Kings Will - Life or death - RP

正在查看此主题的用户

Roran kon zijn oren niet geloven. Zijn ogen puilden uit hun kassen van verontwaardiging. Woedend trok hij zijn zwaard.

"Wat heeft dat te betekenen sadistische gek! Was het nog niet erg genoeg!" Siste hij woedend tussen opeengeklemnde kaken.
 
Halt zegt dat je je zwaard niet moet trekken als je het niet gaat gebruiken.. jij, als zijn schoothondje, mag daar wel over nadenken. Roran grijnsde. Wie zegt dat ik het niet ga gebruiken? Woedend stapt hij naar voren met een simpele schijnbeweging naar rechts waarna hij snel naar links stapt en zijn zwaard laat neerkomen op de plek waar Merkus staat. Even lijkt het alsof Merkus zwaargewond is maar dan vervaagd Merkus. Roran fronst even en staat recht. Wa- Met een enorme klap word hij in zijn rug geraakt door Merkus. Merkus, op zijn beurt, lacht even en kijkt blij toe hoe de ridder opstaat en zijn hoofd even schud. Roran draait zich snel om en stormt weer op Merkus af, klaar voor een nieuwe aanval. Deze keer weet hij zeker dat het de echte Merkus is.. echter elke slag die hij maakt op Merkus word gewoonweg ontweken. Merkus probeerde niet eens een tegenaanval te lanceren. Totdat hij genoeg had. Klaar met deze spelletjes? Hij wachtte niet op een antwoord en om zijn hand vormde zich een blauw vuur, dat zo helder was dat het de rest van het gebied donker maakte. Hij ramde zijn hand in de maag van Roran, die een schreeuw van pijn losliet. Op de wijsvinger van zijn andere hand begon een lichtblauwe stip te verschijnen die hij langzaam naar het voorhoofd van Roran bewoog.. Tijd om je maker te ontmoeten.. ridder. Hij grijnsde. Dit was een techniek waar hij lang aan had moeten werken, een techniek waarbij je de kracht en alle kennis van je tegenstander kon absorberen waardoor je tegenstander eigenlijk alleen nog leefde omdat hij wist hoe hij moest ademhalen. Net toen hij zijn wijsvinger bijna op zijn hoofd had geplaatst werd Merkus weggeblazen door een grote windstoot. Merkus! Jij vlegel! Blijf van die jongen af! schreeuwde Esther. Merkus zuchtte en liep terug naar binnen. Hij was ergens teleurgesteld dat hij de nieuwe techniek niet kon uitproberen op zo'n nutteloos iemand, maar hij had wel de achtervolgings techniek op hem uitgevoerd, waardoor over een uur zijn spieren uit zullen vallen. Die techniek zal zo'n uur of 4 duren.
 
Roran ging naar zijn kamer. Woedend bleef hij er rondturen tot hij eindelijk even rustig ging zitten op het balkon.

"Vervloek die Merkus met zijn grote bek..." Vloekte hij."

Hij wou net rechtstaan toen hij zichzelf voorover voelde vallen. Hij wilde nog zijn hand op de rand van het balkon leggen toen hij plots merkte dat hij zijn hand niet meer kon bewegen. Wat is dit?! dacht hij in paniek, toen hij over de rand van het balkon tuimelde, volledig verlamd.
 
''Verlamming.'' Adele keek koeltjes naar Roran. Ze knielde bij hem neer. ''Je bent een stomme idioot..Je vecht voor eer, maar weet je dan niet dat eer niks is'' Ze trok een gezicht waarin verachting te lezen was. ''Boven dien vocht je ook voor mijn eer....Ik had meer van jouw verwacht.''
Roran koel woeden terug. ''De idioot zegt alleen de harde waarheid die ze zelf niet onder ogen wilt zien, waardoor ze voor altijd stom zal blijven! Eer is net als loyaliteit een groot goed!''
Adele zweeg en dacht na. Hij had ergens een punt. Ze zuchtte en hielp Roran op zijn bed. Ze keek naar buiten en dacht na. Roran wou nog steeds bewegen, maar kon niks doen. Adele glimlachte droevig en keek naar Roran. ''Je bent een irritante rotzak weet je? De enige die continue me opbeurt en me probeert te beschermen...'' Ze boog zich over en fluisterde in zijn oor : ''Dank je wel, Roran.'' Ze gaf een vluchtige kus op zijn voorhoofd en wou weglopen.
''Wacht, hoelang duurt de verlamming ongeveer?'' Adele dacht na. ''Ik heb het eerder gezien, bij een gozer met de naam Richard. Hij wist door de verlamming heen te breken, maar ik neem aan dat jij niet tot de Carin clan hoort en dus ook niet de Cain gave op kan roepen? Roran keek alleen maar vragend, wat Adele als een nee beschouwde. Ze lachte en wuifde. ''Het zal een paar uur duren, hou je koest, dan is het sneller voorbij Roran.'' Ze liep weg.

Esther sloeg nog een keer. ''Ben je godenverdomme helemaal uit je plaat getikt? Volgende keer zal ik een paar bezweringen op je los laten! Als je grootmeester wilt blijven dan...''

''Dat is.....als ik niet terug was gekomen...Esther, ga...Merkus...ga naar je miezerige post, waar je thuis hoort, stuk verdriet.''
In de deur opening stond Caine, die met een kille blik naar de twee keek. Zowel Esther als Merkus wisten niks te zeggen en voelde zich ongemakkelijk. Hoe was Caine terug gekomen en waarvan vandaan?!
 
Roran lag onbeweeglijk in bed.

"Lekker dan." Zei hij tegen zichzelf. "Gelukkig dat ik dan nog op het dak van de stallen viel, anders was ik behalve een grote idioot ook nog eens morsdood." Vervolgde hij walgend.

Hij kon zijn vingers al een beetje krampachtig bewegen aan zijn rechterhand, toen hij het geroezemoes op de binnenplaats hoorde.
 
Ilse zuchtte en keek rond. Ze was samen met Gareth en andere overlevers veilig aangekomen in Middas. De sfeer was grimmig en de meeste soldaten keken teneer geslagen voor zich uit. Spoedig zou het vijandelijke leger van Iros een beleg op Middas uitvoeren. Ze twijfelde. Ze kon samen met Gareth proberen de beleg door te staan of proberen weg te glippen. Een beleg zou betekenen dat ze amper zouden kunnen glippen, als het zou moeten. Ze zouden ook geen berichten naar de Burcht kunnen sturen. Ze twijfelde.
Ze zouden afwachten wat de troepenmacht zou doen, hier in Middas. Misschien zou er zelfs nog hulp van de Burcht komen.....Misschien, dacht ze bitter.

Richard krabde over zijn hoofd. Aramos keek voor zich uit en vertoonde geen emotie. De stad Snarl lag voor hen en Richard zuchtte. ''Goed, goed....Je had gelijk en ik niet. Had beter moeten weten, gezien je een nomade was.'' Aramos fronste. ''Was?'' Richard knikte. ''Ja, maar komt later wel...Hoop ik, kom.''

