis.
Hij liep samen met hem over markt van Laon en Aramos zag een houten figuur van een draak staan. Aangetrokken door het vakmansschap en bewondering ervan ging Aramos erheen, maar de verkoper schrok en begon Aramos uit te schelden, die schrok en verdrietig keek. Daarna slikte die en keek woest naar de verkoper, die schrok van de haat en fellheid van de jongen. Richard was tussen beiden gekomen en kocht het figuurtje. Aramos wist echter niet dat het voor hem was en keek verdrietig naar de grond, nu wetend dat hij het figuurtje nooit meer zou kunnen krijgen.
Hij schrok en zag Richard voor zich knielen. Die stak de arm met het houten draakje uit en glimlachte. Aarzelend en niet zeker wat hij moest doen, pakte Aramos voorzichtig het draakje beet en keek er met een blik vol bewondering en respect ernaar. Daarna bloosde hij en twijfelde. Hij bedacht zich dat hij weinig had om terug te geven en gaf onhandig een knuffel aan Richard, die even verbaasd was, maar daarna hem terug knuffelde. Tot slot stond hij op en aaide grinnikend over de hoofd van Aramos.''Vanaf deze dag ben jij nu een broertje van me...oke? Niemand zal je meer vervloeken of een haar krenken, zonder daarbij mij toorn over zich heen te roepen!''
 
Adele haalde diep adem en keek nerveus naar de wapenmeester die glimlachte. Hij haalde een paar keer uit en Adele wist ze perfect te pareren. Ze maakte zich niet druk over haar verdediging, maar over haar aanval. Wat nou als ze zonder bedoeling een opening maakte en zo een kans gaf aan de wapenmeester? Ze vloekte en beet op haar lip..Ze had tevens de neiging om naar Halt te kijken, maar die keek zonder emotie naar haar. Roran zou ook niks voor haar kunnen doen. Ze moest het zelf doen.

Nadat ze een paar aanvallen had afgeweert viel ze aan. Ze wou de wapenmeester ging kans geven en bleef fel aanvallen. Soms moest ze nood gedowngen in de verdediging terug vallen, maar merkte dat het steeds beter ging.
Uiteindelijk dook ze weg voor een zwaai en sloeg het zwaard snel uit de handen van de wapenmeester. Ze wees direct het zwaard op zijn keel en de wapenmeester keek verbaasd..En klapte toen en glimlachte. Adele was buiten zinnen en glimlachte en keek hoopvol naar Halt en Roran, wat die ervan vonden.
 
"Het was geweldig! Heb je dat gezien Halt! Toen ze om de aanval heen draaide en toen toestak! Jeren had er amper een antwoord op!" Riep Roran enthousiast.
"Jaja, het was goed. Maar het kan uiteraard nog veel beter." Zij deze, haar euforie de grond inborend.
"Ach, je kent Halt." Zei een bekende stem achter haar.
"Esther!"

Adele draaide zich om en zag haar moeder met open mond naar haar staren.

"Dat was...fantastisch...Adele." Zei Cara tenslotte.
"Moeder..." Adele en Cara omhelsden elkaar, tot Halt hen onderbrak.

"Ik vertrouw erop dat jullie 2 blijven trainen?" Zei hij.
"Natuurlijk Halt." Zei Roran onmiddelijk.
"Uiteraard." Zei Adele ook.
"Goed. Dag jongelui." En wandelde naar de deur.
 
