Ancaria; Enlightment and Nightfall

正在查看此主题的用户

Damian ging op weg naar het Dolers hoofdkwartier in Hogun. Hij hoopte daar Roland te treffen voor zijn hulp met de elfen in de bossen.

Toen hij eenmaal aankwam bij het gebouw, hoopte hij Roland daar te vinden. Maar eenmaal binnen bleek dit anders te zijn. 'Nee, meneer is er momenteel niet. Hij is op missie ergens in het buitenland.'

Damian: 'Waar in het buitenland? Ik heb zeer dringende zaken te bespreken met hem!'
Doler: 'Sorry, maar dat mag ik niet zeggen. Dat is geheime informatie.'
Damian: 'Grmpf, vast wel. Wanneer is hij terug?'
Doler: 'Geen idee, ik weet dat niet allemaal.'
Damian: 'Nou, wat een behulpzaamheid hier weer.'
Doler: 'Inderdaad...' en hij bladerde door wat papiertjes.

Damian verliet het gebouw en vloekte zacht bij zichzelf. Hij moest de boel zelf maar weer oplossen.
 
Ianca was al weg, toen een doler vlak voor Zeodora geteleporteerd kwam. Het was ene Lenna, dacht Zeodora. Ze had er al iets tegen gezegd, maar daar was het bij gebleven.

Lenna: Wat zijn je plannen voor nu? - Roland vroeg het me, het gaat goed met hem.
Zeodora: Na deze slag is het slechts een kwestie van tijd voor Veluto's troepen terug naar hun eiland verdreven worden... De strijd hier verloopt goed, maar ik ben bang dat het onmogelijk is om naar Ys over te steken zonder goede schepen.
Lenna: *lachend* Wel, je hebt de steun van ons.
Zeodora: Ik ben niet zeker of zo'n grote opzet wel kan slagen...
Lenna: Je hebt ons je vertrouwen al gegeven.
Zeodora: Niet dat ik jullie niet vertrouw.
Lenna: En nu?
Zeodora: Het ene kasteel na het andere zal vallen als we gewoon al door Veluto's gebied marcheren. We zullen over veel meer middelen beschikken dan voorheen... De strijd op Ys zelf blijft hoogst riskant. Dan staat voor zowel Veluto als voor mij alles op het spel. Hier op het vasteland kunnen we ons nog herstellen na een verlies, Veluto niet...
Lenna: Tot hoelang wil je dat we in jouw dienst blijven?
Zeodora: Als Veluto ten val gebracht is, worden jullie van jullie plichten jegens mij ontheven en worden jullie beloond met waar jullie naar wensten.
Lenna: De grote bibliotheek... En hoe zit het daarna?
Zeodora: Wie niet tegen mij is, is voor mij.
Lenna: Ik zie het. Ik ga nu terug naar Roland, nog veel gelukwensen met uw overwinning, vrouwe.
Zeodora: Een overwinning aan jullie te danken, maar een overwinning des te meer.





Die avond, in het kasteel vlakbij de veldslag.


Ianca en Zeodora stonden rond een diepe tafel die gevuld was met zand. Het zand was zo gestrooid dat het een landschap voorstelde, waarbij dennenappels boompjes voorstelden, en houten blokjes een dorp. Ianca had een regel in haar rechterhand vast en wees op bepaalde aspecten.


Ianca: Eigenlijk moet je de sterkste eenheden van de vijand naar je centrum lokken. Dan kun je je val in werking laten treden.
Zeodora: Maar als mijn centrum te zwak is? Ik kan ze toch ook aan met mijn eigen elitetroepen?
Ianca: Da's nu net het punt. Kijk, de vijand moet denken dat je centrum zwak is. Zet ze in een heel lichte V, zodat het later makkelijker is om hen in te sluiten.
Zeodora: Eigenlijk is het midden dus mijn lokaas.
Ianca: Inderdaad. Een man als Veluto zal daar door zijn impulsieve denken vlug in trappen.
Zeodora: Maar wat als hij een val opzet?
Ianca: Dat kun je alleen dan zien. Best is om er zo snel mogelijk op te reageren. Ik zal je nog leren de zwakke punten in de vijand te herkennen en daar genadeloos gebruik van te maken. Ik leer je ook hoe je met onverwachte keerpunten moet omgaan.
Zeodora: Natuurlijk, zolang Veluto Doge is...
Ianca: Ja, die vent zal blijven tegenwerken... Maar tussen beide, hij heeft natuurlijk het geboorterecht op de troon. Jij, daarentegen, was voortbestemd om uitgehuwelijkt te worden aan één of andere oude Aralese prins...
Zeodora: De priesteressen hadden me zonder het te weten klaargestoomd om Dogina te worden...
Ianca: Maar goed, we gaan verder. Veluto zal zelf ook het centrum aanvallen, maar wel achterblijven om zelf geen bloed onder zijn gelakte nagels te krijgen. Wat zou jij doen?
Zeodora: In dat geval zou ik een companie snelle ruiters vrijhouden om hen langs achteren te pakken, en zo Veluto te grazen te nemen.
Ianca: En dan moet jij persoonlijk zijn hoofd afhakken!
Zeodora:... Je bent een goede militaire, maar je zou geen minuut op de Dogestroon kunnen blijven zitten, als je zoiets zegt... of doet.
Ianca: Hoezo?
Zeodora: *grinnikte* Is het niet beter om hem in dat geval te laten leven? Dan dwing ik hem de kroon aan mij te overhandigen, en als ik de kroon zelf uit zijn handen krijg... snap je het?
Ianca: Hmm, ja, maar waarom dood je hem dan niet?
Zeodora: Dat zou even onverstandig zijn als zijn hoofd er meteen afsnijden...
Ianca: Maar... Als hij later terugkomt?
Zeodora: Dan kunnen we hem natuurlijk wel doden. Dan is het geen probleem meer.
Ianca: Dat kost extra bloedvergieten.
Zeodora: Maar is op zich een verstandige zet. Je moet hier en daar wat kunnen opofferen, bovendien zal het volk zich bereid zijn te offeren tegen een tiran als Veluto.
Ianca: Ik kan nog veel leren van jou...
Zeodora: *lachend* Leer jij mij eerst maar die krijgskunde.

