Kings Will - Life or death - RP

正在查看此主题的用户

Ze keken verbaasd. Er waren mensen bezig om de schade aan de Burcht op te ruimen. Richard voelde zijn nekharen overreind komen. Het was zeker zonder meer het Licht geweest, wie anders zou het hebben gedaan? Ilse en Gareth moesten de bewusteloze ridder, Roran, naar de hospitaalzaal brengen en Ilse zie dat ze later nog Richard en Merkus zou opzoeken. Gareth gromde wat en knikte naar Richard. Toen gingen ze naar de ziekenboeg.
Richard keek nog rond. De eens zo eerbiedige en trotse sfeer was weg. Meteen drong het gevaar door bij Richard als de Orde van het Licht zou zegenvieren.

Hij keek nog rond en liep rond, in gedachten verzonken. Uiteindelijk kwam hij uit op een rustige plaats en begon weer in een van zijn twee boeken te lezen. Hij las en raakte zo verdiept dat hij even aan niks ander meer dacht. Hij las zo over hoe de Carin clan een van de gevaarlijkste clan werd, samen met nog een paar, waaronder ook de Staalgeboren clan. Hij dacht meteen aan Merkus en aan die vreemde blauwe vlammen...Zou dat zijn clan gave zijn? Hij las verder. Het boek vertelde over hoe sommige clans een link met elkaar hadden, negatief en positief. Net toen het intressant begon te worden, veranderde het boek van onderwerp. Het begon iets uit te leggen. Iets over een magische techniek. Richard fronste, want er stond nergens bij welke clan of groepering deze techniek hoorde. Hij stond op en ging naar de trainingsvleugel. Die was verdeeld in een paar secties, waaronder magische training. Hij hoopte dat er niemand was en zag ook niemand en glimlachte. Meteen begon hij de stappen van de techniek na te doen en te bestuderen.

Even later.
Richard sloot zijn ogen en haalde diep adem. Hij greep met beiden handen een van zijn kortzwaarden stevig beet en concentreerde zich zoals hij nooit eerder had gedaan. Even leek er niks te gebeuren en Richard voelde niks. Toch hoefde dat niks te zeggen. Sommige mensen hadden het bijgeloof dat als je een magische techniek, bezegeling of iets anders deed met magie dat je altijd een soort van gevoel kreeg. Een soort van extase of pijn. Hoewel dat bij sommige magische soorten handelingen klopte, was het in meeste geval niet. De gebruiker zorgde voor de handeling en zijn gave deed de rest, mocht de gebruiker over genoeg talent bezitten.
Richard hoorde een knetterende geluid. Het was eerst zacht, maar nam ineens razendsnel toe. Hij zag hoe langzaam zijn handen in helderblauw licht werden gehuld...Wacht, het was geen licht, maar bliksem! Het begon zich ineens razendsnel te verspreiden naar het kortzwaard. Richard beet op zijn lip, hij moest het bliksem begeleiden en niet door laten stromen over zijn lichaam, want hij was nog niet zo ver. Ineens viel het weg en Richard schrok.
Hij probeerde het een paar keer en toen hij dacht dat hij het onder controle had, liet hij met zijn linkerhad het gevest van zijn kortzwaard los en zag met verbazing en bewonder hoe het kortzwaard onder knetterende blauwe bliksem bleef. Hij zwaaide een paar keer mee en kreeg een triomfantelijke gevoel.

''Zozo....je pakt dingen aardig snel op of niet?''
 
'' Je hebt een lange weg te gaan.. als dit het begin is van je krachten. '' Even grijnsde hij. '' Nu dat Caine weg is, heb ik voorlopig het bevel hier.. ik draag de groep voorlopig over aan Gareth. Jij noch Ilse zijn serieus genoeg om het al aan te kunnen. Daarnaast ben ik niet overtuigt dat je zo sterk bent als dat Caine denkt.. ik ben één en twintig en ik heb meer bereikt in mijn leven dan de meest oude mensen in de orde. Ik denk niet dat jij daar snel verandering in kan brengen, ik blijf de krachtigste. '' Hij draaide zich om en liet een geïrriteerde Richard achter zich.
 
Voordat Merkus helemaal weg was, stond hij stil. Een kortzwaard vloog net langs zijn hoofd en stak in de muur. Hij draaide zich langzaam om en keek dreigend naar Richard. Die keek met een koele blik naar Merkus en had de Carin gave al geactiveerd. Merkus zuchtte en schudde zijn hoofd.
''Nog geen minuut, dus hou maar op.''
Richard fronste en glimlachte spottend. ''Ik durf te wedden dat ik je kan laten zweten!''

Merkus keek Richard giftig aan en grijnsde toen. Hij liep op Richard af. Die trok zijn andere kortzwaard en liep op Merkus af. Ineens maakte Merkus een handgebaar en wierp een vuurbal op Richard. Die stapte opzij en wierp een dolk. Merkus lachte en ontweek het. Toen schrok hij, want een sterke draad ging langs hem. Richard maakte met zijn linkerhand een trekkende beweging en de dolk vloog terug. Merkus fronste.
Richard grijnsde en wierp nu twee dolken. Merkus dook opzij en wou een vuurbal schieten, maar moest op het laatste moment stoppen. Een dolk vloog langs zijn wang en zou hem tussen zijn ogen hebben geraakt als hij zijn hoofd niet opzij had gedaan. Richard snoof.
''Huh....Magie is wel leuk en aardig, maar nog steeds is staal handig!'' Richard liet zijn zwaard ronddraaien en buigde wat door zijn benen, waardoor het leek alsof hij elk moment op Merkus af zou sprinten. Merkus stapte woedend op en zijn blauwe vuur kwam langzaam op. ''Dwaas, denk maar niet dat je echt heel wat bent, omdat je een lid van de Carin clan bent! Hoor je me? Je bent niemand totdat je echt hebt bewezen!'' Richard keek hem koeltjes aan en zei met een boze toon : ''Dan zal ik ervoor zorgen dat ik iemand word!