De twee gingen de stad in en liepen rond. Aramos wou wat zeggen, maar Richard was hem voor. ''Laat niks merken....ik zag het al. Laat niets merken.'' Aramos knikte niet, maar Richard zag dat hij het begreep en wierp een vragende blik naar de malak. Aramos zuchtte. ''Hoewel hij niet kan praten is hij wel slim genoeg om je te begrijpen.'' Richard grinnikte. ''Slim genoeg om niet te praten, maar wel om te luisteren...''
Ze liepen door en toen werd Richard het zat. Hij gebaarde naar Aramos dat ze afsloegen en ging een steeg in. Het was een donkere steeg die uitliep in een donkere buurt...Die dood liep. Richard zuchtte en draaide zich om. Een groep gemaskerde zwaardvechters stond op ze te wachten. Op enkele daken stonden gemaskerde mannen naar hun te loeren en een van die mannen had een tweehandige bijl en een meer indrukwekkende harnas. Tot tegenstelling tot hun vorige aanvallers, hadden deze nu meer pantser en leken ze ook gevaarlijker....
''Aramos...pak die mannen op het dak..Ik pak die groep zwaardvechters...Blijf op je hoede...Ik vermoed dat we nu tegen een elite eenheid zullen vechten..'' Meteen trok hij zijn twee kortzwaarden en activeerde hij de Carin gave.
De pijnscheut kwam en Richard keek koeltjes naar de oppositie. De man op de dak met de tweehandige bijl openende zijn linkerhand, waar een vuurbal ontstond. De man wachtte even en de bal werd groter. Hij wierp het richting Richard die niks deed. De vuurbal maakte een verschrikkelijke geluid toen het naar hem toevloog en raakte de grond, waar Richard eerst stond. Die was naar voren gesprint en bracht zijn linker kortzwaard naar voren. Een andere zwaard pareerde zijn slag. Richard zag rechts van hem een man met een sabel op hem afspringen en dook naar beneden. De verticale slag mist hem en Richard draaide rond.
Gebruik makend van de vaart waarmee hij draaide, sneed hij met zijn linker kortzwaard een diepe snee in maagstreek van de aanvaller. Die strompelde naar achteren en vloekte. Een andere dook op Richard af, die opzij stapte en zijn rechter kortzwaard naar boven bracht. De man kon niet in zijn vlucht op tijd stoppen en spietse zich zo op punt van het kortzwaard. Richard trapte de man van zijn rechter kortzwaard en vervolgde zijn dodelijke zwaarden dans. Hij grijnsde en zijn kortzwaarden gaven een knetterend geluid. Een zwaard kwam op hem af en Richard stapte naar achteren en houwde met zijn rechter kortzwaard. De pols van de aanvaller viel op de grond, terwijl de man schreeuwde van de pijn. Richard besteede er geen aandacht aan en wierp een vluchtige blik op Aramos. Die was effectief de magiers en boogschutters op het dak aan het bevechten, maar zag niet de grote sabel van een tegenstander achter hem op zich afkomen. Richard vloekte en concenrteerde zich. De wereld leek zich te vertragen en Richard voelde ineens een grote druk op zich. Hij bewoog zich ook slomer en stond klaar om zijn linker kortzwaard te werpen. Aramos keek langzaam verbaasd toen hij zag wat Richard deed. De kortzwaard vloog recht op zijn gezicht af en de bliksem die het omgaf knetterde dreigend. Meteen schoot een straal zand erop af om het tegen te houden, maar het was niet net niet genoeg om het zwaard te stoppen. Het vloog recht langs het gezicht van Aramos en boorde zich in de borst van de man achter Aramos. Die schreeuwde van de pijn en achteruit strompelde. De bliksem die het zwaard eerst omgaf verdween...Toen schreeuwde de man nog harder en greep naar zijn hoofd. Die knalde uit elkaar. Richard grijnsde en voelde een verandering plots komen.
De Carin gave veranderde.
Sharingan3.gif

Meteen dook Richard weg voor een aanval en sprong naar achteren. Hij wierp een glimlach naar Aramos. ''Kom op, broertje! Laat me niet alleen vechten!''
 
Halt keek naar Middas. De Irosi legers hadden eerst de streek geplunderd om hun bevoorrading op peil te houden, maar de meeste dingen waren al verwoest bij de terugtocht van het Rindarese leger. Je kon nog de dikke zwarte rookpluimen zien van de brandende graanvelden. De stad werd erdoor in een grimmige lucht zwaar afgebeeld, alsof het zelf een groot monster was.

Hij reed de stadspoort binnen, en keek naar de burcht in het hoogste deel van de stad. Ze reden naar een herberg die er goed uitzag en huurden een kamer.

"Will, blijf jij even hier, wil je?." Zei Halt door het raam naar de burcht kijkend.
"Natuurlijk Halt." Zei deze.

Halt wandelde nonchalant naar de poort van de burcht, waar hij de wachtpost overtuigde van zijn nieuwe identiteit als huurlingenkapitein over een boogschutterseenheid. Hij werd voor een audiëntie naar de graaf geleid door de major domo, na nog maar een korte wachtperiode.

Hij werd binnengeleid in een spartaanse grote zaal. Deze zaal ontbrak enig ding dat geen practisch nut had, en herbergde op dit moment de graaf en zijn adviseurs, die de komende slag bespraken. De graaf richtte zich op. Het was een grote, stevige man, het typische ridder uiterlijk. Hij was zo'n 40 a 50 jaar schatte Halt, aan de terugwijkende haarlijn en de oprukkende strepen grijs te zien.

"Ah, jij bent die huurlingenleider." Zei de graaf onmiddelijk. "We kunnen elke strijdklare man gebruiker."
"Dat is het probleem. Ik ben een ervaren leider, maar mijn mannen zijn tijdens de vorige slag in de pan gehakt tijdens de flank aanval van de Irosi-cavalerie. De overlevenden zijn gevlucht of gevangengenomen." Zei Halt verontschuldigend.
"Verdorie. Nou goed. Vervloek me dat ik op het woord van een huurling moet vertrouwen, maar ik zet een groepje van militie onder jou. Er is een schrijnend gebrek aan capabele kapiteins op het moment." Zei de graaf boos.
"Waaruit bestaan mijn eenheden?" Vroeg Halt.
"Je krijgt 200 boogschutters onder je commando, allemaal handboogschutters, want zoals de wet voorschrijft moeten vele dorpen schutters tot mijn beschikking stellen, en ook een 100-tal zwaardvechters. Tevreden?" Antwoordde de graaf slecht gehumeurd.
"Ik zou de cavalerie zo niet inzetten hoor." Zei Halt plots tegen de kibbelende adviseurs.
"Gebruik ze voor een uitval. Laat ze de buitenmuur innemen, en trek net snel genoeg terug om hun mee te sleuren. Bij een afgesproken signaal breekt de infanterie in de straten uiteen, en doe je een uitval met de zware cavalerie uit de burcht. Zodra de straten schoongeveegd zijn werpt de infanterie zich in de chaos, terwijl de boogschutters uit de burcht enige aanvallen aan onze flanken ontmoedigen." Vervolgde Halt onverstoorbaar.

De mannen zwegen gezamelijk en keken naar deze onbeschofte vreemdeling, die hen zomaar zijn mening op kwam dringen. Enkele van de baandermannen van de graaf knikten, maar de meesten protesteerden. Meer voor de vorm dan omdat ze het idee afkeurden.

"Wie denk je wel dat je bent?" Riep een van hen. "De graaf en zijn belangrijkste adviseurs de les lezen! Ik zal jou huid hebben bij de volgende onbeschoftheid!"

De rest steunde hem joelend.

"Hou jullie mond! Hij heeft wel een punt. Als we de cavalerie naar buiten sturen worden ze afgeslacht." Zei de graaf woedend.
"Dus we laten de vijand binnen in de stad? Dan steken ze alles onmiddelijk in brand!" Krastte de leider van de verontwaardigde baandermannen.
"Dat is een risico. Een veldslag bestaat uit risico's nemen. Dat kan fataal zijn. Maar het gaat erom de juiste risico's te nemen." Zei Halt diplomatisch.
"En hoe weet je dan dat dit de 'juiste' risico's zijn?!" Riep dezelfde man.