 
Roland keek rond, de zaal voor de soldaten om te trainen. Hij voelde zich al beter en haalde diep adem en deed zijn ogen dicht. Langzaam pakte hij zijn linkerpols met zijn rechterhand en ging stevig staan.
Elektriciteit knetterde en vonkte om hem, een grote bol begon zich te vormen in de linkerhand van Roland.
Hij opende zijn rechteroog, zijn Ion-oog, en vloekte. Toen hij probeerde meer en meer kracht erop te zetten, zakte de techniek juist weg in plaats dat het groter werd.

Lenna : Je moet nog in je bed rusten.
Roland *liet zijn bliksem-techniek gaan en draaide zich om * Ik voel me al best goed.
Lenna : Dat is mooi, maar je kun nu nog geen slag voeren of meevechten.
Roland : Maar waarom dan niet? En wat is haar volgende stap?
Lenna : Dat vertel ik je pas wanneer je wee mee kan doen.
Roland *zuchte* Vooruit...maar ik wil wat doen, ik word gek als ik een bed moet blijven liggen!
Lenna : Hhmmm, ik weet wel wat....

Een paar uur later stonden Lenna en Roland tegenover elkaar van een afstand. Hij stond moeizaam en hijgend, zij stond glimlachend en schudde haar hoofd.

Lenna : Je hebt veel talent met je Ion, maar je bent zoals je merkt niet echt in staat om een volledige duel met een uitgeruste tegenstander aan te gaan.
Roland : Hoe train ik het verder?
Lenna : Simpel, je moet je Ion-oog gebruiken tegenover vele sterke en gelijke vijanden.
Roland : Ppff, maar ik heb net al geprobeerd tegen jouw te dueleren en nog meer ander vijanden...moet ik soms tegen een leger vechten in me eentje?
Lenna *lachte* Dat zou misschien wel helpen, maar heb gewoon geduld oke?
Roland : Oke...ik zal het proberen.
Lenna : Mooi, verkleed je met de uitrusting die voor je klaar ligt.
Roland *fronste* Welke uitrusting?
Lenna : We gaan undercover als het ware als soldaten voor Zeodora, ik denk dat de Dolers die nog in Ys zitten in gevaar kunnen komen als Veluto te horen krijgt dat ook Dolers tegen hem vechten.
Roland : Maar als we zelfs al soldaten gaan verkleden dan zouden we ook geen grote magische technieken kunnen gebruiken of wel soms?
Lenna : Nee, we kunnen wel kleine persoonlijke technieken gebruiken zoals onze Ion-ogen of een kleine versie van de bliksem-techniek die we vaak gebruiken.
Roland : Wanneer vetrekken we ?
Lenna : Over een paar uur als je echt goed voelt...
Roland : Mooi...weet Zeodora trouwens van je plan?
Lenna : Nee, daarom ga jij het haar vertellen...
Roland *fronste* En waarom ben ik speciaal daarvoor gekozen?
Lenna : Omdat jij eigelijk de kapitein van deze opdracht bent en wat goede vetrouwen in jouw plaatsen is toch niet zo erg?
Roland *glimlachte* Nee....bedankt Lenna..

Nadat ze waren verkleed als gewone soldaten van Zeodora teleporteerde ze met een andere Doler terug naar Zeodora. Roland zag nergens meer Dolers, die waren ook allemaal verkleed als soldaten en keken blij en lieten merken dat ze opgelucht waren dat hij weer bij hen was.
Roland bedankte ieder en vroeg aan Lenna waar Zeodora was. Een Doler antwoorde dat ze misschien ergens in het kasteel was. Hij bedankte de Doler en liep verder. Dit kasteel was anders dan in die waar hij eerst was, op zich was hij onder de indruk van wat de mensen van Ys konden maken. Want hij had niet verwacht dat een volk dat aan water was verbonden zulke robuste bouwwerken konden bouwen.
Toen hij nogmaals de weg vroeg glimlachte de soldaat.