Merkus hief een hand en vuurde een straal van zijn blauwe vuur op Richard af. Die zette zich klaar en hief zijn zwaard. Hij hoopte dat het zou werken, maar volgens het boek zou het wel moeten. Bliksem omgolfde het blad van het kortzwaard en knetterde hard. Er kwamen een paar mensen kijken en eentje schrok en ging snel om meer mensen te halen, zodat de twee uit elkaar konden worden gehaald.
Net toen het blauwe vuur bij Richard kwam, liet die zijn wapen snel naar beneden zakken en hakte tegen de vlammen in. De bliksem knetterde nog harder en drong de vlammen tot een zeker punt weg. Merkus vloekte en hief zijn vrije hand tot een vuist. Hij had weinig zicht op Richard, gezien hij nu de vlammen over de breedte moest sturen, om hem zo in te sluiten. Ineens werden de vlammen niet meer tegengehouden en sloegen ze in op de plek waar Richard eerst stond. Merkus fronste en gromde.
Hij schrok en dook weg, want het kortzwaard van Richard vloog langs zijn rechterschouder. Meteen ging Richard achter Merkus aan, die nu gedwongen was zijn zwaard te trekken en de aanvallen te pareren. Merkus werd zo in een hoek gedreven en vloekte. Hij stak toe en de zwaarden van de twee kruiste elkaar. Ze stonden tegenover elkaar en probeerde de andere uit evenwicht te duwen. Merkus grijnsde en het blauwe vuur ontspoot weer uit zijn handen en omgaf zijn zwaard. Richard gaf geen kick, want zijn bliksem wikkelde zich weer om zijn kortzwaard.
Merkus vloekte en wou Richard naar achteren duwen, maar het blauwe vuur verdween en Merkus begon te hoesten. Richard trapte Merkus naar achteren en keek hem kil aan. Zijn ogen, die nog steeds de gave van Carin hadden geactiveerd, begonnen te veranderen.
Sharingan2.gif

Richard snoof en zei tegen Merkus : ''Je bent een ervaren en dodelijke tegenstander, Merkus, maar je overschat jezelf. Het is waar dat ik niet zoveel ervaring als jouw heb, maar je denkt al dat je met gemak mij de baas kan zijn zonder dat je werklijk weet wat ik kan of weet. Dat is een stomme fout, eentje die ik niet van jouw had verwacht.''
Ineens werd Richard omver geblazen door een windvlaag. Merkus stond op en keek woest naar Richard. Hij moest snel zijn, want hij wou niet dat zijn clan gave weg zou vloeien tijdens de strijd. Richard sprong op en gromde. Meteen moest hij opzij duiken voor een paar blauwe vuurballen. Toen hij opstond schoot een vuist, omgeven door blauw vuur, van Merkus op zijn gezicht af. Richard stapte op zij en trapte Merkus naar achteren. Voordat een van de twee wat kon doen konden ze beiden niet meer bewegen. Kettingen en ijzeren draden hielden hun op hun plaats. Er waren enkele mensen gekomen en haalde ze uit elkaar. Het was mooi geweest. Richard vond het goed zo, want hij was eigenlijk zwaar uitgeput en voelde een kramp opkomen over zijn hele lichaam. Het was vast en zeker een gevolg van het intensief gebruiken van zijn clan gave. Even wierp hij een kille blik op Merkus. Die keurde hem geen blik waard en was zelfs weg gelopen.
''Die vuile achterlijke miskwal!'' Kwam bij Richard in zijn gedachten op...''Wacht maar....''
 
Merkus liep rustig weg, alsof het hem niets deerde. Toen hij de deur opende botste Ilse tegen hem aan. Ze struikelde en viel op de grond. '' Kijk toch eens uit. '' zei Merkus zonder haar überhaupt aan te kijken. Hij moest grijnzen. Toen hij enkele vuurballen op hem had afgestuurd, had Richard niet gemerkt dat er een magische techniek bij zat die bedoelt was om de tegenstander eerst verder te laten vechten, maar later te laten in storten. Het was een techniek die hij had verkregen van een andere Schaduwlid. Echter had Merkus hem geperfectioneerd, zodat de tegenstander later zijn spieren één voor één inzakte en niet meer zou kunnen gebruiken. Het was een enorm handige techniek voor achtervolgingen, en iedereen behalve de nieuwelingen, zoals Richard, wist dat deze techniek vaak gebruikt werd door Merkus, met grote precisie.

Ondertussen, in de open vlaktes, reist een figuur op een groot, vreemd wezen over een klein zandpad.
 
Even later zat Richard te vloeken. Die veromde Merkus...Volgende keer zou hij met een groot gapend gat..
''Verdomme, blijf rustig. Het is al een wonder dat je niet tijdens het gevecht in elkaar was gezakt! En geef me die blik niet!'' Ilse keek hem boos aan, iets wat ze de hele tijd al deed toen ze het hoorde wat er gebeurd was. Aan de andere kant was ze trots op Richard. Als een van de weinige, waaronder ook Halt, had Richard enorme weerstand tegen magie van andere. als hij dat niet had gehad, dan zou hij binnen de kortste keren in elkaar zijn gezakt toen Merkus hem in de val lokte met zijn geperfectioneerde sluiptechniek.

Richard beet op zijn lip en merkte iemand op. Adele liep aarzelend op hun af. ''Kan ik misschien helpen?'' Ilse keek haar even verbaasd aan, want iedereen wist al wie Adele was, maar Ilse herstelde zich snel en glimlachte. ''Tuurlijk, ik ben Ilse en deze stomkop is Richard.'' Richard probeerde een knik als groet te geven, maar ging erg moeizaam. Ilse gromde en zei dat hij het rustig aan moest doen. Langzamerhand begonnne Adele en Ilse aan de praat, waardoor Ilse Richard zelfs bijna vergat.
Hij keek wanhopig en zag in dat hij het zelf moest proberen...Een pijnscheut ging door zijn lichaam heen en de gave van Carin ontwaakte. De verlamming werd minder en Richard kon zich vrijer bewegen. Ilse merkte het, maar zei niks. Richard had wel gemerkt dat ze een bezorgde blik op hem wierp. Ze onderzocht hem en klakte met haar tong. Hij had de verlamming van zich afgeworpen. Ze keek hem even strak aan. ''Wij moeten dadelijk praten, oke?'' Hij fronste, maar knikte. Hij liep rustig weg, want hij was bang dat de verlamming zou toeslaan als hij zich weer teveel zou inspannen.
Ondertussen gingen Adele en Ilse kletsend richting de eetzaal.
 
'' Gareth, kom. '' Gareth gromde en liep mee. '' Er is een situatie in Belim, en natuurlijk is er de oorlog tussen Rindar en Iros. Ik geef jouw team de taak om naar beide zaken te kijken.. in Belim zijn enkele informanten weggevallen, één iemand moet daarheen en uitzoeken waarom. Rindar en Iros.. tja, we hebben gewoon informatie nodig over de betrokkenheid van het Licht bij deze oorlog. '' Gareth gromde en liep weg. Waarschijnlijk op zoek naar zijn team om gelijk te beginnen.