Halt grijnsde.

"Dat weet je pas na de veldslag."
 
Richard grijnsde en keek de groep elite eenheden aan. Sommige lagen dood en een lichaam van een magier viel van het dak af, door een vorige aanval van Aramos. Ze zouden dit winnen. Hij draaide zijn kortzwaard en opende zijn linkerhand. Bliksem vonkte dreigend en begon langzaam steeds meer zich uit te breiden in een bol. Richard grijnsde, maar zijn ogen waren gevuld met een kille woede. Hij richte de elektrische bol op de groep zwaardvechters, die op hem af rende. Ineens schoot de bol vooruit in een straal, die zich omvormde tot een soort van wolf. Een man probeerde opzij te springen en de wolf rende door. Toen hij in de midden van de groep was, ontplofte het uit elkaar en schoten kleine naalden van bliksem alle kanten op. De meeste raakten gewond en schrokken, drie man viel dood neer, dat waren degene die het dichtsbij stonden. Richard stormde op de resterden af en hief zijn kortzwaard. Toen schrok hij. De sabels en zwaarden van de mannen begonnen op te lichten en een soort energie omgaf het. Het was dezelfde techniek die Richard toepaste met zijn bliksemelement op zijn kortzwaarden. Geschrokken wou hij achteruit springen, maar schrok en wierp een blik achterom. De man met de tweehandige bijl was achter hem geglipt en sloeg toe. Richard zag met de Carin gave hoe de bijl kwam en met wat voor kracht, maar wist ook dat hij niks eraan zou kunnen doen, gezien hij naar achteren sprong. Zijn ogen sperde open van verbazing en afschuw.

Ilse fronste en stootte Gareth aan. Die gromde en knikte. Ze liepen op een man af die bezig was met praten met andere soldaten, meer militie soldaten, gezien hun uitrusting.
Ze herkende de man ineens, het was Halt. Meteen rende ze op hem af en gaf hem een stomp op de schouder en grinnikte. ''Toe maar, versterking...Eindelijk, ik was al bang dat Merkus me alleen met Gareth een heel leger zou laten bevechten.'' Halt wreef over ze schouder en lachte. Hij kende Ilse en Gareth, gezien hij hun op enkele missies vroeger had geleid. Meteen werd Ilse serieus en keek grimmig. Ze begon de situatie uit te leggen aan Halt.
''Dus naast het feit dat we zeker weten dat er geen dienaren van de Orde van het Licht zich begeven in de ranken van Rindar, heeft de oppositie wel beschikking over groepen magiers. Die bundelen hun kracht en zorgen ervoor dat we terug gedreven worden.'' Halt fronste. ''Sinds wanneer is dat?'' Ilse dacht na. ''Ik zag het pas na de laatste veldslag, want daarvoor was het alleen staal tegen staal. Echter heb ik een groepje gezien en ook gezien hoe ze hun kracht bundelde en bollen van tovenaarsvuur op de linies van Rindar schoten.
De nekhaar van Halt ging overreind staan. Iedereen die beetje verstand afwist of ooit tovenaarsvuur had gezien, zou dat ook hebben. Tovenaarsvuur was vreselijk. Het maakt een vreselijke geluid wanneer het door de lucht vloog en dan de ergste kenmerk van tovenaarsvuur : de hitte. Het was erg genoeg om met een druppel een man te laten wensen dat hij zou willen gaan. Een druppel tovenaarsvuur zou op een blote huid doorbranden tot het bot en het vlees erom heen tot een bijna onherstelbare staat verschroeien. Hoewel het enorm vermoeiend was om zelfs maar een kleine bol te maken, zou het gemakkelijker zijn als een groep hun kracht zou bundelen en zo grote bollen ervan in vijandelijke linies zou kunnen gooien.
Ilse keek nog steeds grimmig. ''Wat gaan we eraan doen? Ik heb het maar paar keer gezien, maar ze hebben nogal wat groepen en ik wil niet echt een gat in een ledemaat hebben, gemaakt door tovenaarsvuur..''
 
"Hmmmm... Ik heb een ideetje dat daartegen zou kunnen werken. Geef me wat tijd." Zei Halt.

De volgende dag tijdens de dagelijkse beraadslaging van de graaf, wiens respect hij had verdient door zijn onbevreesde optreden tegen de adel, bracht hij deze informatie aan de man.

"Hierdoor wordt het levensgevaarlijk om de vijand binnen te laten tot de stad. Daarom moeten wij, vooraleer we dezelfde tactiek kunnen uitvoeren, deze magiërs uitdunnen. Deze vorm van magie vereist onmenselijke hoeveelheden energie, en eens dat je aan de bezwering bent begonnen, sterf je, of roep je magiërsvuur op. Mijn plan is dus, om tesamen met wat scherpschutters deze magiërs neer te schieten tijdens het oproepen van hun vuur, zodat ze allemaal sterven. Het verlies van enkele mannen zal de overige magiërs overbelasten en de dood insturen." Zei Halt tegen de verzamelde groep edelen en kapiteins, waaronder Gareth en Ilse, die op Halt's aanvraag in zijn companie werden geplaatst.
"En hoe weet jij zo zeker dat je hen überhaupt kan raken? Wie weet staan ze zelfs buiten gehoorsafstand." Zei een van de wrokkige edelen.
"Magiërsvuur vereist enorm veel energie. De basisregels van magie zijn de volgende: Magie gebruikt je lichaamsreserves als energie, net als hardlopen. Als je met magie een taak uitvoert, gebruik je evenveel energie alsof je de taak zelf deed. Je doet het gewoon sneller. Maar, hoe groter de afstand tussen het doelobject en de magiër, hoe groter het energieverbruik. Als je een lepel wilt ombuigen met magie terwijl je hem vast hebt of er 100 meter vandaan zit, dan zal je bij de laatste je voelen of je net een fiks eindje gespurt hebt. Zo werkt dat ook bij magiërsvuur. Ze zullen, als ze een redelijke hoeveelheid willen oproepen, toch minstens binnen de 100 meter moeten gaan staan." Legde Halt uit.
"En als ze in totale dekking staan?" Vroeg de graaf.
"Het is extreem moeilijk voor een magiër om een object te beïnvloeden dat ze niet kunnen zien. Het is dan moeilijk om de energie te focussen en te plaatsen. Ze zouden per ongeluk hun vuurballen 10 meter te vroeg laten neerdalen, wat al snel neerkomt op hetzelfde als dat wij een ton brandende pek op de aanvallers hun hoofden zouden gooien. Ze zullen in maximale dekking staan, maar ze zullen hun doelwit willen zien. Dat maakt ze kwetsbaar genoeg." Ging Halt uitvoerig verder.
"En wie zegt dan dat die 'scherpschutters' ze kunnen raken? Jij blaat maar over hoe goed ze moeten zijn, maar kan jij wel zo goed schieten?" Zei een wrokkige edelman.

Ilse en Gareth konden hun gezicht niet in de plooi houden en grijnsden voluit.

"Ach zo. Wilt u dan zo vriendelijk zijn die druif op uw hoofd te leggen? Dan demonstreer ik even." Zei Halt, zonder een spoor van enige emotie.
 
Ess werd wakker van geschreeuw en lawaai. Hij kwam steunend overeind en keek door het gat in de muur van zijn kamer. De gevechten waren alweer begonnen. Hij zuchtte diep en klom uit het provisorische bed. Hij liep naar het gat in de muur en keek er nogmaals doorheen.