Gwendalen : Vriend, ik zie dat je bent hersteld.
Roland : Gwendalen? Hahahaha, hoe hebben ze jouw in een harnas van een mens kunnen krijgen?
Gwendalen *keek beetje bips* Pppff, ik hoop dat ik je nog van dienst kan zijn later zonder in een zo een harnas te worden gepropt...ik bedoel, hoe moet ik nu snel en dodelijk zijn?
Roland : Komt wel goed, mijn elfse vriend...in de volgende slag zal ik laten hoe je erin moet vechten.
Gwendalen *grijnst* We zullen zien...we zullen zien..

Roland liep verder en werd in de kamer binnengelaten en wachte af. Zeodora en Ianca waren erg verdiept in hun gesprek en ten slot had hij een helm op en was hij amper te herkenen in de soldatenuitrusting die hij aanhad.
Afwachtend op de reactie van hun wachte Roland kalm tot ze hem zouden opmerken.
 
Zeodora en Ianca leken de soldaat eerst niet te merken, tot Zeodora's ogen toevallig op de 'soldaat' sloegen. De helm die hij droeg was een open helm, en ze gaf toe hem niet meteen opgemerkt te hebben in een soldatenuniform.

Ianca: Ik denk dat he wat laat aan het worden is...
Zeodora: Goed dan, kom morgen maar terug. Je hebt wel wat rust verdiend.
Ianca: Ik geloof dat je nog iets moet bespreken met de soldaat hier?
Zeodora: Belangrijke zaken te bespreken, ja. Ga maar, en rust wat uit.
Ianca: Goede nacht toegewenst, vrouwe.

Ianca liep de kamer uit en sloot de deur achter zich. Zeodora lachtte naar de 'soldaat' en zei iets met een vrolijk ondertoontje in haar stem.

Zeodora: Zo, trouwe soldaat, waarover wilde jij mij inlichten?





Later die nacht.


Een ruiter op een snel paard naderde het kasteel. Toen hij halt hield voor de poort van het kasteel, vroegen de wachters welk zijn naam was en wat zijn zaken waren.

"Mijn naam is Arn Månesköld, Chevalier in de Orde van de Maan. Ik wens een leidinggevende te spreken"

Zijn schild en wapenhemd, die zwart van kleur waren met een witte gekantelde maan op, bevestigden dat. De wachters waren  verbaasd van de bescheidenheid die de ridder toonde. Hij had niet zoals vele anderen brutaal geëist om een gesprek met Zeodora, maar vroeg een gesprek met een 'leidinggevende'. De wachters fluisterden wat tegen elkaar, de meeste strategi waren hoge pieten die niet graag gestoord wilden worden in het holst van de nacht. De bewakers besloten Stratega Ianca te gaan halen, want ondanks ze een  leidster was, was ze eigenlijk ook soldaat.

Ianca schrok er niet voor terug haar handen vuil te maken, en doorstond met gemak dezelfde ontberingen van het soldatenleven als haar eigen troepen. Zelf grapte ze een keer dat haar lichaam te taai zou zijn voor een comfortabel bed als waar de andere Strategi in sliepen. Ianca leefde als een soldaat, en at hetzelfde als een soldaat. De strategi noemden haar daarom soms een 'ascestische non', terwijl zijzelf aten als oegres. Zeodora zelf was nochtans de matigheid zelf als ze at, en keek stiekem op naar Ianca's levenswijze.

Met onuitgeruste blik kwam Ianca bij de poort aan. Haar uniform had ze haastig aangetrokken, en zag er daarom wat wanordelijk uit. In het dimme fakkellicht kon Ianca het gezicht van de ridder nauwelijks gedetailleerd bezien.

Ianca: U zei dat uw naam Arn Mane-nogiets was?
Arn: Månesköld, vrouwe.
Ianca: Dat klinkt niet als een Aralese naam?
Arn: Ik kwam van Acron, maar was in de Orde van de Maan getreden. Månesköld is een bijnaam die mijn landgenoten me gaven toen ik een keer terug kwam.
Ianca: Ik zie het. Wel, ik denk dat het onbeleefd is u hier in de kou te laten staan.

Een stalknecht kwam op bevel van Ianca het paard van Arn halen en ging toen weg om hem te stallen. Ianca en Arn liepen naar de hal in het kasteel en gingen op een bank zitten. Ianca kon Arns gezicht nu beter onderscheidden, en vond dat het er best niet slecht uit zag. Integendeel.