Zand blies in het gezicht van Aramos. Velen zouden een nacht wachten, maar voor Aramos was dit ideaal weer. Hij hield van zand, en overal waar hij ging, liet hij ook een zandpad achter. Hij gaf een harde ruk aan het touw waarmee hij het dier meenam naar Belim.
 
Richard keek verbaasd. Alleen? Hij wist verdomme niet eens wat of hoe. Hij was ooit een paar keer met zijn vroegere mentor naar Belim geweest, maar had verder weinig kennis over het land. De terug getrokken mensen waren ook niet erg vriendelijk tegenover buitenstaanders. Ilse wierp soms een bezorgde blik op hem toen ze de brief las die Gareth aan hun gaf.
Nadat hij tegen Gareth had gezegd dat hij het zou doen, trok hij zich terug en pakte een rugtas in. Het zou een lange reis worden bedacht hij, en niet een gemakkelijke. Was dit misschien een test of misschien wilde Merkus gewoon van Richard af. Er werd aan de deur geklopt en Richard zag Ilse in de deur opening staan.
''We moeten praten.'' Richard ging door met inpakken en antwoorde : ''Volgens mij moeten we niks, maar waar wil je over praten?''

Even later liep hij over een stoffige weg richting Yvin, daar zou hij met een schip of boot proberen de stad van Sarc te bereiken. Hij wierp een blik achterom naar de Burcht, die verborgen lag met haar omgeving. Nadat zijn gedachten naar een persoon uitging en hij even stilstond draaide hij zich weer om en liep verder. Hij deed zijn capechon op en een leren mondstuk voor zijn mond en neus. Zo zou iemand alleen zijn ogen kunnen zien op het eerst opzicht. Zijn mantel beweegde zachtjes doordat hij stevig doorliep en door de kleine zucht van een wind.
Zijn reis richting Belim was begonnen.

Ilse keek naar de uitrusting. Het was gewoon in Rindar en nog een klein beetje in Iros dat vrouwen meevochten in het leger. In Belim en Norlos echter niet, maar dat waren ook verschillende culturen. Ze bekeek de malienkolder en dichte helm. Het was van staal gemaakt en erg goed bewerkt. Ze floot zachtjes toen ze merkte dat het lichter was dan ze had verwacht. Ze zuchtte en keek uit het raam. Als de avond zou vallen zou ze samen met Gareth richting Middas rijden te paard om daar in het leger te gaan, als zogenaamde huurlingen. De spanningen tussen Rindar en Iros namen namelijk erg toe en de Heilige Vader had verklaard dat Rindar te weinig voor het geloof deed, waardoor Iros een reden had om ten strijden te trekken tegen haar bittere aartsrivaal.
Ze dacht even aan iemand en ging toen naar de bibliotheekzaal om even nog met Adele te kletsen en voorlopige afscheid van haar te nemen. Gelukkig zou Esther bij haar blijven totdat Halt met haar moeder terug zou komen.
 
Kolen te koop, verse kolen voor twee goudstukken! Vissen, vissen voor 1 goudstuk! De markt was niet erg druk en het leek alsof de verkopers er voor de sier stonden.
'' Jongeman! Ja jij daar! Wil je een souvenir kopen? Een mooie bloem, voor je lief? ''
Aramos liep door zonder terug te praten. De man lette er niet eens op en schreeuwde weer verder naar andere mensen.  Even stopte Aramos en keek hij omhoog. Op een groot uithang boord stond Fritte's exotische handelswaren Hij sleepte het beest mee naar binnen en liep naar een man toe.  De man deed zijn brilletje even omlaag en keek naar Aramos. '' Ahem.. juist. '' Hij stak zijn hand uit en liet enkele goudstukken vallen in Aramos' hand. Deze draaide zich om, liet het stuk touw vallen en liep weg. Hij liep een straat in, en ging doelbewust naar één winkel. Toen hij binnenstapte klonk er een belletje, doordat de deur tegen een bel aan tikte. Een oude man was bezig wat boeken te inventariseren. Toen hij zich omdraaide lachte hij. '' Aramos, wat goed je te zien.. je boek is er. '' Aramos liep naar de man toe, legde 4 goudstukken neer en pakte het boek. Hij knikte even naar de man die de goudstukken pakte en hem een aai over zijn bol gaf. Hierna draaide Aramos zich om en liep weer weg.
 
Richard kneep zijn ogen. Hij had net een groep soldaten voorbij zien gaan. Ze hadden hem met rust gelaten, maar keken erg grimmig en hielden hun wapens al in de hand. Hij was doorgelopen en had zich onopvallend gedragen, maar hij hoorde twee bekende woorden die een bel lieten rinkelen, namelijk ''Rindar'' en ''oorlog''. Was de wapenstilstand weer van de hand, dacht Richard, nou...het zat er inderdaad erop aan te komen. Toch zou het geen pleziertje worden, als hij dacht aan de verhalen van de vorige strijd tussen de twee grootmachten. Er waren verhalen van slagvelden waar zoveel soldaten gesneuveld waren dat de grond nog steeds rood zag van het bloed. Hij zou niet graag in de schoenen staan van degene die op zulke veldslagen zouden staan.

Buk, hak, pareer en duw. Ze gromde en trok haar zwaard uit de lichaam van een soldaat. Ze hoorde iemand een strijdkreet slaken, maar voordat hij zijn bijl vlakbij haar kon zwaaien werd hij omver gemept door een grote hammer. Ze knikte naar Gareth, die een volledige stalen harnas aan had. Hij mepte erop los en de vijandelijke soldaten van Iros weken achteruit. Hij won terein voor haar, zodat ze bij kon komen.
Zij en Gareth waren snel aangekomen in Middas en moesten meteen mee naar een offensief op grond van Iros. Echter had Iros het opgemerkt een leger gestuurd om die van hun te onderscheppen. Nadat de boogschutters en belegeringswapens vuur hadden gewisseld, hadden de voetsoldaten van Iros de aanval erin gezet en moesten die van Rindar hun grond vasthouden, zodat de ruiterij de afstandswapens van Iros uit kon schakelen, gezien raar genoeg het vijandelijke leger geen ruiterij had meegebracht. Toch, de situatie was nog steeds grimmig. Ilse zuchte en pakte een schild op. Magie in dit gevecht zou niet handig zijn. Ze was aangenomen als een huurling, dus ze zouden het niet vreemd vinden als ze een vuurbal of met een streng tovernaarslucht een paar kelen zou wurgen vinden, maar Gareth zou haar niet de hele tijd kunnen beschermen en de lijn van beide kanten was gebroken waardoor het nu soldaat tegen soldaat was. Ze beet op haar lip en dacht aan zijn woorden. ''Ik hoop dat je aan je afspraak hou, want dat zal ik ook doen.''
 