De stad rookte. De stad was nu al 2 weken onder beleg, me gevechten die maar duurden. Ess was hier een maand geleden komen. Gezien het weer en de rust, zou dit bijna een vakantie kunnen zijn. Hij besloot hier te komen op aanraden van Pjeter. Hij had hier een contactpersoon die onderdak voor Ess verzorgde en contact hield met Pjeter. Pjeter had hem hierheen gestuurd, omdat hij bijna zeker wist dat het veilig was voor Ess. Maar hij had niet gerekend op de invasie die nu voor de stadspoorten lag.

Ess had in de maanden na zijn vlucht rondgezworven en geprobeerd uit de handen van de Orde te blijven. Het was vaak kantje boord, want ze zaten achter hem aan en wisten hem vaak te vinden. Daarom zijn vlucht naar dit eiland. Hij betwijfelde of hij hier helemaal veilig was, wat hij had begrepen van Pjeter, praatte men nog steeds over de heiden die bijna Generaal werd, maar werd ontmaskerd door een andere kolonel. Ess knarste met zijn tanden toen hij eraan terug dacht. Het verraad van Isos haalde nog altijd het bloed onder zijn nagels vandaan. Pjeter had gezegd dat ze hem hadden moeten doden, maar Ess had dit idee afgeschoten. Teveel aandacht zou dan op zijn garde worden gericht.

Na zijn ontsnapping had de Orde eerst Generaal Arot beschuldigd, maar na verder onderzoek bleek dat één van de wachters zijn sleutels had laten liggen in de kerker, waardoor de gevangene had kunnen ontsnappen. Ook hadden de bewakers, tegen de regels in, veel te veel gedronken waardoor ze niet alert waren, maar ook dat een zwakke gevangene onder hun neus kon ontsnappen.

Generaal Arot stapte op als Generaal van de Tweede Compagnie. Met de reden dat hij niet langer kon leiding geven, nu één van zijn kolonels een heiden bleek. Ess betreurde dit, maar wist dat dit de beste oplossing was. Dit voorkwam meer schaamte voor de man. De Orde had aangedrongen bij de koning om kolonel Isos te benoemen tot Generaal, wat gebeurde. Pjeter was de nieuwe kolonel van de Schaduwgarde en zorgde nog steeds voor het nodige spionage en sluipwerk voor het land. De nieuwe generaal was te druk met het doorvoeren van religieuze regels en het opnemen van paladijnen in zijn leger dan Pjeter in de gaten te houden. Pjeter zorgde er ook wel voor dat de Generaal niet achter zijn werk kwam, anders wachtte voor hem de strop.

Ess dacht nog eens diep na. Hij was hier ook om een tegenoffensief te bedenken tegen de Orde, maar ook om zijn naam te zuiveren, wat nog lastiger zou worden. Hij had al enige plannen liggen, maar deze waren nog in een vroege fase en hij miste ook de contacten en bondgenoten die hem zouden kunnen helpen. En nu, nu zat hij vast in een stad die onder beleg was van de Orde en Rindar die beide zijn naam en gezicht kende. Als er geen beleg was Hij zuchtte diep en verliet zijn kleine kamer om naar beneden te gaan voor ontbijt.



Beneden kwam hij Adil tegen. Adil was de contactpersoon van Pjeter. Adil was onderdeel van het netwerk dat Ess door de jaren had opgebouwd voor inlichtingen. Hij had spionnen in veel landen, want de vijand was niet alleen Rindar. Arot vond het belangrijk dat hij wist wat er omging in andere landen, daarom zorgde Ess voor een netwerk van spionnen en informanten, zodat ze informatie van overal vandaan konden krijgen. Adil was bruin gekleurd, een kort mannetje met zwart haar en rond de 40. Hij zag er misschien wat simpel uit, maar hij had meer in zijn mars dan mensen dachten. Hij praatte alleen honderduit, tot de irritatie van Ess.

"Goedmorgen meneer Ess."
Ess knikte kort naar Adil. Hij had slecht geslapen en was humeurig, dat kon Adil wel zien. Adil had brood, bananen en nog een soort van kokosdrank voorbereid voor het ontbijt.
"Er is niet veel, maar dat komt door de belegging meneer Ess. Alles is schaars op het moment."
Ess knikte nog een keer, en begon zwijgend aan zijn ontbijt. Adil praatte verder over koetjes en kalfjes.

Toen Ess zijn eten ophad praatte Adil nog door, "Ja, meneer, de boeren vragen zich af de bananenoogst nog wel lukt dit jaar, nu met het beleg en de droogte, weet men niets zeker. Zelfs Hakim van hiernaast verteld dat..."

Ess: "Ik ga naar buiten Adil. Kan je zorgen dat deze brief bij Pjeter aankomt?" Hij overhandigde Adil de brief. Adil die midden in zijn zin zat, sloot zijn open mond en knikte. Ess pakte zijn zwaard, bekeek deze nog eens goed, zoals hij elke ochtend deed en dacht terug aan de goede tijd bij de compagnie. Hij was altijd verbaasd door het mooie sierwerk en de kwaliteit van het zwaard. Iros has echt de beste smeden ter wereld. Hij stapte door de deur naar buiten in de stoffige straat. Het was nog vroeg in de ochtend, maar toch stond de zon al hoog en begon het goed warm te worden. Ess liep richting de muren en besloot maar eens een kijkje te nemen, want hij was toch nieuwsgierig naar het beleg.
 
Ze verzamelde zich in de grote zaal, een zaal speciaal voor ceremonies en dat soort aangelegheden. Caine stond op de verhoging en keek koel naar de leden van de Schaduw Orde die gekomen waren om te horen wat hij zou gaan zeggen. Toen het helemaal stil was haalde Caine diep adem en begon.
''Broeders, Zusters! Ik ben terug gekomen, nadat ik gevangen en gemarteld was, ben ik ontsnapt. Ik weet dat we een zeer zware klap hebben gekregen en dat de Orde van het Licht denkt dat we bijna weg gevaagd zijn....Ze zullen voor een nare verrassing staan! Wij zullen ze in de grond trappen! Ik weet ook dat wat er afgelopen tijd is gebeurt en dat het onze positie niet ten goede komt....Toch, blijf je je voor mij inzetten en zal ik jullie belonen.''

Na de toespraak ging iedereen weer zich wijden aan zijn of haar taak. Adele zuchtte en ging naar de bibliotheek zaal. Ze wou haar gedachtengang legen door wat boeken te lezen. Esther ging met haar mee.

Bloed spatte op de muur. Richards ogen waren helemaal open gesperd van verbazing en schock. De man die hem aanval keek omlaag. Een pilaar van zand had hem doorboord en toen breidde het zich ineens uit. De man schreeuwde het uit van pijn. Richard draaide zich om en keek snel naar Aramos. Die keek met een flauwe glimlach.
''Als je zo zeker was dat het leven het moeite waard is, waarom vecht je er dan niet naar? Ik had verwacht dat je dat zou doen, nadat je die woorden tegen me had gesproken.''
Richard grijnsde en deed even zijn ogen dicht. Hij hoorde iemand een vloek en draaide zich razendsnel om en bracht tijdens zijn draai zijn kortzwaard omhoog. De aanvaller werd van zijn buik tot zijn keel opgereten en toen begon de groep Aramos, Richard en Aramos zijn malak weer aan te vallen. Richard stak een aanvaller neer en zag hoe een andere werd getroffen door een geworpen kortzwaard van hem. Met zijn zand had Aramos het zwaard geworpen zodat Richard het weer kon pakken en gebruiken. De getroffen man snakte naar adem en wou het zwaard eruit trekken. Richard trapte een aanvaller weg en dook weg voor een houw. Terwijl hij dook, rolde hij voorover en pakte snel met zijn linkerhand de heft van de geworpen kortzwaard. Terwijl hij snel opstond rukte hij het kortzwaard uit de man en haalde met zijn rechter kortzwaard uit. ''En die is van mij, dank je.'' Mompelde hij en meteen moest hij weer een aanval pareren.
Ineens schoten slierten van zand de aanvallende gemaskerde mannen met zwaarden en sabels aan en haalde ze onderuit. Richard maakte een aanvaller af en zuchtte. Het was voorbij. Nadat hij zijn kortzwaarden aan een dode aanvaller had schoongeveegd keek hij even bezorgd naar Aramos. Die aaide zijn malak en glimlachte heel even naar Richard.