Ianca: Zo, eh, Arn, was het? Of spreek ik het verkeerd uit?
Arn: *lachend* Kind toch, je moet niet beschamend doen over de uitspraak van mijn naam?
Ianca: Sorry. Nu, heer Arn-
Arn: Zeg maar Arn
Ianca: Arn, zeg me, waarvoor heb je de reis helemaal naar hier afgelegd?
Arn: Aral verkeerd in staat van oorlog, ik kom mijn broeders terughalen die nu in jullie dienst werken...
Ianca: Ik vrees, beste Arn, dat ik dat niet voor u kan regelen. We hebben hen op dit cruciale moment ook zeer hard nodig, en...
Arn: Hun trouw behoort Aral toe.
Ianca: Waar hoort die van jouw toe?
Arn: Tot mijn orde, en die valt niet noodzakelijk onder Aral.
Ianca: Wat kom je dan doen?
Arn: Wel... Dan heb ik de hele reis voor niets gemaakt. Is het goed als ik een nacht blijf en morgen vertrek?
Ianca: Neenee, blijf nog gerust enkele dagen als je dat wilt- of een week. De oorlog verloopt steeds sneller, en wie weet waar we volgende week staan.
Arn: Dat hoeft u toch niet te doen? Het is erg vriendelijk, maar...
Ianca: Arn, ik sta erop.


Arn voelde zich schuldig, toen Ianca hem zo persoonlijk aansprak. En overweegde dan toch nog enkele dagen te blijven. Op Ianca's gezicht toverde zich een glimlach die alleen maar blijdschap uitstraalde. Arn's kamer was eenvoudig, met wat vreemde motieven op de muren, maar over het algemeen goed. Arn zei een kort gebed op voor hij ging slapen...
 
Meteen keek Zeodora hem ondeugend aan. Ze trok zijn helm af en zonder iets te zeggen kuste ze hem in de nek, en voelde met haar vingers over Roland's schouders.


Roland: Zeodora, je begrijpt het niet.
Zeodora *onder het kussen door* Hmm? wat dan?
Roland: Dit kan ik niet doen.
Zeodora: *nog steeds kussend* Hmmwaarom? Des te leuker als het niet mag, toch?
Roland: Ik meen het.
Zeodora: *kussend* Ik ook!

Ze trok Roland's harnas uit, en vervolgens zijn hemd.

Roland: Luister.
Zeodora: Mhhhhh...
Roland: Zeodora... ik heb al iemand, zie je.

Maar Zeodora ging verder.

Roland: Ik kan haar dit niet aan doen.

Hij duwde haar van zich af en keek in haar verschrikte ogen aan.

Roland: Nee, Zeodora. Hier doe ik niet aan mee. En als iemand anders het uitvind met slechte bedoelingen, kun je je kroon wel vergeten.
Zeodora: Laat je me in de steek?
Roland: Vrouwe...
Zeodora: Ik begrijp het... ga maar slapen, morgen zullen we nog wel dingen bespreken...


Roland ging de kamer uit en sloot de deur achter zich. Toen hij een eindje verder was in de gang, hoorde hij vanuit Zeodora's kamer een brekend glas. Iemand was haar goede humeur kwijt...
 
De volgende morgen was hij vroeg op. In een zaal waarin soldaten konden trainen stond hij alleen.
Het was echt erg vroeg, hij kon ook gisteravond niet echt in slaap komen. Zou het door Zeodora komen? Hij voelde iets voor de charmante rebelse leidster. Echter had hij iets met Lais, maar Aedan zei dat een hechte band tussen Ys en de Dolers nu meer dan noodzakkelijk was.

Na een uur of drie te hebben getraind merkte hij haar op en knikte. Lenna keek bezorgd. Roland voelde dat dit was waarom hij niet goed slapen, waarom hij de hele tijd een slechtgevoel had.

Lenna : Roland....het spijt me echt heel zeer....
Roland *Fronste* Wat bedoel je ? Wat is er gebeurd?
Lenna : Ga even zitten, dit komt misschien hard aan.

Hij ging zitten en keek nieuwsgierig naar Lenna, die de juiste woorden probeerde te zoeken.

Lenna : We hadden Dolers die informatie binnen de hof van Veluto zochten, echter is er pas geleden een slachtoffer van ons gevallen...
Roland *keek met grote verbaasde ogen* Zeg niet dat...
Lenna *keek even de andere kant op* Lais was iets op het spoor, ze meende dat ze misschien wist waar de vrijwilligers die zich bij onze Orde wouden aanmelden waren gevangen. Echter werd ze door iemand onderschept.
Roland *stond op en haalde moeizaam adem* Waar is ze?
Lenna *keek hem droevig aan* Ze was onderschept toen ze verder ging, kennelijk is het iemand die ook erg bedreven was met magie. We hebben haar informatie gevonden en hebben al onze informanten en spionnen uit Veluto's hof gehaald.
Roland *werd bleek* Is ze....heeft ze geleden?
Lenna : Ik heb haar zelf gezien en de laatste eer bewijst, aangezien ik haar lichaam niet kon meenemen. Maar aan haar wonden te zien heeft ze hevig verzet, ze is uiteindelijk dood gegaan doordat ze probeerde verder te vechten maar te weinig energie had en zo in elkaar is....het spijt me zo erg voor je Roland...