Merkus zuchtte. Voor hem lag een grote stapel papieren die allemaal voor vandaag afgewerkt moesten worden.. maar morgen zou hij net zo`n grote stapel krijgen, waar hetzelfde voor zou gelden. Het was veel werken nu dat hij de taak van grootmeester op zich had genomen.. Hopelijk vonden de elite teams Caine snel. Hij had enkele teams weggestuurd om alle mogelijke plaatsen af te speuren naar Caine, maar dacht bij zichzelf eigenlijk al dat hij dood was. Welke idioot neemt nou een leider van een orde die gevaarlijk is voor je eigen orde gevangen? Merkus zou hem ook gelijk vermoord hebben.
 
Het begon harder te waaien en Richard moest toegeven, hij genoot ervan. Hij genoot ervan om weer op de weg alleen te zijn. Alleen samen met de wind. De rust en vrede.
Hij wist dat het een paar dagen reizen zou kosten om bij Yvin te komen..Maar hij zou er komen, ongeacht wat.

Roran schrok wakker en keek recht in het gezicht van Adele. Adele schrok, maar veramnde zich snel en glimlachte. ''Hoopte al dat mijn geneesmagie je zou kunnen helpen. Je bent voor een lange tijd buiten westen geweest..Roran toch?'' Hij fronste en keek rond. Was hij in een hospitaal? Vragend keek Roran Adele aan. ''Waar ben ik? En wie ben jij?'' Adele glimlachte. ''Ik ben Adele...en je bent veilige. Je moet nog goed uitrusten. Rustig, je paard is in de stallen en ik verzorg hem goed...Je accent..Kom je uit Rindar?'' Vroeg Adele nieuwsgierig.
 
'' Deze plek is iets te ruig voor jou, kleintje.. hehehe. '' Aramos keek omhoog naar de grote man en haalde zijn schouders op. Hij liep langs de man en ging zitten aan een tafel waar hij begon te lezen. '' Err, hoorde je me? Ik zei dat je weg moest gaan.. ukkepuk. '' Aramos keek omhoog en klapte zijn boek dicht, waardoor er wat zand door de lucht vloog, van het boek af. '' En hoe ga je zorgen dat ik wegga? '' De man stapte woest naar voren. Aramos bleef doodstil zitten en toen de man een tweede stap zette, vloog er een naald van zand door de lucht die een klein beetje van zijn haar afsneed. Hij voelde aan zijn wang en aan zijn hand kleefde rood spul.. bloed. Aramos deed snel zijn boek weg en opende zijn flask met water. Het water goot hij op de grond en de flask gooide hij op tafel. De man wou Aramos op zijn gezicht stoten maar zonder te bewegen had Aramos de flask van zand afgebroken en voor zijn gezicht was er nu een schild van zand. '' Gore klootzak.. '' mompelde de man. Het schild veranderde in een pijl van zand die razendsnel naar zijn maag ging. '' UGH! '' Bloed spoot uit de man zijn maag en het zand werd weer normaal en viel uit de wond op de grond.
 
'Genoeg!' bulderde de koning. Zijn voorhoofd zag rood en zweet druppelde over zijn hele gezicht. Het lawaai in de zaal ebde weg tot het bijna muisstil was. Niemand lette op Joan. Zij stond achter de koning, in de schaduw. Zij observeerde iedereen in de zaal, iedereen kon wel een mes onder zijn mantel verborgen houden. Haar ogen gleden af en toe naar de papieren die de koning voor zich liggen had. De oorlogsverklaring van Irlos, met handtekeningen van de Orde, wat wilde zeggen dat Irlos op de steun van de paladijnen mocht rekenen. Ze keek naar een document waar allerlei cijfers op gekrabbeld waren. Troepentallen. Na een eerste lichting kon het rijk zo'n 40000 troepen in het veld brengen, waarvan zo'n 3000 ridders en 5000 lichte en zware ruiters. Tussen de documenten bespeurde ze ook rapporten over schermutselingen aan de grenzen en over vijandelijke troepenbewegingen - niets dat de hoofdstad kon bedreigen, nog niet althans. De koning sprak weer: 'Zo komen we nergens! Als we hier blijven, staan ze binnen twee weken voor onze poorten!'
'Met uw welnemen, hoogheid, maar alleen kunnen we Irlos aan' sprak een broodmagere, bleke heer 'We zijn namelijk oude rivalen en oorlog tussen ons en Irlos is bijna gewoonte geworden, zonder krachtige drijfveren of ambitieuze ferociteit. Nu ze echter de Orde aan hun zijde hebben, ziet onze situatie er minder rooskleurig uit.'
'We moeten een bondgenootschap smeden met de Norlosi!' riep een heer met veel juwelen.
'Met die muntentellers? Wat voor een hulp zullen ze ons verschaffen dan? De vijand doen stikken in zijde en fluweel? Ik zeg, we verzamelen al onze troepen en trekken als een ijzeren vuist door Irlos!'

De zaal vulde zich weer met het gekibbel. Terwijl niemand oplette, bracht een bode een brief aan de koning. Die las het, verbleekte en staarde naar het papier alsof hij met die blik de geschreven woorden kon wijzigen. Dan hief hij zijn hand, een teken waarop het lawaai weer dempte.
'Vrouwe Joan Areno van de Koningsgarde, ik gebied u om voor mij te komen.'
Wat was het, dat de koning haar riep tijdens haar wachttijd? Had het met die brief te maken? Ze stapte uit de schaduw en knielde voor zijne majesteit.

'Hoogheid.'
'De vloot van de Orde zeilt naar zonne-eiland. Een nog nooit geziene actie van hun kant. Ik geef u bij deze het bevel over onze vloot en troepen in Irlof. U zeilt onmiddelijk naar zonne-eiland en drijft die vervloekte paladijnen de zee in!'
 