'' Halt, goed je te zien. Ik heb nieuwe orders voor je. De strijd tussen Rindar en Iros gaat nog verder, en ookal zijn enkelen van ons al bezig in de gevechten, ik denk dat we nog maar weinig boogschutters hebben gestuurd. Ik wil dat jij, en de mensen die je graag meeneemt, op weg gaan om als huurlingen te strijden, of in ieder geval Rindar te steunen op welke manier jij goed vind. Ik weet dat je een van de ervaren leden bent, dus ik neem aan dat ik je wel kan vertrouwen met wat controle over je opties. '' Halt boog en verdween kort daarna uit het zicht. Merkus trok zijn nieuwe gewaad recht en stapte de open kant van de burcht in. Op een klif hier, omringt door korte en mooi versierde  Hij zat volledig in het nieuw, in het gewaad van een grootmeester. Het was al eerder voor hem gemaakt, omdat het eigenlijk al vast stond dat hij Caine zou opvolgen. Het paste perfect en bovendien zag het er nog goed uit ook. De wapenmeester boog voor Merkus en de rest volgde het voorbeeld, behalve Roran en Adele, omdat die eigenlijk geen idee hadden wie Merkus nu werkelijk is. Merkus keek ze recht in de ogen aan, terwijl de wapenmeester Adele gebaarde ook te buigen. Roran had het snel door een prikte zijn zwaard in de grond en boog, zoals het een ridder betaamde. Merkus wendde zijn blik naar Adele, het Lichtmeisje, zoals hij haar begon te noemen. '' Excuses, Lichtmeisje, ik neem aan dat je nog niet gewend bent aan onze gewoontes .. '' Ze boog snel en toen gebaarde Merkus dat iedereen overeind kon komen. De wapenmeester kuchte even en vroeg toen de vraag die eigenlijk iedereen wou weten. '' Waar is Halt? '' Merkus knikte even en dacht na. '' Ik kan niet teveel verhullen, de muren hebben oren.. '' Hij keek hierbij naar Adele en haar moeder. '' Hij is weg op een missie. Dat is alles wat ik te zeggen heb. ''
 
Voordat iemand haar had tegen kunnen houden haalde Esther uit. Merkus vloekte en kreeg nog een mep op zijn achterhoofd. Esther keek woest en begon zelf te tieren.
''Godenlief, Merkus! Gedraag je nu verdomme eens! WAAG HET NIET WEG TE...KOM HIER!'' Tot ieders verbazing begon Merkus vloekend beetje weg te lopen voor Esther, die vloekend en grommend achter Merkus aan liep. Adele twijfelde en besloot haar moeder mee te nemen naar de bibliotheek, tot ze zag dat Halt zich klaar maakte om weg te gaan. Ze spoedde naar hem toe en keek hem wanhopig aan.
''Waar ga je heen?'' Halt haalde ze schouders op. ''Ik heb een opdracht gekregen...jij en Roran blijven hier.'' Adele bleek niet content te zijn met zijn antwoord en keek opstandig. ''Hoezo? We kunnen toch mee om...'' Halt keek streng en schudde zijn hoofd. ''Nee, jullie zouden in de weg lopen en misschien zou iemand gewond of erger kunnen raken....''
Hij zag dat ze droevig weg keek en dacht na. Hij probeerde zo goed mogelijk te glimlachen en gaf haar een schouderklop. ''Blijf sterk, voor je moeder en Roran..Jouw tijd komt nog wel en wie weet, strijden we ooit samen. Blijf trainen en tot gauw!'' Hij glimlachte en boog naar Cara, die hem geluk wenste en bezorgd nakeek. Adele zag Roran en knikte naar hem en begeleidde haar moeder naar de bibiliotheek, waar ze samen met Roran haar moeder begon rond te leiden.
 
Halt zat opgewekt op zijn paardje Abelard (dat net als hem trouwens niet zo groot was volgens de gewone standaard van paard en mens) naar het Noord-Westen te reizen.

Eindelijk wat actie, dacht hij. Ik heb sinds het geval met Cara veel te lang stilgezeten. Nou ja, die 2 jongelingen zijn wel leuk gezelschap, maar soms heb je behoefte aan wat eenzaamheid. Vooral ik dan toch.

Abelard brieste, waarop Halt even de zadeltassen achterop nakeek. Daarna gaf hij het dier een geruststellend kneepje met zijn dijen, en sprak wat kalmerende woorden in het oor van Abelard.

"Waar" Fluisterde hij zacht.

Abelard's hoofd neigde naar rechts, naar een bosbessenstruik die een groot deel van het pad kenmerkte. Op ongeveer 50 meter van de struik hield hij halt en trok een pijl.

"Kom tevoorschijn, of ik jaag een pijl door je bast." Zei hij tegen de struik.

Na een kortstondig geritsel verscheen er een slungelige jongen uit het bosje.

"Laat je boog vallen." Riep Halt over de weg.

De jongen liet zijn boog snel vallen en toonde zijn lege handen.

"Ik ben maar een arme jager, heer." Stamelde de jongeman.
"Natuurlijk." Zei Halt.

Hij zag aan de eenvoudige groene tuniek met kap, de koker met goedkope pijlen en de simpele jachtboog dat hij de waarheid zei.

