Lethal Crow
Sergeant

Nadat Richard een zucht van opluchting had gemaakt keek hij rond. Hij voelde zich nooit prettig in het nogal gesloten rijk en al helemaal niet in Batorn. De woudloper die hem onderdak en hem had opgevoed, nadat zijn echte familie bruut was vermoord, had hem meerdere malen mee genomen naar Belim om hem wat te leren over de wantrouwende bevolking. Op het eerste gezicht zou een bewoner van het rijk van Belim vriendelijk, toch beetje afstandelijk lijken, maar in echt wantrouwde ze iedereen die maar van het normale beeld afweek. In dit oude gesloten rijk was de grote jacht naar de oude clans geweest, en ook meteen de vroegere vorm van de Orde van het Licht geweest, maar toen zonder de opvattingen over het geloof.
Richard had zich al toen hij jonger was zich nooit gemakkelijk gevoelt, maar nu hij meer wist dankzij de twee boeken die hij soms las over de oude clans, voelde hij zich nu al bedreigd toen een Belimse persoon hem even nakeek. Sinds de vroege Orde overstapte naar een meer religieuze groepering en naar het westen begon uit te breiden, verloor het grond in Belim en is sinds honderden jaren geen enkele kapel of kerk van het Licht meer gebouwd in Belim. Tuurlijk heeft de Orde wel geprobeerd dat te bereiken en schuwde ze geen oorlogen bij, waarbij ze niet alleen hun eigen troepen en legers gebruikte, maar zelfs steun kregen van de koning van Iros, die aangetrokken werd dat Belim een enorm welvarend land was, maar de geschiendenis leerde met een opmerklijke harde hand dat Belim niet zomaar met een invasie of een paar oorlogen kon worden overwonnen. De enige buitenstaanders die op zich na lange periodes van vijandelijkheid een vaste grond op Belim hadden kunnen veroveren waren de nomades in het oosten. Geruchten gingen eerst dat enkele gevluchte magische clans de nomades zouden hebben geholpen om zo wraak te nemen als om hun magische geslacht te laten overleven. Richard moest denken aan de verhalen van de oude woudloper die gingen over weerwolven en andere verschrikkingen die in het oosten van Belim zouden rondspoken als gevolg van de goddeloze clans die wraak wouden nemen op Belim. Toch had Richard geleerd van de oude woudloper, als wel nadgedacht met zijn eigen gedachtes, dat die verhalen ernstig overdreven waren, gezien er nomades in het oosten waren en regelmatig door die vervloekte gebieden heen en weer gingen.
Zonder bij te beseffen liep Richard in verdachte rond en botste tegen een jongen op met een opmerkelijke uiterlijk en een soort van beer. Die keek dreigend naar Richard en de jongen keek met een kille blik naar Richard.
Richard bood zijn excusses aan en wou vriendelijk vragen waar hij een pub kon vinden, maar werd ruw onderbroken. Er kwam een menigte aangelopen. Een man kwam naar voren een keek met een giftige blik naar Richard.
''Aan de kant vreemdeling. We willen niet dat je die smerige vuile klootzak gaat helpen!'' De jongen zei niks, maar keek zonder enige emotie op zijn gezicht naar de groep mannen. Alleen zijn ogen waren vol vuur. Richard dacht na en draaide zich om. ''Hoewel ik niet wat er aan de hand is, dit is niet de manier om een jonge jongen zoals hem hier met een menigte achter aan te zitten. Wat is er gebeurt? Heeft hij iets uitgehaald?'' De man die naar voren was gestapt keek woest en schreeuwde zijn longen eruit. ''De smerige tieves ventje heeft een vriend van me verwond, dat smerige gebroed moet branden!'' De menigte kwam steeds dichterbijer. Richard keek grimmig en trok een kortzwaard uit een schede die aan zijn heup hing.
''Ik meen het...kom dichterbijer en ik zorg ervoor dat je bij je vriend zult voegen.'' De man stapte uitdagend naar voren met een hooivork en lachte spottend. ''We zijn met veel...'' Een knetterend geluid kwam van Richards kortzwaard en de bliksem vonkte fel. Het leek wel alsof het smeekte om de bloed van de menigte te willen proeven. Richard zwaaide met het kortzwaard en keek koeltjes de man aan. Die wou met zijn hooivork zeten, maar Richard ontweek hem en hakte de stalen punten van de hooivork met gemak eraf. De man schreeuwde en sprong naar achteren, maar struikelende. Toen hij Richard in de ogen aankeek werd de gezicht van de man bleek, als die van een lijk.