''Verdomme Gareth! Zit nou eens goden vervloekt stil!''
Ilse vloekte, want Gareth had een lange en diepe snee aan zijn rug opgelopen en ze wou het goed verbinden. De afgelopen slagen waren op zich gewonnen, maar ze verloren toch nog steeds teveel troepen en moesten grond inleveren. Het was nog steeds wachten op versterkingen en Ilse had het gevoel dat ze beter met Gareth konden smeren, want het leek erop dat Iros het zou winnen.
Ze dacht na..Niks verdachts was er aan de leiding, want er was niks verdachts aan de leiding. Ze wist dat alle hoge pieten in het leger en vloot tot zover met riscio voor het eigen leven op de frontlinies tegen de legers van Iros vochten en toch verloren ze langzaam..
Waar kon het aan liggen? Misschien aan het hof? Ze had daar geen info of contactpersonen en voorlopig zou ze daar ook geen bereik tot hebben dacht ze verbitterd. Er moest iets zijn waardoor Rindar meer verloor dan normaal, maar wat was het nou?

Richard glimlachte. Eindelijk. Yvin. Nu zou hij alleen nog de rivier over moeten gaan. Hoewel hij met een opgetogen hart de stad in ging, voelde hij zich vermoeid en dacht na. Morgenochtend zou hij proberen te regelen de rivier over te gaan met een boot. Dan zou hij proberen een paard te huren en meteen richting de hoofdstad te gaan.

 
De meloen spatte open en de stukken vlogen alle kanten uit. Het kogeltje had zich helemaal door de meloen geboord en was nu ergens in het gras gevallen. Mzer lachte haar toe. "Je bovenhandse sling is perfect, maar met je onderhandse sling ben je minder nauwkeurig."
"Da's ook moeilijker" verweerde Lezza zich.
"Je moet kunnen voelen wanneer het moment er is om te laten vliegen. Alleen dan zal je kogel juist vliegen."
"En anders blijf ik gewoon bovenhands slingeren."
Lezza nam nog een kogeltje uit haar tas en legde het in de leren lap van haar slinger. Ze nam diep adem en begon de slinger rustig te draaien. Na zo'n drie omwentelingen, liet ze los en raakte ze de appel die ze tot doelwit had gekozen. Het was een vervelende dag. Ze zag hoe Mzer een peer probeerde te raken. Net toen hij wilde werpen, wierp zij eerder. Toen haar kogeltje de peer verbrijzelde, keek hij haar verbaasd aan.
"Misschien moet jij wat beter oefenen?" zei ze met een smeulende glimlach.
"Misschien moet jij wat meer worstelen?" zei hij met een ondeugende glimlach. Hij liep naar haar toe en duwde haar. Voor ze het wist lag ze in de modder, met iets zwaars op haar. Zonder het te weten had ze zijn arm gegrepen en naar beneden getrokken. Dan probeerde hij met worstelen van haar te winnen, maar Lezza was klein en snel en wriemelde zich uit elke greep. Uiteindelijk was het zij die won. Ze lachten nog een tijdje na, tot ze besloten dat het tijd werd om terug te gaan. De rest was al vertrokken. Onderweg praatten ze nog wat bij.
"Heb jij al iemand gedood?"
"Anders zou ik niet tot de aqqar behoren?"
"Wie was het?"
"Hmm?"
"Wie was jouw eerste dode?"
"Een piraat. Hoezo?"
"Ik heb er al veel te lang naar uitgekeken om tot de aqqar te horen. Hoe voelt dat eigenlijk?"
"Niet slecht. Als je toetreedt krijg je een uitrusting naar keuze. Van koper of leer, brons is alleen voor de beste krijgers. Qallitha, Hreqq's moeder, heeft slechts een koperen vijgenblad als bescherming. Je mag kiezen hoe je uitrusting eruitziet, zolang je maar een salto over de muur kunt springen ermee."

Dat leek nog redelijk makkelijk. Ze kwamen net bij het dorp aan toen ze klokken hoorden. Het hele dorp keek op. De normale klokken kon je niet over het hele eiland horen, kon je dat wel... De alarmklokken van de Mqath-xin. Zes keer luidden de klokken. Piraten? Nee. Drie klokslagen waren piraten, herinnerde Lezza zich, maar zes? Ze zag mensen in het dorp die vlug hun spullen pakten en andere mensen heen en weer lopen. Ze pikte op dat de hele clan zo snel mogelijk naar Mqath-xin moest vertrekken. Was het misschien een hele piratenvloot die hier slaven wilden maken? Nee, zes klokslagen betekende erger dan dat. Zes klokslagen betekende een invasie.
 
De hele strijdbare clan was samengekomen rond de kleine heuvel. Slechts de alleroudsten, allerjongsten en anderen die niet konden vechten waren al naar Mqath-xin vertrokken. Honderden, misschien zelfs duizend, Zhan krijgers bijeen. Op de heuvel stond het clanshoofd, Haqqam Eenoog. Hoewel het clanhoofdschap erfelijk was, werd er over de belangrijkste zaken democratisch beslist door iedereen die in staat was te vechten.
Er waren, zoals in elke clan, drie kasten van krijgers. De grootste groep waren onervaren, groene krijgers. Zij droegen gewoon hun tunieken van vlas of katoen en sandalen. Naast hun slinger hadden ze een stenen bijl of een dolk. De tweede grootste kaste was de kern der strijders, de Zhan-aqqar. Dit waren krijgers die hun sporen al verdiend hadden. Als je eenmaal tot de Zhan-aqqar toetrad, kreeg je een koperen wapenuitrusting en een bronzen kortzwaard. Die wapenuitrusting bestond wel slechts uit een onderstuk en een helm, maar je mocht zelf wel kiezen hoe die eruit zagen. De meesten kozen een simpele rok of lendendoek van koperen schubben, maar sommigen toonden een andere smaak. Lezza bespeurde onder de aqqar enkele mannen met kruisbeschermers in de vorm van de kop van één of ander beest, of in de vorm van een veel te groot geslacht. Ze zag ook Qallitha, met haar koperen vijgenblad. De meeste aqqar hadden hun bovenlijven en gezichten beschilderd met bruine, rode, groene en zelfs blauwe oorlogsverf. Ze zag Mzer, die een gewone schubbenrok droeg, maar daarentegen wel een hoge puntige bronzen kap had.
Ten slotte was er de kaste der helden, de Zhan-aqqil. Zij droegen bronzen kurassen, wapenrokken met bronzen plaatjes en bronzen scheenbeschermers. Hun bronzen helmen waren rijkelijk versierd en getooid met gekleurd paardenhaar. Naast hun slingers droegen ze elk een verkortte bronzen zeis op hun rug, een lelijk wapen waarmee je makkelijk iemand van zijn ledematen kon ontdoen.
Haqqam Eenoog droeg een gesloten helm met een robijn op de plaats waar zijn ene oog vroeger was. Hij hief zijn armen en sprak de clan toe.
"Vrienden! Vreemdelingen van ver komen neergedaald om onze Rindarese partners van ons dierbare Mqath te verjagen. Wij hoeven niet te vechten, want wij nemen geen deel in de oorlogen van Rindar. We kunnen blijven zitten om te kijken hoe ze verjaagd worden door de vreemdelingen, en hoe zij op een dag ook verjaagd zullen worden door andere vreemdelingen. Maar is het niet zo dat Rindar ons welvaart heeft gebracht? Waren zij het niet, die ons lood brachten, waardoor onze slingers nog dodelijker werden? Waren zij het niet, die ons glas leerden maken? Waren zij het niet, die ons behoedden voor de Norlosi slavenhandelaars die in vroeger tijden ons vanuit de zee verrasten en alle kinderen die niet snel genoeg waren gewoon meenamen? Ik snak er dan ook naar om te weten wat jullie willen, o dierbare kameraden en krijgers, zullen we de binnendringers met open armen ontvangen? Of zullen we onze Rindarese vrienden helpen om hen de zee in te drijven!?"
De menigte begon luid te joelen, en de meesten staken hun wapens hoog in de lucht: "Hraa hraa hraaaa!!" De strijdkreet van de Zhan. De krijgers hadden besloten.
 