Hij keek naar de grond, de tranen vloeide over zijn wangen en langzaam liep hij weg. Door de hallen van de kasteel, hij kwam soldaten, een paar Dolers en zelfs Gwendalen die hem bezorgd maar zwijgend nakeek, tegen. Even later zat hij stil en zwijgen op een heuveltje net buiten de kasteel.

Denkend aan zijn jeugd en training, Laeis was altijd degene die erg ijverig en meest gemotiveerd was van de groep. Nu was hij zowel Wrulf en haar kwijt. Langzaam voelde hij haat en woede opkomen. Hij wou haar wreken, degene helemaal vernietigen met alles wat hij had.
Toen schrok hij, een stem riep hem. Geen zin om te beantwoorden reageerde hij niet en bleef zitten en staren naar de horizon, richting Ys.
Iemand naderde hem van achteren en ging ook zwijgend naast hem zitten.

Zeodora : Het spijt me van gisteren, ik wou je niet dwingen tot...
Roland : Laeis is vermoord door een handlanger van Veluto, eentje die magie goed kan hanteren....

Het werd stil en ze keek bezorgd naar hem. Aarzelend legde ze haar hand op de zijne en wachte op zijn reactie.

Roland : Aedan heeft Dolers uit Veluto's hof weg gehaald, het is te gevaarlijk zolang we niet weten wie Veluto dient en zo bedreven is met magie om Laeis te verslaan...
Zeodora : Betekent dat jullie...
Roland * onderbreekt haar* Nee, wij zullen nu openlijk tegen hem vechten. Althans, volgens mij wilt mijn meester niet dat meteen alles tegen Veluto wordt ingezet. Maar op mijn steun en kracht kan je rekenen....
Zeodora *glimlachte * Dus je blijft nog hier?
Roland * kijkt haar even voor een tijdje aan* Zolang dat betekent dat ik je daarmee kan helpen en ook Laeis kan wreken ja....
Zeodora : Oke..ik ga nu snel terug voor iemand merkt dat ik weg ben, kom je zo naar het kasteel?
Roland *knikte* Ik ben er dadelijk....ik moet nog even mijn gedachten..luchten...

Toen hij weer zeker was dat hij alleen was, pakte hij een dolk en stond op. Langzaam en voorzichtig sneed hij een snee in zijn linkerhandpalm.
Roland *fluisterde* Laeis....rust in vrede...ik zal je wreken, dat beloof ik met mijn bloed!
Hij knielde en drukte de dolk in de grond op de heuvel en bleef daar nog even staan. Toen draaide hij zich om en ging terug, kalm maar met een honger naar een moordlustige wraak.

Tsu keek rond. De troepen macheerde stil verder. In orde en stilte macheerde ze verder. Spoedig zouden ze bij de ruine's van de heilige vorige keizerstad komen van Caifeng. Hij wist donders goed dat de Aralse klootzakken de ruine's gebruikte om Aral tegen verdere invasies tegen te houden.
Tsu had bevel gegeven dat ze de nacht kamp zouden zetten en de atterilie klaar zouden zetten en dan de volgende dag de honden van Aral terug bekogelen zoals ze dat bij hen hadden gedaan.

Grijnzend reed Tsu op zijn paard verder, spoedig zouden zelfs nog meer troepen komen om zo zijn leger nog groter te maken en Aral eens en voor altijd duidelijk te maken met wie ze te maken hadden


Roland vloekte en probeerde het nog eens. Waarom wou het niet werken? Hij had al een groot totaal van zijn energie ingezet en toch wou het niet lukken.
Zuchtend gaf hij op en vloekte nog een paar luidkeels. De bliksem wou zich niet uitbreiden zoals hij wou.
Vele keren probeerde hij zo een grote bliksem-steek te maken zoals zijn vader kon.
Colin kwam aarzelend naar hem toe. Roland keek hem aan en wachte af.

Colin : Roland...ik hoorde dat....
Roland *zuchte en keek koeltjes* Haar wreken doe ik alleen, maar toch bedankt.
Colin *keek fel terug* Je hoorde het zelf, ze is gestorven doordat ze al haar energie had vebruikt en in elkaar is gezakt en haar hart het heeft begeven...hoe wil je een vijand verslaan die zelf het uiterste van Laeis kan overleven?
Roland *opende zijn Ion-oog* Ik heb me Ion-oog en mijn eigen technieken....
Colin : Toch heb je hulp nodig en of je wilt of niet, ik zal daar ook zijn om haar te wreken...ik moet je nog iets namelijk vertellen...zie je, want namelijk.....euhm....
Roland *fronste* Gooi het er nu maar eruit...
Colin *keek beschamend naar de grond* Wrulf is een keer met Laeis vreemd gegaan..
Roland *keek geschokt* Hoe bedoel je ?
Colin : Toen je een keer met je vader op een missie ging, hadden Laeis en Wrulf...maar ze beloofde dat ze er nooit mee zouden kwetsen...gaat het goed?
Roland : ik moet wat doen..