''Jij bent....'' Richard knikte en keek dreigend naar de menigte. Sommige hapte naar adem en andere werden ook bleek. Daarna keek Richard naar de jongen, die alleen even verbaasd keek, maar in zijn ogen scheen een licht van nieuwsgierigheid. Richard glimlachte en wenkte. ''Ik zie dat je ook anders bent...Dat is geen schaamte, kom met mij mee en ik zal ervoor zorgen dat je niet meer een smerig gebroed genoemd zal worden...Mijn naam is Richard.''
Richard had zich al toen hij jonger was zich nooit gemakkelijk gevoelt, maar nu hij meer wist dankzij de twee boeken die hij soms las over de oude clans, voelde hij zich nu al bedreigd toen een Belimse persoon hem even nakeek. Sinds de vroege Orde overstapte naar een meer religieuze groepering en naar het westen begon uit te breiden, verloor het grond in Belim en is sinds honderden jaren geen enkele kapel of kerk van het Licht meer gebouwd in Belim. Tuurlijk heeft de Orde wel geprobeerd dat te bereiken en schuwde ze geen oorlogen bij, waarbij ze niet alleen hun eigen troepen en legers gebruikte, maar zelfs steun kregen van de koning van Iros, die aangetrokken werd dat Belim een enorm welvarend land was, maar de geschiendenis leerde met een opmerklijke harde hand dat Belim niet zomaar met een invasie of een paar oorlogen kon worden overwonnen. De enige buitenstaanders die op zich na lange periodes van vijandelijkheid een vaste grond op Belim hadden kunnen veroveren waren de nomades in het oosten. Geruchten gingen eerst dat enkele gevluchte magische clans de nomades zouden hebben geholpen om zo wraak te nemen als om hun magische geslacht te laten overleven. Richard moest denken aan de verhalen van de oude woudloper die gingen over weerwolven en andere verschrikkingen die in het oosten van Belim zouden rondspoken als gevolg van de goddeloze clans die wraak wouden nemen op Belim. Toch had Richard geleerd van de oude woudloper, als wel nadgedacht met zijn eigen gedachtes, dat die verhalen ernstig overdreven waren, gezien er nomades in het oosten waren en regelmatig door die vervloekte gebieden heen en weer gingen.
Zonder bij te beseffen liep Richard in verdachte rond en botste tegen een jongen op met een opmerkelijke uiterlijk en een soort van beer. Die keek dreigend naar Richard en de jongen keek met een kille blik naar Richard.
Richard bood zijn excusses aan en wou vriendelijk vragen waar hij een pub kon vinden, maar werd ruw onderbroken. Er kwam een menigte aangelopen. Een man kwam naar voren een keek met een giftige blik naar Richard.
''Aan de kant vreemdeling. We willen niet dat je die smerige vuile klootzak gaat helpen!'' De jongen zei niks, maar keek zonder enige emotie op zijn gezicht naar de groep mannen. Alleen zijn ogen waren vol vuur. Richard dacht na en draaide zich om. ''Hoewel ik niet wat er aan de hand is, dit is niet de manier om een jonge jongen zoals hem hier met een menigte achter aan te zitten. Wat is er gebeurt? Heeft hij iets uitgehaald?'' De man die naar voren was gestapt keek woest en schreeuwde zijn longen eruit. ''De smerige tieves ventje heeft een vriend van me verwond, dat smerige gebroed moet branden!'' De menigte kwam steeds dichterbijer. Richard keek grimmig en trok een kortzwaard uit een schede die aan zijn heup hing.
''Ik meen het...kom dichterbijer en ik zorg ervoor dat je bij je vriend zult voegen.'' De man stapte uitdagend naar voren met een hooivork en lachte spottend. ''We zijn met veel...'' Een knetterend geluid kwam van Richards kortzwaard en de bliksem vonkte fel. Het leek wel alsof het smeekte om de bloed van de menigte te willen proeven. Richard zwaaide met het kortzwaard en keek koeltjes de man aan. Die wou met zijn hooivork zeten, maar Richard ontweek hem en hakte de stalen punten van de hooivork met gemak eraf. De man schreeuwde en sprong naar achteren, maar struikelende. Toen hij Richard in de ogen aankeek werd de gezicht van de man bleek, als die van een lijk.
''Jij bent....'' Richard knikte en keek dreigend naar de menigte. Sommige hapte naar adem en andere werden ook bleek. Daarna keek Richard naar de jongen, die alleen even verbaasd keek, maar in zijn ogen scheen een licht van nieuwsgierigheid. Richard glimlachte en wenkte. ''Ik zie dat je ook anders bent...Dat is geen schaamte, kom met mij mee en ik zal ervoor zorgen dat je niet meer een smerig gebroed genoemd zal worden...Mijn naam is Richard.''