''****, **** ****zooi!''
Het ging net, maar echt moeizaam. Ilse deed ineens een stap naar achteren, waardoor haar tegenstander naar voren viel. Snel haalde ze met haar dolk, in haar linkerhand, uit. De keel van haar tegenstander reet op en de soldaat viel voorover neer. Ze draaide zich om. Gareth was met zijn hamer een ware slachting aan het verichten onder vijandelijke soldaten. Toch werd hij langzaam terug gedrongen en moest hij grond weg geven. De soldaten van Rindar vochten grimmig en deden hun reputatie als hardnekkige tegenstanders eer aan. De langboogschutters schoten een salvo en Ilse liep langzaam naar achteren. De salvo was een succes, vele vijandelijke soldaten vielen neer. Toch werd hun situatie steeds wanhopiger en liepen drie linies van voetsoldaten nog rustig op het gevecht af, waar de linies van Rindar stand wist te houden tegen de twee aangestormde linies.
Ze vloekte en keek rond, de ruiterij kon ze vanaf haar positie niet zien, maar ze wist al dat dit slecht zou aflopen.

Ineens was er een kleine explosie en de grond trilde. Ilse schrok en keek rond. Gareth stormde uit de stofwolk en ramde door. Hij had magie gebruikt om ruimte maken en stormde nu op de geschokte vijandelijke soldaten. Het was op een vreemde geruststelling dat Gareth eigenlijk mee was gegaan. Ze haalde adem en stormde achter Gareth aan. Een soldaat hief zijn zwaard en grijnsde. Ilse wierp haar dolk en raakte hem in zijn zwaardarm. De man schreeuwde en liet zijn zwaard los. Ilse rukte met een snelle beweging haar dolk eruit en stootte haar zwaard in de maag van de soldaat. Ze rukte haar zwaard eruit en bukte. Een bijl ging over haar heen en ze hoorde gevloek. Ze draaide zich om en haalde de man onderuit door een been met haar zwaard eraf te houwen. Met een soepele en snelle beweging stak ze daarna haar zwaard in de borst van de schreeuwende soldaat. Ze hijgde en keek rond. Deze slag zouden ze alleen weer winnnen met grote verliezen...Alweer..



Richard gromde. ''Vuile smerige...'' Hij was op een boot, maar de eigenaar had wel erg veel gevraagd, vond hij zelf. Toch zijn reis verliep tot zover zonder problemen en hij moest alvast gaan nadenken hoe hij het beste contact zou opnemen met degene die hij moest opzoeken. Volgens de opdracht van Merkus zou diegene hem verder helpen en proberen te sturen in hoe hij de probleem kon verhelpen in Belim..Het was dus nog maar even afwachten.
 
Vijftig schepen. Vijftig schepen voor ongeveer 4000 soldaten. Dit was zo goed als de hele vloot van Rindar. Vergeleken met de Norlosi vloot was dit slechts niets. Norlos kon met gemak het tienvoud aan schepen oproepen, die op de koop toe nog eens beter waren. Joan nam nog een slok wijn. Toen ze naar Irlof vertrok kwam ze op de weg soldaten tegen die de andere kant op gingen. Er werd fel gevochten in de oostmarken, en de koning verzamelde zijn leger in Caeron.
Irlof was rond een baai gebouwd. De stad was kleiner dan Caeron, maar properder. Het kasteel was een grote vierkante donjon op een rotsheuvel in de stad. Eryg Jyllan, de oudere broer van vrouwe Fyna Jyllan die in Caeron het ambt van hofmeesteres bekleedde, was de Heer van Irlof. Hij zat tegenover haar aan tafel.