Richard schudde zijn hoofd en moest ook glimlachen.
''Het is ook me wat met jouw hea? OVeral waar we heen gaan, komen we in de penarie! Kom, laten we taverne zoeken en daar ons verfrissen en uitrusten.''
 
"Wat is er in godsnaam aan de hand! Help Iemand!" Riep Roran tevergeefs.

Spijtig genoeg voor hem was er niemand in de buurt die hem kon horen, en Adele was hem door de recente ontwikkelingen hem eventjes glad vergeten.

Ondanks het feit dat hij steeds meer gevoel terugkreeg in zijn lichaam kon hij zich nog steeds amper gecontroleerd bewegen. Maar hij hield het niet langer uit hier. Hij ging schokkend rechtop zitten, en probeerde op te staan, waarop hij onmiddelijk weer viel. Hij schaafde daarbij zijn knie lelijk aan de bedstijl. Hij gromde en ging opnieuw rechtstaan, en strompelde tot aan de tafel. Hij zocht naar iets om hem te ondersteunen toen zijn blik op de pook van de grote open haard viel.

"Dan maar zo." Beet hij zichzelf toe.

Hij sleurde zich naar de deur, duwde die open, en strompelde door de gangen naar de centrale grote kamer. Onderweg kwam hij Merkus tegen, waarop hij onmiddelijk in de verdediging ging staan, maar tot zijn verbazing leek Merkus wel bang. Lijkbleek keek Merkus de ridder aan, en liep hem straal voorbij.

"Wat in de..." Zei hij al toen hij de gang doorliep, en recht op de borst stuitte van Jens. De 2 jongemannen keken elkaar vorsend in de ogen toen Jens met een triomfantelijke grijns voorbij wandelde. Zo! Dat groentje heeft een pak slaag gehad! Uiteindelijk kwam hij in de nu leeggelopen zaal aan.

Vervloekt. Dacht hij. Was er ook aan de hand was. Het is voorbij. Hij besloot naar de bibliotheekzaal te gaan om Esther hierover meer te vragen, toen hij zich te snel haastte en vloekend van de trap viel. Beneden in de bibliotheekzaal kwam hij met een luide smak op zijn borst terecht, terwijl de pook uit de open haard luid achter hem aan denderde, en hem nog een tik op zijn rug gaf.

Het plotselinge lawaai deed iedereen in de bibliotheek opspringen, en al snel verscheen Esther vergezeld door een aantal andere mensen en troffen Roran vloekend onder aan de trap aan.
 
Adele keek even op en schudde haar hoofd. Echter maakte ze geen aanstalten om Roran te helpen en las verder. Enkele hielpen Roran overreind en hij kreeg nog een kleine preek van Esther.
Ze las verder en dacht ook na over bepaalde zaken. Toen sloeg ze het boek dicht en liep voorbij Roran. Ze glimlachte en ging trainen.  Ze wist dat Roran haar wou komen opzoeken en grinnikte terwijl ze doorliep.

Richard vloekte. Ze hadden enkele informanten al besproken, maar er was niks ernstigs aan de hand. Er waren enkele informanten weg gevallen, omdat ze te hooghartig werden of ten prooi waren gevallen aan een baak of andere monster die hen had overvallen. Zuchtend ging hij terug naar de taverne, waar Aramos op hem zou wachten. Het moment was aangekomen dat hij nu Aramos de vraag zou stellen, of hij mee wou gaan en zich aan zou sluiten bij de Schaduw Orde of een nomade zou blijven. Richard bedacht zich wel iets. ''Ongeacht zijn antwoord, ik beschouw hem echt steeds meer als een broertje....Hopelijk gaat ie meer, doordat hij elke keer zwaar nieuwsgierig word zodra je het woord magie ook maar zegt.''
Heel even bedacht hij wel dat hij niet echt in de staat of een rank had in de Schaduw Orde om een rekruut te brengen of in te lijven, maar was het niet zo dat ze elke hulp beter konden accepteren, gezien ze veel hadden verloren? Trouwens, anders zou Aramos zich vast en zeker bewijzen dat hij het waard was, bedacht Richard glimlachend..Alleen maar hopen dat hij niet iemand zou verwonden dan, maar dat was een zorg voor later.
 
Roran strompelde achter Adele aan. Hij was nieuwsgierig hoeveel ze verbeterd was. Onderweg merkte hij dat de verlamming al wat meer verminderde, waardoor hij bijna kon lopen zonder eruit te zien als een 110 jaar oud vrouwtje met last van haar gewrichten. Onderweg haalde hij nog zijn zwaard op, en na een lange en moeizame wandeling kwam hij op de binnenplaats uit. Vandaar wandelde hij naar de trainingsvelden, waar hij zich kreunend op een stoel liet neerploffen.
 
Met een luide zucht liet Merkus zich achterover vallen op zijn bed. Caine was terug.. volgens velen een voordeel.. een klein groepje was het er echter niet mee eens.. Merkus was een van hen. Iets klopte niet. Hoe kan iemand als Caine ontsnappen uit een zwaar beveiligde gevangenis? Er was iets heel erg mis.. zeker na zijn vorige ontmoetingen met Caine. Er hing een aura om de burcht heen die er nooit eerder was, en het stonk naar paladijnen. In zijn gedachten zag hij mensen door het kasteel lopen, aangegeven als rode stippen op de kaart in zijn gedachten. Hij was overal al eens geweest, behalve één ruimte. Hij stond op en had besloten. Bij nacht zou hij er naar toe sluipen, en het eens goed bekijken.



Aramos keek naar het vuur. Ze zaten op de open binnenplaats van een gebouw dat voor de helft bestond uit een bordello en de andere helft was een kleine taverne waar je kon eten, drinken en slapen. In de binnenplaats was het heerlijk koel, omdat er door de speciaal gebouwde torens op de hoeken van het gebouw koele wind van boven kwam, en de warme lucht van onderen weer werd weggevoerd. Dat alles van hout was en lekker doortochtte hielp ook. Na een tijdje begon Richard. Zou je niet mee willen naar de Burcht en niet alleen mijn bloedbroeder worden, maar ook die van anderen. Aramos haalde zijn schouders op. Zijn er dan mensen om te vermoorden? Richard wou eerst nee zeggen, maar besefte dat Aramos eigenlijk alleen leefde om te moorden. Ja. Aramos bleef even stil, en knikte toen. Oké.
 
Hoe dichter Ess bij de muren kwam, hoe zachter het gevechtslawaai klonk. Hij keek om zich heen, hij zag mensen aan en af rennen, maar geen teken dat de vijand de muren was binnengedrongen. Blijkbaar waren er nog wat vijanden achter gebleven die nu ontdekt waren. De havenstad, waarin Ess zich bevond, mocht dan bevolkt worden door wat mensen zeiden, primitieve mensen, ze konden wel hun stad verdedigen. Hij zag soldaten van Rindar, maar ook genoeg zonne-eiland soldaten van verschillende stammen die een weg naar het strijdgewoel zochten. Ess was slim genoeg geweest om zich zo te kleden en zijn baard te laten groeien, dat als iemand hem zou kennen van vroeger hem nu niet meer zou herkennen.