Hij liep met een stevige tred en wist zeker wat hij ging doen. Toen hij bij de deur aankwam haalde hij diep adem en deed de deur open en achter zich deed en de slot erop. Zeodora legde haar kam neer en keek hem verrast aan. Hij liep naar haar toe en zoende haar vol met hartstocht terwijl hij haar dicht bij zich hield,

Zeodora *duwde hem zachtjes ietsje naar achteren en bekeek hem goed* Vanwaar dit ineens? Ik dacht.
Roland : Doen we het met woorden tegenwoordig? Of als je niet wilt, stuur me dan maar weg, aan jouw nu de keuze.

Veluto : Hahahaha, geweldig! Geweldig werk! Nu ik zeker weet dat er een spion minder is, zullen de andere waarschijnlijk ook op het rennen zijn!
Sirian : juich nog niet te vroeg, heer.
Veluto *keek met een blik vol troimf en arrogantie* Spoedig zal die rebellie worden neergeslagen en zal jij een deel van de troimf en buit krijgen, dat beloof ik je!
Sirian *boog diep en nederig* Ik dank mijn heer daarvoor...als het mijn heer behaagt, zou ik dan nu mogen vetrekken?
Veluto : Ja, je weet dat je met de volgende legermacht mee macheert om hun een klap terug te geven?
Sirian : Ja heer, ik ga me voorbereiden om ervoor te zorgen dat uw rijk in ere wordt hersteld.

Hij liep nederig en nog steeds buigend weg. Sirian was gekleed als een edelman met wijde mouwen. De gevecht met die Doler teef was hem bijna riskant geworden. Hij had haar herkend doordat ze ook was toen hij de zoon van Gerontis was tegen gekomen. Toen hij zeker wist dat zij was wie hij dacht had hij geprobeerd haar in de val te lokken. Ze had hem al door gehad en een fel gevecht was het gevolg. Had ze nog meer energie gehad, en hij was degene die dood zou zijn geindigd.
Grijnzend liep hij verder, spoedig zou hij zijn proef kunnen testen. Misschien zouden Dolers het zien en dan zou hij echt kunnen lachen. Dan zou hij zelfs boven Kargeth uit kunnen stijgen.
Want wie was er meer te vrezen? Hij die dodelijk was of hij die een dodelijke en onsterfelijke troep van vechters had die bestond uit legendarische vechters...die al eens overleden waren?
 
Die middag liepen Arn en Ianca over de muren van het kasteel.


Ianca: Als je van de Orde van de Maan bent, kun je dan goed vechten?
Arn: Wel, ik heb een betere training gekregen dan die van de Yseners *lachend*
Ianca: Hmm? Is dat werkelijk zo? Zullen we nog wel'ns zien.


Vlug trok Arn het zwaard dat aan Ianca's zij hing en zwaaide er een keer mee.


Arn: Hmm, het lijkt me een goed zwaard, maar 't voelt wat licht aan in mijn hand.
Ianca: Voor mij is het een perfect zwaard!
Arn: Een perfect zwaard voor de perfecte vrouw bedoel je?
Ianca: En wat wil meneer daarmee zeggen?
Arn: Niks bijzonders...
Ianca: Vertel me eens over het leven in Aral.
Arn: Grappig. De hoge adel zijn er nog grotere aanstellers dan in Ys, daar ben ik zeker van!
Ianca: Je bent er niet eens geweest!
Arn: Geloof me.
Ianca: Goèd
Arn: Rechtspraak tussen de nobelen ging hem niet om het oordeel van de rechter, maar wel om wie er aan je kant stond...
Ianca: Best absurd... Hoe zijn de dames aan het hof daar?
Arn: Een oudere ridder in onze orde zei eens dat de hofdames vroeger gracieus waren als zwanen, terwijl ze nu zo gierig als eksters zijn.
Ianca: Wat wil je daarmee zeggen?
Arn: Het zijn verwende nestjes geworden... Ze eten alleen hetzelfde dat de koning, de koningin of iemand anders uit de koninklijke familie eet, en vertikken het te slapen in bedden waar niet minstens één van de kussens van fluweel is of één van de lakens niet purpergekleurd is. Grappiger is dat ze niet naar buiten durven als er een gekrulde haarlok in hun o zo mooie kapsel zit.
Ianca: Zo'n rijkdom kan ik me niet'ns voorstellen, 'k slaap m'n leven al in hangmatten, of onder de sterrenhemel of gewoon niet. Nog nooit heb ik iets gegeten dat ze op koninklijke feesten eten. En ik heb me altijd op een slagveld eerder druk gemaakt om dat stuk ijzer dat door m'n been geschoten was dan te paniekeren over m'n haar...
Arn: *lachend* Nou, wel... in de natuur zie je bloemen zich ook toch niet verkleden? Die zien er gewoon zowiezo goed uit
Ianca: Dat is lief van je..
Arn: Geen dank, ik weet zeker dat je dat verdient. Maar ik vrees dat ik tijdelijk afscheid van je moet nemen.
Ianca: Hoezo?
Arn: de Strategos van de Aralese ridders hier moet ik spreken.
Ianca: Je komt toch terug hoop ik?
Arn: Bezorgd?
Ianca: Nee, uhm, ja, of beter... ga nu maar, straks ben je te laat.