"Hoe heet je, knaap?"
"Will, heer."
"Ik ben geen heer."
"Sorry meneer."

Halt sloeg zijn ogen ten hemel.

"In ieder geval, weten je ouders dat je een stroper bent?" Vervolgde hij.
"Ik heb geen ouders." Zei de jongen.
"Oh. dan zal ik de authoriteiten maar zeggen dat ik jou gevonden heb dan? Of heb je zin om mee te komen?" Zei Halt.
"Nee! Alstublieft! Dat niet heer! Meneer!" Verbeterde de jongen zich snel.
"Hou oud ben je?"
"16 jaren, meneer."
"Goed. Je ziet me er een ervaren woudloper uit. Hoe goed ben je met die boog van je?" Vervolgde Halt.
"Ik kan een hert vanop 200 meter raken als er geen hinderlijk gebladerte is." Zei deze trots.
"Hmm. Goed genoeg. Heb je zin in wat avontuur? Ik kan wel een leerling gebruiken." Zei Halt.
"Uh... Allesinds beter dan naar de authoriteiten, denk ik..." Stamelde de knaap.

Ach, het kan geen kwaad om een helper te hebben. Dan kon hij meer slapen en moest hij minder werk doen. Daarnaast, het zou voor de Schaduw Orde geen kwaad kunnen om een tweede Grijze Jager te hebben.
 
"Hup, over die muur!" Fluisterde Svengall gejaagd.

Gisteren hadden een paar van zijn mannen in een klein dorpje de markt beroofd, waarop de grotere stad de soldaten naar het dorp zond om verdere aanvallen te vermijden. Hierdoor was de verdediging van Ilgor, een klein stadje, bekend om zijn kunstsmeden, ver beneden pijl.

Ongemoeid slopen Svengall's mannen tot aan het grootste gebouw van de stad, op de kerk na. Het warenhuis. Hier sloegen ze een heleboel ruwe gouden en zilveren staven op, net als edelstenen. Svengall was een groot voorstander van de herverdeling van rijkdommen. Onderweg kwamen ze niemand tegen behalve een oude ezelhoeder, die met open mond naar de kollone grimmige zeewolven staarde.

"Laat hem." Zei Svengall toen iemand uit de rij krijgers brak om hem het zwijgen op te leggen.

"Maar neem de ezel, die zal ons helpen goud dragen." De man werd helemaal bleek en schoot ervandoor toen Wulfric zijn ezel nam.

Even later stonden ze voor de deur van het magazijn, waar en bewaker er verschrikt vandoor ging.

"Hak die deur weg."

2 Bijldragers begonnen korte metten te maken van de massieve houten deur, versstevigd met ijzeren banden. Na enkele minuten stortte de deur in uit zijn hengsels.

"Pak de buit, en wegwezen."

De stadsbewoners verzamelden zich in een boze menigte die hulpeloos moest toezien hoe hun eigendommen werden weggekaapt door de rovers. Enkele zeewolven daagden hen uit om hen aan te vallen, maar niemand ging op de uitnodiging in. Op de hele terugweg naar het schip, waar 10 man was achtergebleven, bleef de menigte hen volgen.

"Jens, haal het strandanker op! We zijn hier weg!" Riep Svengall nu voluit met zijn zeemansstem.
 
Ilse vloekte hardop. Ze hadden deze keer zwaar verloren. Samen met enkele overlevers van de laatste schermutseling gingen ze terug naar Middas...Ze moesten wel snel erheen gaan, want het zou niet lang duren of verkenners van het vijandelijke leger van Iros zouden op hun stuitten en dan zouden ze weer voor hun leven en vrijheid moeten vechten.
Ze keek bezorgd om en keek grimmig naar voren. Gareth gromde en keek fronsend naar haar. Ze zucchte en keek fel. ''We zullen ze hell geven in Middas...dat zullen we zeker Gareth...''
 