Eenmaal bij de muren aangekomen zag hij de ravage die de dag ervoor was gedaan. Onderaan de muur lagen de overblijfselen van belegeringstorens, ladders lagen gebroken en verspreid over de muren en ervoor en overal waar je keek lagen lijken en verloren wapens. Ess liep over de kantelen richting de hoofdpoort. Alles wat hij zag was of beschadigd of compleet vernield. Ess hield zijn ogen open voor vijanden, maar dit stuk van de muren was uitgestorven op enkele wachters na.

Toen hij een wachter zag die bezig was met bergen van lichamen, vroeg hij wat er gisteren gebeurd was. Deze vertelde dat de gouverneur was gedood in het gevecht. Daardoor was het moraal zo erg gedaald dat men de slag bijna verloren had, maar door geluk hadden de verdedigers zich staande weten te houden. Hoewel de gouverneur nu dood was, dacht men dat hun laatste uurtje had geslagen, maar aan opgeven, nee daar dachten ze niet over na. Liever de dood dan zich over te geven aan dat uitschot van de Orde en Iros vertelde de Rindarse wachter. Ess besloot daarop minder vragen te stellen, mocht de wachter onverhoopt zijn licht Tralas accent ontdekken. Hij voorkwam problemen liever dan dat hij ze moest oplossen.

Hij hielp de wachter met het verplaatsen van de lichamen. De wachter praatte door over de vorige slagen die ze hadden gevoerd, hoe ze de Paladijnen van de muren hadden afgetrapt en hoe ze de soldaten van Iros hadden verslagen. Ess moest een paar slikken over hoe de man praatte over zijn landgenoten, maar kon het hem niet kwalijk nemen. Hij moest zijn huis en haard eenmaal verdedigen tegen deze invasie.

"Wie is je commandant, beste man?" vroeg Ess.
"Dat is de plaatsvervangend gouverneur, Kolonel Orun."

Ess knikte. Hij had nooit gehoord van de man. Gelukkig maar dacht hij bij zichzelf. Toen ze het merendeel van de lichamen hadden weggeruimd, strekte de wachter zijn rug en liet een harde kreun horen. Hij pakte een fles uit een hoekje en nam een slok. Hij bood de fles aan aan Ess, die dankbaar een slok nam. Hij proestte het alleen bijna uit.

"Pfft, wat is dit voor bocht man!" De wachter lachte. "Rum, mijn vriend. Rum. Na ons eigen recept. Het duurt even voordat je eraan gewend bent."
"Dat kan ik me voorstellen." zei Ess.
Wachter: "Kom, ik zal je meer laten zien."

Ze liepen verder over de kantelen richting de hoofdpoort. Hier was de schade nog erger dan anders. Kantelen waren afgebroken en de muren begonnen aan de onderkant duidelijk scheuren te vertonen. "We zijn hier het bangst voor, als de poort word doorbroken zijn we verloren." Ess knikte. Hij wist dat een veel gebruikte tactiek was van Iros, zet zoveel mogelijk op de poort. "Hebben jullie eraan gedacht om vuurpotten te maken?" De wachter haalde zijn schouders op. "We hebben bijna geen olie op dit eiland, of iets dat brandbaar is." Ess keek naar de fles rum die de wachter in zijn hand had. "Ik durf erop te wedden dat die rum goed brand." De wachter keek van Ess naar de fles. "Hah! Denk je echt? Ik betwijfel of de kolonel zoiets zou laten doen." Ess haalde zijn schouders op. "Je zal iets moeten denk ik." De wachter knikte nogmaals. "Weet je, ik denk dat ik jou maar ga voorstellen aan onze kolonel. Dat idee van jou zou best wel eens werken. Wat denk je ervan?" Ess dacht diep na bij zichzelf. Hij moest proberen op de achtergrond te blijven, maar als de stad zou worden overgenomen zou het zeer moeilijk voor hem worden om onopgemerkt te blijven als de stad onder leiderschap stond van Iros en de orde.

"Goed dan. Ik ben bereid te helpen." De wachter knikte en ging hem voor de muren af via een bouwvallige trap. Ze liepen in de richting van het stadsplein, waar een commandopost was opgezet. Ess bereidde zich mentaal voor op de ontmoeting. Hij zou zeker herkend worden op zijn accent, misschien wel om zijn uiterlijk. Het kon zelfs zijn dat men hem ging herkennen als Ess, wat niet onmogelijk was, maar waarschijnlijk niet zou kunnen. Ess had nooit missies zelf gedaan naar dit eiland, maar je wist nooit zeker. Hij bedacht snel een verhaal waar hij vandaan kwam voor zijn dekmantel.

Bij de commandopost stonden wachters in de kleuren van Rindar. De wachter, die Ruldi bleek te heten, legde uit dat de vreemdeling die hij bij zich had, Ess dus, een idee had om de verdediging te verbeteren tegen de aanvallen van hun vijanden. De wachters lieten hun binnen. De commandopost was duidelijk een omgebouwd stadshuis. Alle waardevolle spullen waren verplaatst naar de kelder. Verder zag Ess lange rijen met gewonden die in de hallen lagen. Ruldi vertelde Ess dat hij hier moest wachten, hij ging kijken of de kolonel hem kon zien. Ess knikte en zocht een bankje in de hoek.

Ess keek om zich heen. De rij met gewonden was lang, heel lang. Zeker 100 man lag in deze hal, zo niet meer. Hij twijfelde er ook niet aan dat er nog meer waren, op andere plekken in het stadshuis. De gewonden werden verzorgd door zusters, maar ook lokale vrouwen liepen ertussen. Iedereen helpt mee in zoiets dacht Ess bij zichzelf. In zijn diensttijd had hij weinig belegen meegemaakt. De weinige die hij had meegemaakt was als aanvaller en een enkeling waarin hij moest verdedigen, maar dat kon niet worden vergeleken met deze stad. De stad leek te draaien op haar laatste voorraden. Zelfs al duurde het beleg nog maar 2 weken, de stad was niet gebouwd om een dergelijk beleg te weerstaan, laat staan voor zo'n tijd. Ess voelde zich misselijk, bij de gedachte hoeveel schade en leed er wel niet veroorzaakt bij iets dergelijks. Maar, dacht hij bij zichzelf, het is oorlog en in oorlog gebeuren zulke dingen. Hij was een soldaat en daar moest hij mee leren leven.

Op dat moment kwam Ruldi terug. Hij keek redelijk bezorgd. "Je moet oppassen, hij is niet in een al te goed humeur. Hij heeft waarschijnlijk nog meer slecht nieuws gehad." Ess knikte. Hij had zijn verhaal klaar mocht het nodig zijn. Maar toch was hij licht nerveus. Hij was altijd nerveus als hij op missie achter vijandelijke linies, wat hij met nu vergeleek. Maar hij zag dat meer als een waarschuwing, om scherp te blijven en op je woorden te letten.

Ess volgde Ruldi door de gangen naar de werkkamer van de kolonel. Daar klopte Ruldi drie keer op de deur. Er een klonk een luide "Binnen!" en Ruldie opende de deur. De werkkamer zou niet groter zijn geweest dan 5 meter bij 5 meter. Er was een haard in de hoek, en in het midden was een grote tafel waaraan een aantal mannen stonden die luid aan het discussiëren waren. Toen ze binnen kwamen keek iedereen naar hun. Ruldi stapte naast de deur zodat Ess alleen in het midden van de kamer stond. Een man van middelbare leeftijd en zo groot als een huis stond langzaam op van zijn stoel aan het hoofd van de tafel.