"U heeft geen honger meer?"
"Nee. Mijn maag keert zich bij het lezen van al deze berichten."
"Na tien jaar in de Koningsgarde zou men denken dat uw maag meer aan kan. Maar het klopt dat we de laatste week niets dan slecht nieuws horen. Wanneer vertrekt u trouwens?"
"Zodra de mannen zijn ingescheept. Ten vroegste vanavond en ten laatste morgenavond."
"Anders kan u nog een paar dagen blijven. Mijn kasteel staat open voor leden van de Koningsgarde."
"Bedankt, maar nee. Ik heb al genoeg van uw gastvrijheid genoten. Hoe langer ik hier blijf, hoe meer tijd ik verlies. Een beleg kan soms wachten, maar deze niet."
"Ze worden belegerd door paladijnen van het Licht en niet Irlos, dat verandert de zaak. Ik hoop dat u erin slaagt Solpor te ontzetten."
"Als het tegen dan nog niet gevallen is. Het garnizoen telt slechts 500 soldaten waaronder enkele ridders. Ze zullen hoogstwaarschijnlijk de inboorlingen tot de wapens roepen, maar dan nog. 3000 man hoogstens? De spionmeester zei me vlak voor mijn vertrek dat de paladijnen 15000 man sturen. Dat is de helft van al hun troepen. Ze hechten verdomd veel waarde aan de baai van Hessen."
"Omdat de sleutel tot Hessen de baai is. En de sleutel tot de baai is Solpor. U sturen ze op een mogelijke zelfmoordmissie om een stad te redden die een baai redt die op zijn beurt een stad redt die de koning zelf kan redden en op een makkelijkere manier. Misschien wil zijne majesteit zijn garde zo nu en dan eens vernieuwen?"
"Doet er niet toe. En ik vind dat u nu vergif spuwt, heer. Ik ben hier diegene die een eed gezworen heeft en ik houd me er aan. Toen de Heren Garner en Ferenq in opstand kwamen, verstopte u zich achter uw muren. Uiteindelijk kwam u toch opdagen, maar pas toen de beslissende slag al gewonnen was. En dat omdat uw zuster met één van dat addergebroed getrouwd was. U noemt het een zelfmoordmissie, omdat u het woord van de koning wantrouwt. Ik heb ook mijn twijfels over Zijne Majesteit, maar een eed is een eed!"

Ze voelde zich licht ongemakkelijk. Haar zelfbeheersing had ze even niet meer, en dus was het haar hart en niet haar verstand dat sprak. Met zulke heren moest je oppassen, want in hun lachjes schuilen giftanden.

"Het is laat" begon Eryg Jyllan terug "en onze vermoeidheid speelt ons parten. Ik wens u een goedenacht toe."

Met grote passen trok hij zich terug naar zijn vertrekken. Hoe verder hij was, hoe stommer Joan zich voelde. De trouw of eer van een edelman voor zijn neus in vraag stellen, was zoals met vuur spelen.
 
Lezza keek vanuit de toren neer op de baai. De stad lag aan een bijna perfecte natuurlijke haven. De baai werd tegen golven beschermd door een landtong waarop een vierkant fort stond. Dat fort was bezet door de 600 krijgers van de Undaq clan en een paar soldaten van de stadsmilitie die daar de blijdes hanteerden. Ron Tileul, de gouverneur en een gehard krijgsman, had toegezien op de fortificaties. Er waren kuilen gegraven met staken in, meer blijdes gebouwd en de poorten verstevigd. De stad zou vooral langs de zuidkant, van de zee dus, worden aangevallen dus bevonden de meeste troepen zich daar. De 800 krijgers van de Zhan bevonden zich het meest westelijk. In het midden bevonden zich de soldaten van de stad, met de ridders van Tileul, in totaal zo'n 500 man sterk. En oostelijk bevonden zich de 900 krijgers van Eqez clan. De noord-west-en oostkant van de muur waren slechts licht bemand door leden van de militie die niet in reserve waren gehouden.

De binnenvallers hadden twee kampen opgezet, één kamp voor de stad en één kamp voor het kleine fort. De soldaten van de binnenvallers droegen witte uniformen met gouden strepen. De meesten droegen hellebaarden of speren, anderen hadden van die vreemde bogen. Het meest indrukwekkend waren de soldaten met harnassen. Lezza wist niet zeker of staal nu echt beter was dan koper, maar in elk geval vond ze koper mooier. Ze zag dat er ladders en houten torens gemaakt werden, daarvan waren al acht ladders en twee torens af.

"Mooi zicht he? Al die stalen mannen, allemaal bereid om ons hele zootje ongeregeld de keel over te snijden. En dat louter omdat we in iets anders geloven dan hun."

Het was Qallitha. Ze was slechts iets groter dan Lezza, maar minder fragiel gebouwd. Tussen haar bruine haar groeiden al strepen grijs. Ze was zo'n dertig jaar ouder dan Lezza.

"Al die witte uniformen... je zou bijna denken dat ze de Witte Krijger van de profetie moeten voorstellen. Geloof jij in de profetie?"
"Ik euh, ik weet het niet. Iedereen gelooft erin. Jij?"
"Waarom niet? De man die dat honderd jaar geleden voorspeld had, had al meerdere voorspellingen gehad die uitgekomen zijn. Hoe dan ook, denk ik niet dat zij de Witte Krijger zijn. Volgens de profetie komt die ons bevrijden."
"Zij kunnen ons toch ook..."
"Nee. Ik ken die lui. Als we ooit terug in het dorp zijn, laat ik je mijn huis zien. Barstensvol schedels van gevallen vijanden... Ook koppen van zulke lui."
"Ik heb erover gehoord. Waarom zit je nog niet bij de Zhan-aqqil? Mzer zegt dat jij zelf beter bent dan velen van hen."
"Ik heb gewoon geweigerd. Zij mochten me goed genoeg vinden, maar ik niet. Ik wil niet als een held vechten, maar als een legende. Dan pas zal ik mijn bronzen vijgenblad verdienen."
"Dat vijgenblad van jou... Waarom in hemelsnaam een vijgenblad? En zelfs als je tot de Helden hoort wil je nog steeds een vijgenblad? Dat is toch niet serieus?"
"Mijn moeder deed dat. En haar moeder, en zo voort."
"En nu heb je een zoon."
"Zonde van de traditie dan. Maar ik ga vroeg slapen. Jij doet dat beter ook. Oh en als je me nodig hebt, ik ben er voor je."
 
Lezza


Dageraad. De soldaten van het Licht zaten massaal op hun knieën voor het gebed. Toen het gebed gedaan was, renden ze naar hun ladders en de belegeringstoren. Vandaag gingen ze gespreid over de hele zuidkant van de muur bestormen. Eerst werden er salvo's van pijlen en loden kogels gewisseld. De meeste pijlen vlogen over de muur als ze te hoog vlogen, of bleven erin steken als ze te laag vlogen. De kogels verdwenen in de mensenmassa en bleken doeltreffender op deze afstand. Vanuit de toren deed Lezza alle moeite om ervoor te zorgen dat er altijd een kogel in de lucht was. Ze zag hoe de ladders dichterbij kwamen en probeerde de ladderdragers te raken. Toen de ladders werden geplaatst, klommen hordes soldaten de muur op. De meesten werden weggedreven, maar af en toe kwam er een doorbraak waardoor ze haar toren bestormden. De enkelingen kwamen nooit verder dan de trap, waar ze onthaald werden door lood.