Aramos en Richard waren weer op weg, tot ze wat hoorden. Zonder dat ze afsproken sprongen ze beiden op dezelfde moment weg. Een grote vuurbal boorde zich in de grond waar ze net stonden en ontplofte. Het liet een kratertje achter. Meteen activeerde Richard de Carin gave en speurde de omgeving af. Aramos floot en Richard zag het. Ineens kwamen drie gemaskerde zwaardvechters hun kant op. Richard grijnsde en trok zijn twee kortzwaarden en stormde erop af. Een van de zwaardvechters zwaaide en Richard pareerde met zijn linker kortzwaard. Met zijn rechter haalde hij uit, waarna hij bukte voor een slag die een andere zwaardvechter uithaalde. Hij vocht grijnsend met twee tegelijk, maar vloekte. Een derde stormde op Aramos af. Hij was te snel en te ver weg om neer te halen met een kortzwaard, als hij die zou gooien. Aramos grijnsde, want ineens schoot zijn malak uit zijn dekking en verraste de gemaskerde zwaardvechter. Toen verschenen drie andere gemaskerde mannen, maar twee hadden een tweehandige staf. Een andere had een grote tweehandige zwaard, maar hield zich afzijdig. Kennelijk de leider. Richard schrok en stapte opzij voor een zwaardslag. Die miste hem net op een haar. Vloekend trapte Richard een tegenstander achteruit en zag dat de andere zwaardvechter met zijn zwaard op hem afstormde. Richard bracht zijn linkerzwaard in de baan van de zwaard van de man en zwaaide met zijn rechter kortzwaard. De man keek geschokt naar Richard en zakte in elkaar. Er spoot bloed uit zijn borts, waar een grote gapende snee zat. Met een koele blik draaide Richard zich om. Aramos kwam naast hem staan en keek zonder emotie.
''Ik pak die zwaardvechter en die andere gozer met die tweehandige zwaard...Kan jij die andere twee aan, broertje?'' Vroeg Richard aan Aramos terwijl hij met kille blik keek naar de gemaskerde mannen die zich schrap zette.
 
Aramos nam zijn positie in, wat eigenlijk hetzelfde was als hoe een normaal persoon zou staan als hij niets zou doen. Hij floot naar de Malak die grommend achter hem kwam staan en zichzelf liet vallen. Blijkbaar wou Aramos zelf vechten. De twee mannen voor hem keken elkaar twijfelend aan. Ze hadden waarschijnlijk al eens gehoord van dit mysterieuze kind en zijn gevechtsbeer. Eentje van hen liet een oorlogsschreeuw los en stormde naar voren. Hij haalde enkele keren uit naar Aramos met zijn staf, die zelf bleef staan. Steeds kwam er vanaf de grond zand omhoog die de staaf compleet tegenhield. De ogen van Aramos bleven recht vooruit kijken, langs de man. Totdat plots zijn waterhouder van zand op de grond viel en het direct erna omhoog schoot naar de man zijn keel. De andere man keek geschokt. '' Vodsnya! '' Hij kwam snel toe gesneld om zijn vriend te helpen maar trapte daarmee precies in de val. Onder hem verscheen uit het niets een hoop zand die over zijn hele lichaam langzaamaan verspreid werd. Langzaam ging het naar zijn mond toe, zijn neusgaten en ogen waar het langs alle mogelijke kieren naar binnen ging. De man schreeuwde het uit van pijn terwijl de andere geforceerd werd te kijken terwijl hij bijna stikte aan de sterke greep op zijn nek van het zand.

Toen het laatste beetje zand zijn lichaam binnen was stopte de man met schreeuwen en begon zijn lichaam te trillen, vanwege de strepen zand die onder zijn huid te zien waren. Ze leken wel te bewegen totdat plots het hele gebied om hem heen bespat was met bloed en ingewanden. Van de man was weinig meer over. Een spat bloed was op weg naar Aramos, waarna zonder enige beweging een kleine muur van zand, even groot als de al kleine Aramos, omhoog kwam om het bloed te stoppen. De andere man smeekte Aramos om genade. Hij wou dit niet, hij had kinderen en een vrouw, het waren slechts orders, toe, alstublieft, maak me niet af!

Aramos knielde rustig en om zijn hand verschenen zandbergjes die zich langzaamaan op zijn hand begaven. Hij pakte het op en liet het vallen op de grond. Het zand om de man zijn keel verslapte en de man viel op de grond, begon te bidden naar hun god, dank u voor mijn leven! Dank u! Aramos kwam overeind en trapte de man vol op zijn kaak, waardoor de man overeind veerde en Aramos hem vol op zijn neus stootte met al zijn kracht. De man wankelde even en viel toen plat achterover in het zand.
 
后退
顶部 底部