"Zo, daar is onze redder in nood, als ik Ruldi mag geloven." De man zag er inderdaad chagrijnig uit, hij was moe wat te zien was aan de wallen onder zijn ogen. Hij nam Ess op met zijn grote bruine ogen. "Ruldi heeft mij weinig over u kunnen vertellen. Vertel mij, wie bent u, waar komt u vandaan en wat doet u hier? U ziet er niet uit als een lokale." Ess had zich al voorbereid op dit moment.

"Mijn naam is Rill, Rill Nal'ver. Ik ben geboren in de stad Tralas, mijnheer. Ik ben hier omdat ik mijn diensten verleen als huurling." De kolonel trok een wenkbrauw op. "Een Ir hè?! Hoe moet ik weten of jij geen spion bent?" Ess glimlachte een beetje. "Nou, zo'n 20 jaar geleden kreeg ik problemen met de Orde van het Licht mijnheer. Ik weigerde wat ze wilden en daardoor werd ik een crimineel, gezocht door het hele land. Toen week ik uit richting Rindar, werd een huurling en kwam hier terecht toen een kapitein mij inhuurde om zijn vracht te beschermen van piraten." Ess had dit stuk goed voorbereid. Rill Nal'ver was vroeger zelfs een bestaand persoon, ook een huurling die gevlucht was uit Iros en uit was geweken naar Rindar. Wat men niet wist, was dat hij op de tiende dag van zijn vlucht was onderschept door een agent van Ess en om het leven was gebracht.

De kolonel keek hem aan. De kolonel was duidelijk geen domme man. Zelfs als hij lang op dit eiland diende, kon Ess zien dat hij duidelijk veel ervaring had, een echte soldaat dacht hij bij zichzelf. De kolonel nam hem nogmaals op. Hij liet zijn ogen langzaam over hem glijden, elk detail in zich opnemend. Zijn ogen bleven op zijn zwaard rusten. Ess zag hem kijken en schrok. Hij kon zijn emotie nog beheersen, maar de kolonel wist dat er iets was met zijn zwaard. "Laat mij je zwaard eens zien." De kolonel stak zijn hand uit. Ess probeerde niet in zweet uit te breken. Vervloekt dacht hij bij zichzelf. Het zwaard, dat verraad mij! Door het embleem van de tweede compagnie kon bijna elke soldaat van Rindar het herkennen.

Ess trok langzaam zijn zwaard uit de schede, en gaf het handvat aan de kolonel. De kolonel hield het zwaard in het licht om het beter te bekijken. "Hm, ik ken dit zwaard. Komt dit heel toevallig van de tweede compagnie, Rill?" Ess sprak kalm: "Zou zo maar kunnen. Ik kocht het van een smokkelaar in een grensstad. Ik heb zelf nooit in het leger gezeten, dus ik zou niet weten hoe zo'n zwaard eruit zou zien. Het zwaard was toen van uitstekende kwaliteit, dus ik kocht het." De kolonel knikte en gaf het zwaard terug aan Ess. "Goed, je had mij iets te vertellen. Ga je gang." Ess probeerde niet zichtbaar te zuchten en vertelde de kolonel zijn plan met de vuurpotten.
 
Hij bekeek het potret en grinnikte. Zij nieuwe doelwit was een stuk taaier en beter dan zijn vorige. Torin liep door en had een leiddraad van waar de man nu zou kunnen zitten. Zijn nieuwe doelwit was eentje om rekening mee te houden, want volgense de informatie die zijn opdrachtgevers hem toestuurde, was deze gozer niet zomaar een elite strijder, maar eentje die altijd op zijn omgeving lette en niet zich zomaar liet verrassen. Torin likte zijn lippen af en voelde al wat spanning. Het zou een goede jacht worden, dacht hij grijnzend. Hij zou binnen een uur op een boot gaan die hem en een peleton soldaten van het Licht zouden transporten van waar de laatste leiddraad van zijn doelwit zou kunnen zitten.
''Het kat-en-muis-spelletje is begonnen!

Richard keek streng. Aramos keek hem woedend aan. ''Hoe bedoel je, niet zo bedoelt?'' Richard fronste. ''Simpel, het is niet zo dat je iedereen mag vermoorden die je ziet of mee praat. Eenmaal als je lid bent van de Schaduw Orde ben je verplicht om je te houden aan regels, regels die je moet gehoorzamen!'' Aramos keek woest en Richard kon al wat zand uit zijn flacon op zien komen. Hij negeerde het even en ging verder. ''Ik dacht dat je al wist wat belangrijker was, het leven over de dood! Je bent al tijden alleen en dat is goed te merken aan je en wilt alleen nog meer dood en ellende veroorzaken? Waarom? Omdat je geen familie had of mensen je in de steek lieten?'' Er kwam meer zand uit en slierten begonnen al dreigend heen en weer te zwaaien, als slangen die smeekte aan Aramos om Richard te grazen te mogen nemen. Richard zuchtte en Aramos gezicht werd strak. Ineens sperde Richard zijn ogen open en keek langzaam omlaag. Er gingen vier slierten zand door zijn bovenlichaam heen. Hij keek verbaasd naar Aramos die hem kil aankeek. ''Niemand...praat op zo een toon tegen me.'' Richard gromde en schudde zijn hoofd. Ineens werd zijn lichaam steeds lichter van kleur en Aramos fronste. Toen knalde het lichaam uit elkaar in een elektrische explosie. Aramos schrok en sprong weg. Toen hij opstond keek hij verward waar eerst Richard stond. ''Als je denk dat je me aankan, dan moet je beter je best doen!'' Aramos draaide zich om en voelde een vuist tegen zijn wang aangaan. Richard stopte niet, maar trok zijn rechtervuist terug en pakte met zijn linkerhand de linkerpols van Aramos en draaide met een vaart. Hij liet snel Aramos los, die door rolde. Richard snoof en keek met dreigend met de Carin gave geactiveerd. Hij zag hoe Aramos langzaam opstond en hem met een razende blik aankeek. ''Vuile....'' Zand kwam van alle kanten op Richard afgevlogen, die trok zijn rechter kortzwaard die meteen knetterde van de bliksem die Richard door het blad van het wapen liet heen gaan. Hij weerde effectief de zandaanvallen van Aramos af, die woest werd en ineens stopte de aanvallen. Richard fronste en zag hoe al het zand bij elkaar kwam tot een grote bal. Aramos keek zonder emotie en zei niks. Richard draaide zijn zwaard een rondje en stormde op Aramos af. Hij hield de bol in de gaten, maar merkte dat hij ineens werd gestopt. Hij wierp een snelle blik op zijn voeten en zag dat zand zijn voeten op hun plek hield. De bol kwam dreigend op Richard af en omgaf hem. Aramos hief een hand en vormde een vuist. De zand die Richard had begraven ging een razendsnelle beweging naar elkaar toe en drukte Richard fijn. Een krakend geluid weerklonk van het zand. Aramos hijgde even en dacht na.....Voordat hij maar iets kon zeggen of doen voelde hij iets kouds op zijn wang.
''Hier stopt het Aramos...'' Aramos schrok en bleef stokstijf staan. Richard stond hijgend achter Aramos en hield een dolk tegen zijn wang. Aramos was verbaasd en dacht na. ''Hoe en wanneer....'' Richard snoof spottend. ''Broertje, je moet weten...Iemand die het leven meer lief hebt dan de dood zal harder vechten om in leven te blijven. Tevens als je eenmaal van het leven hou, kom je mensen tegen die daar ook over nadenken en om je gaan geven..De dood bied niks anders dan ellende en wanhoop. Denk er nog goed overna.'' Richard deed de dolk terug in de houder en knielde meteen voor de verbaasde jongen. Hij onderzocht zijn wang en keek verdrietig. Hij fluisterde zachtjes : ''Het spijt me, maar je moet echt leren begrijpen dat je niks kan bereiken als je maar blijft denken dat de dood beter is dan het leven...''
Richard stond op en zag hoe al het zand terug ging in de flacon. Aramos keek stilletjes naar de grond en zei niks. Richard liep weg om zijn kortzwaard te pakken en terug te doen in zijn schede. ''Hoe en wanneer....'' Richard draaide zich om. ''Je hebt nooit gevraagd welke technieken ik ken of gebruik. Daarbij, ervaring en kennis is soms machtiger dan rauwe macht...Maar dat leer je nog wel.'' Hij glimlachte scheef. ''Laten we de volgende keer gewoon gaan sparren, zonder al te dodelijke technieken te hoeven gebruiken, oke?'' Aramos zweeg en zei niks.
Richard keek naar de stand van de zon. ''We rusten nog even uit en dan gaan we verder. Ik wil binnen twee dagen in de havenstad, Sarc aankomen.''
 