Arn sloot de deur achter zich en nam plaats aan het hoofd van een lange tafel. Aan de andere kant zat de Strategos van de huurling-ridders, heer Roanis. Arn kende die man. Een rotzak met een scherpe tong, die half en half zijn eden als ridder heeft afgelegd en meer geïnteresseerd is in goud dan in Aral.

Het gesprek verliep niet bepaald vlot.


Arn: De nieuwe koning, Gryffe, heeft uitdrukkelijk bevolen dat alle ridders afkomstig uit Aral meteen terug moesten komen om hun land te dienen.
Roanis: Waarom zou ik komen? Ik ben hier al bezig.
Arn: Het is je plicht als ridder van Aral. Je wilt toch niet dat je naam nog meer besmet raakt?
Roanis: Luister, in tijden van vrede wilt de koning me niet aan zijn hof, maar als het oorlog is moet hij me wel? Als dat zo is, dan mag hij van mijn part stikken.
Arn: Juist door hem te helpen zal je terug in de gratie vallen bij de koning.
Roanis: Dat ken ik. Daar gaat wee niks van terechtkomen.
Arn: Er zijn geen enkele manieren om je over te halen?
Roanis: Je bent ridder van de orde van de maan, niet? Jullie orde is verdomd rijk, omdat jullie handel kunnen drijven met de Sunnar elfen. Ik wil 4000 gouden Arals op tafel zien voor ik nog maar overweeg te helpen.
Arn: Wat je vraagt is voor onze orde geen te groot bedrag. Als dat je motieven zijn, schrijf ik een brief naar de grootmeester. Nadien verwacht ik je steun, goedschiks of kwaadschiks.
Roanis: 4000 gouden Arals en de zekerheid op een goeie plek in het hof.
Arn: Als onderhandelaar zeker?
Roanis: Maak me niet belachelijk!
Arn: Er zit een kern van waarheid in.
Roanis: Dat is waar.
Arn: Goed, dan ga ik nu. Ik zal een brief naar de grootmeester schrijven, en ervoor zorgen dat Zeodora ingelicht wordt.
Roanis: Die trekt haar plan wel. Het gaat mij om het goud, uiteindelijk maakt het me niet uit of ze eindigt als overwinnaar of met een kopje kleiner.
Arn: Sommige mensen veranderen ook nooit.
Roanis: Dat je dat maar weet.
 
Niet lang geleden waren Gryffe en zijn compagnon aangekomen. De bewakers werden teruggestuurd, want een aanval van achteren was altijd mogelijk, zelfs al liggen er vele steden in dat gebied.
Gryffe liep met flinke stappen de trappen naar de muur op waar enkele soldaten in het gerei stonden.
Ze salueerden en Gryffe knikte. Ergens voor hem stond een van de commandeurs, een vrij jonge man die relatief kort geleden was gerekruteerd uit een dorpje niet ver van deze plaats. Gryffe hoopte dat mannen die uit deze streek kwamen het hardst vechten en had ze daarom selectief uitgekozen. Die mannen wouden natuurlijk hun dorp niet geplunderd laten worden ..
In de verte brandden al fakkels en kampvuren. De mannen van Gryffe waren onrustig, en Gryffe, altijd kalm, leek nu zelfs ook een teken van ongerustheid te vertonen. Zijn hoogste prioriteit was de Tijger.
Hij hoopte ook op versterkingen van de Orde van de Maan. Ze waren er nog niet, terwijl ze wel steun hadden beloofd .. maar hen kennende zwoeren ze altijd trouw aan Aral.
Vannacht zou het gebeuren. Die Qiqongse zwijnen vielen altijd dan aan omdat ze dan de nacht bij zich hadden, of dat soort onzin. Gryffe zou ze een nacht laten zien die ze nooit zouden vergeten.
_______________________________________________________________________________

In de bergen van Dinor.

Bkorr had, na het slachten van die Orcs, nog uren rondgedwaald en zich zelfs verdedigt tegen spinnen. De Dwarva, dwergen, hadden eigenlijk nooit last van de spinnen, die soms wel groter dan 2 meter konden worden, sinds ze het basis nest hadden uitgeschakeld met een hoop lava.
Maar ze hadden zich blijkbaar opnieuw gevestigd. Het ergste was dat Bkorr nu verdwaald was. Het was jaren geleden, misschien wel een jaartje of 300 sinds deze tunnels waren gegraven. Het rare was dat deze tunnels ooit dicht zaten. De Orcs hadden ze vast en zeker opengemaakt ..
maar het rare was dat .. de tunnels gingen onder het water door leek het wel. Hij hoorde het razen boven hem. Hij stopte even, en zag dat er verder een licht was. Eindelijk .. hopelijk was het een andere dwergen stad, maar dat zal vast wel niet zo zijn.. hij begon te sprinten, iets wat dwergen goed konden. Maar lang rennen konden ze zeker niet .. toen hij het hoekje om ging en over een steen viel rolde hij een eindje naar beneden. Toen hij wakker werd keek hij in de ogen van een Mens.