Weer een doorbraak. Tien soldaten waaronder één ridder stormden de toren waar Lezza, Mzer en nog drie anderen in zaten. Drie van hen werden geraakt door een loden bol. Eén van hen stierf op slag, de rest tuimelde de trap terug af waar ze afgemaakt werden. De ridder kwam op haar af. Ze trok haar koperen dolk. Nu voelde ze zich wel ongemakkelijk met haar tuniek en dolk tegen een harnas en een stalen zwaard. Ze probeerde rond hem te dansen. De ridder haalde uit met zijn zwaard, maar raakte lucht. Maar de ridder was sneller dan Lezza had gehoopt. De punt van het zwaard raakte haar net en schampte haar schouder door haar tuniek heen. De ridder werd steeds meer gefrustreerd, maar Lezza was te klein en te snel. Toen hij met zijn rug naar de trap stond, wilde hij langs boven uithalen. Lezza dook onder het zwaard door en besprong de ridder die omver viel tegen de trap... die brak. Lezza wist nog net aan de stenen rand vast te houden, maar lang kon dat niet duren. De ridder had zich aan haar been vastgeklampt. Wanhopig probeerde ze de ridder van zich af te stampen met haar andere voet. Voordat de ridder uiteindelijk loste, greep hij nog om in alle wanhoop nog iets vast te houden. Hij greep de rand van Lezza's tuniek, die scheurde waardoor de ridder met haar kapotte tuniek in zijn hand viel. Lezza keek naar beneden hoe de ridder de trappen aftuimelde tot aan de bodem van de toren. Achter haar hoorde Lezza een bekende stem.

"Werp jezelf achteruit, ik vang je op."

Qallitha stond achter haar. Zij kwam van de muur met nog zo'n vijf aqqar om deze toren uit de nood te helpen. Lezza zwaaide haar lichaam achteruit, loste de stenen rand en werd door Qallitha opgevangen.

"Kind, je bent gewond."
"Daar zal ik straks naar kijken, eerst die ridder."
"Heb je graag dat ik meekom?"
"Nee, ik zag hoe hij viel. Hij zal er slechter aan toe zijn dan ik. Zijn zwaard is trouwens gebroken tijdens de val."
"Goed, ik ga een touw halen zodat je straks terug op de toren kunt."


Lezza liep de houten trappen af. Op sommige plaatsen was de trap recent vernieuwd, op andere stukken was die even oud als de trap die nu kapot was. Beneden zag ze de ridder. Hij zag haar niet.

"Verdorie nog aan toe... ik denk dat... mijn ribben, zouden ze gebroken zijn?"
"Als je je overgeeft zullen we je daarbij helpen. Doe je helm af en geef je wapens over."


De ridder keek naar haar om.

"Jij? Ik...ik ga geen gezichtsverlies lijden door me over te geven aan zo'n hoer als jij!"

Hij trok zijn dolk en stormde op haar af. Zij had de haar dolk nog in haar hand. De ridder haalde uit met een steekbeweging, maar Lezza danste er om heen zodat ze achter hem kwam. Nu was het haar beurt! Ze stak met haar mes naar de nek tussen de helm en het harnas en... ze miste! Haar koperen dolk kwam loodrecht tegen het pantser terecht en brak. Hij draaide zich om en stak weer naar Lezza toe. Snel sprong ze achteruit en schopte de dolk uit zijn handen. Ze nam haar slinger en terwijl ze  over de ridder sprong, wikkelde ze die rond zijn nek. De ridder viel achterover en kon niet meer opstaan. Lezza trok de slinger steeds harder en harder aan. Hoe meer de ridder tegenspartelde, hoe harder ze het aanspande... tot de ridder niet meer spartelde. Nu voelde ze wat voor inspanning ze geleverd had. Ze voelde haar hart tot in haar keel kloppen, hoe het zweet door haar haren liep en hoe diep ze moest ademhalen. Uit nieuwschierigheid trok ze de ridder's helm af. Het was een jonge, knappe man met kort blond haar geweest. Niet veel ouder dan zijzelf, en waarschijnlijk was zijn eerste gevecht. Even had Lezza medelijden met de stakker. Ze hoorde iemand klappen. Alweer Qallitha.

"Wel wel... mooi gevecht."
"Heb je de hele tijd staan kijken?"
"Het was jouw gevecht, het zou onbeleefd zijn als ik jullie had gestoord. Je hebt het goed gedaan, kind. Dit ga ik straks tegen Haqqam vertellen. Is het je eerste dooie?"
"De eerste waarvan ik zeker ben. De stakker, het was zijn eerste gevecht. En nu?"
"Nu? Hoezo nu?"
"Jij zei dat je altijd de hoofden van je vijanden bewaarde. Wat moet ik?"
"Z'n kop meenemen, een hapje uit zijn hart bijten... maakt mij niets uit."
"Ik laat 'm liggen."
"Mij best. Kindje je ziet er niet goed uit. Verzorg je wond of laat iemand hem verzorgen, en je tuniek, kindje, je tuniek is een puinhoop. Kom straks naar mij, dan zal ik zien of ik er iets van kan maken."



Terug op de toren verzorgde ze haar wond met wat water en duizendblad. Bladeren van de duizendblad zorgden ervoor dat je bloed ging stollen. Toen ze klaar was keek ze vanuit de toren richting het oosten. Ze zag hoe de zwaar bewapende mannen van gouverneur Tileul de belegeringstoren zelf als uitvalsbasis gebruikten. Ze zag hoe de armen van katapulten stenen wegwierpen die soms wel tien soldaten verpletterden. In de late namiddag trokken de soldaten van de orde zich terug, elke gewonde die ze hadden namen ze mee. Slechts de doden lieten ze liggen. Mzer gaf haar wat wijn om te drinken.

"Ze hebben ginds in het fort hard gevochten. Al die doden... Onze broeders van clan Undaq hebben dat gespuis grondig laten bloeden... Maar of ze het volhouden?"
"Ze zijn maar met hoeveel? Vijfhonderd? Zeshonderd? Lang kunnen ze het daar niet uithouden."
"We zullen zien. De Witte Krijger zal ons komen verlossen."
"Als je daarop hoopt, dan heb je al verloren."



De volgende dag gingen de gevechten door, en de dag daarop, en de dagen die daarop volgden. Steeds werden de soldaten van het Licht teruggedreven met zware verliezen. Maar ook de Mqathi leden onder de felle bestormingen van het geloof. Wie kon het het langste volhouden?

 
后退
顶部 底部