Ruldi stond voor de zoveelste nacht op wacht in zijn 25-jarige carrière als soldaat. Hij gaapte even en keek uit over het strand. De troepen van het Licht genoten van hun nachtrust. Nog maar een maand geleden was er helemaal niets aan de hand, maar nu was de macht van enkele stammen totaal gebroken, of zelfs uitgeroeid, en moesten ze elke dag vechten voor hun leven. Hij geeuwde nog eens, en schrok toen hij een metalig krassend geluid hoorde verderop langs de muur. Hij leunde voorzichtig over de kantelen, behoedzaam voor een valstrik, en zag enkele in het zwart geklede figuren de buitenmuren van het gehavende havenstadje beklimmen.

"Te wapen! De vijand beklimt de muren!" Riep hij zo hard als hij kon, en blies onmiddelijk erna op de alarm hoorn. Het schallende geluid van de hoorn schudde de stad wakker.

"PWOOOOOOOOOOOOOOOOOOH!"

Het signaal verspreidde zich snel, en toen hij zeker was dat hij hulp zou krijgen haastte Ruldi zich naar de aanvallers. Hij zag de klimhaak al liggen, maar net toen hij aankwam sprong de eerste aanvaller over de gehavende kantelen.

"Voor Rindar!" Schreeuwde Ruldi luidkeels, en plantte zijn strijdhamer stevig in het hoofd van de aanvaller, die nog geen tijd had gehad om zijn zwaard uit de schede te halen. Met een verstikte kreun zeeg de man neer. Zijn maten waren ondertussen ook op de muur gekropen, en Ruldi onthaaldde ze stevig met zijn strijdhamer. Met zijn zstevige eikenhouten schild stormde hij naar voren, en de achteruitwijkende krijger, belemmerd door zijn vriend achter hem, kon geen kant op. Met een machtige zwaai werkte hij de sluipmoordenaar van de muur af, waarop die met een bloedstollende kreet naar beneden viel. Hij hield abrubt op met schreeuwen toen hij de grond, 7 meter lager hard raakte. Zijn maten hadden geen tijd om te zien hoe het de arme krijger verging, want al snel sneuvelde er nog een van hem onder de mokerslagen van Ruldi's strijdhamer. Ondertussen kwamen er meer wachters aangesneld, en al snel werden de overgebleven aanvallers gedood of gevangengenomen.

"Goed gedaan Ruldi." Zei een van zijn collega's met een schouderklopje. "We meppen die Irosi vlegels terug naar hun klote land en vette wijven."

Ruldi wandelde terug naar zijn post en beloonde zijn heldendaad met een flinke slok hartsverwarmende rum. Hij zuchtte luidop. Een knokpartijtje, wat dode Irosi, wat rum. Wat kon het leven ook in oorlog heerlijk zijn.
 
Toen Ess eenmaal zijn plan had uitgelegd aan de kolonel, leek hij niet meer te twijfelen aan de betrouwbaarheid van Ess. Hij gaf meteen de opdracht om rum te verzamelen en deze te gebruiken voor vuurballen. Met deze vuurballen, zo legde Ess uit, kunnen de verdedigers zich makkelijker verdedigen tegen de torens die werden ingezet, maar ook om de vijand te ontmoedigen. Één vlammende pijl zou dan genoeg zijn om de hel te laten los barsten.

Ook vroeg hij Ess om andere ideeën. Ess dacht na en vertelde hem dat bij een beleg van een stad de verdedigers moesten gebruiken wat ze konden. Straatstenen, konden worden gebruikt om de vijand mee te bekogelen. Ratten en muizen konden dienen als maaltijden voor hele gezinnen, zo nodig kon men overstappen op honden en katten als het nodig was. Ess deelde al zijn kennis die hij had, voornamelijk wat hem was geleerd in zijn officierstijd, maar ook van eigen ervaringen. Ess liet zich nogal meevaren in zijn reden, niet altijd rekening mee houdend dat hij eigenlijk maar een simpele huurling was. Maar, zei hij uiteindelijk een beleg kan alleen worden doorbroken als de stad versterking zou krijgen. De gouverneur wist niet of er al enige versterkingen op weg waren, maar zou zeker informeren. Hij bedankte Ess voor zijn waardevolle ideeën en gebood hem toen om te gaan. Toen Ess weg was, dacht hij bij zichzelf, "Er is iets speciaals met die man, hij is geen normale huurling. Maar voor nu, is dat niet belangrijk."

Eenmaal buiten voelde Ess zich tevreden. Hij had de kolonel goede ideeën gegeven die misschien wel een ommekeer kon betekenen in het beleg van de stad. Niet veel later kwam Ruldi naast hem staan. "Je hebt blijkbaar een goede indruk op de kolonel gemaakt. Hij zal zeker je ideeën gaan gebruiken." Ess knikte. "Dat denk ik ook. Maar ik ga nu terug, ik spreek je snel weer." Ruldi knikte. "Tot ziens Rill."

Het liep tegen het middaguur, de zon stond hoog en het begon serieus warm te worden. Ess ging snel op weg terug naar het huis van Adil. Hij hield niet zo van de warmte, de warme uurtjes van de dag bracht hij liever door in het koele huis van Adil. Eenmaal daar sprak hij geen woord met Adil, maar zocht een rustig plekje in het huis en pakte een rol perkament en begon te schrijven.
 
Ilse keek onrustig en vloekte constant. Het leger van Iros dat het leger was gekomen en begon hun kamp op te zetten. Ze kon niet tegen het wachten en liep nerveus heen en weer. Halt probeerde haar tot rust te sussen. Ze keek hem boos aan. ''Rustig? We kunnen niet weg! We kunnen niks doen dan godverdomme wachten? Waarom zou je nog willen dat ik nog rustig zou blijven?'' Halt keek kalm en glimlachte. ''Ik weet zeker dat Richard hetzelfde zou zeggen.'' Gareth gromde instemmend en Ilse keek onthust. Daarna wierp ze een kille blik op Halt. ''Hoe bedoel je?'' Halt haalde zijn schouders op. ''Ik weet inmiddels genoeg van Richards geschiedenis dat jullie heel wat gemeen hebben...Tevens zegt je reactie genoeg.'' Ilse keek verward en gromde. ''Halt, stop ermee...Dat zijn mijn zaken...Tenzij, heb je wat van hem vernomen toen je uit de Burcht kwam?''
 
后退
顶部 底部