Bkorr: Godverdegod .. wat .. wie ben jij!
Tenesse: Rustig, Dwarva! Ik ben de leerling van de Draa-
Bkorr: Draak!? Mensling, je weet niet wat je zegt, ik ben een Dwerg van Dinor, en als jij de leerling bent van een Draak, da- WAAR IS MIJN BIJL GODVERDEGODVERDE!
Tenesse: Rustig, of ik sla je in coma met deze staf!

Een man met een groot zwaard op zijn rug stapte naar binnen om te kijken wat er gaande was.

Man: Hela, wat is dat allemaal!
Bkorr: OH, NOG EEN MENS! PRACHTIG!
 
Uitgeput, bezweet en met haar haren helemaal los lag Zeodora naast Roland op het bed. Haar wangen waren rood aangelopen. Roland was minder uitgeput, maar keek met dromerige blik naar boven.

Zeodora *hijgend*: Wauw... mijn hart, het bonst als gek...
Roland: Wat meer conditie zal je dan wel goed doen?
Zeodora *lachend*: En jij stoere krijger kan dat weten hoe?

Zeodora sprong toen op Roland, die na een korte worstelpartij op haar lag.

Zeodora: Ok, ik geef me over. Jij wint


Roland lachtte en ging van haar af. Zeodora ging aan de rand van het bed zitten en keek nadenkend naar de vloer.

Zeodora: De strijd die ik lever... iedereen denkt dat het een rebellie is.
Roland: Is dat dan niet?
Zeodora: Nee, natuurlijk niet. Het is een Dynastieke strijd. Ik ben Veluto's bloedverwante.
Roland: Maar wel een bloedverwante met minder recht op de troon.
Zeodora: Wat recht? Veluto is een slecht heerser, alleen goeie heersers hebben het recht op een troon te zitten. En als hij zijn verplichtingen niet kan nakomen...
Roland: Ik steun jou, dat weet je? Voor mij ben jij de enige ware Dogina.
Zeodora: Dat is lief van je, dat je dat zegt. Voorlopig winnen we, en als het zo door gaat...
Roland: En als Veluto een truc achter de hand heeft?
Zeodora: Veel zal hij niet kunnen uitrichten... Tijd kan hij altijd winnen, maar hij kan niets voor eeuwig uitstellen.
Roland: En bovendien staan de Dolers aan jouw kant.
Zeodora: Ik kan niet wachten tot ik de koepels van het Dogepaleis eindelijk terug kan zien...

Ze leunde haar hoofd op zijn schouder en droomde wat weg nu er nog tijd voor was.







Arn gaf de brief aan de boodschapper, die meteen met zijn paard wegracete. Hij liep naar het trainingsveld en kwam in de tussentijd Ianca tegen.


Arn: Ik zou graag met vrouwe Zeodora willen spreken.
Ianca: Dat kan deze avond denk ik, ik heb haar de hele dag nog niet gezien. Misschien is ze aan het werk. Deze avond moet ik haar natuurlijk nog raad geven over tactiek en zo...
Arn: We kunnen haar dus beter niet storen, goed dan.
Ianca: Nu heb je zeker niets meer te doen?
Arn: Ik vrees het niet, nee.
Ianca: Wel, ik heb mijn taken voor vandaag klaar; mannen getraind, enkele verkenners erop uit gestuurd, plannen gemaakt...
Arn: Hoe lang moet je nog bij haar in dienst blijven?
Ianca: We hebben geen contract gemaakt... Ze heeft me gewoon ingelijfd. Waarom?
Arn: Wel, ik denk dat ik blijf, en na de burgeroorlog kunnen we dan naar Aral gaan?
Ianca: Prima, mij goed.


Ze liep met grote passen weg nadat ze nog stilletjes 'tot straks' gemompeld had.







Die avond ging Ianca naar het scriptorium, omdat ze daar Zeodora weer meer tactische raad moest geven. Ze deed de deur van het scriptorium open en zag dat Zeodora met Roland en nog een doler, een oudere vrouw genaamd Lenna, enkele brieven aan het doornemen waren en volop in discussie bezig waren. Zeodora mompelde dat Ianca haar vandaag geen raad hoefde te geven aangezien ze het te druk had momenteel. Ianca knikte instemmend en verliet het gebouw.

Ze liep naar enkele soldaten die rond een vuur zaten en wat aan het praten waren. Ze kende de meeste van hen. Eén onder hen bleek een elf te zijn genaamd 'Gendalen' of zoiets. Ze was geïntrigeerd door hem hoe hij vertelde dat hij een koningszoon was en hier terechtgekomen. De meeste mensen hadden nog nooit een elf gezien.


Ianca: Sorry als ik onbeleefd ben, maar bent u een echte elf?
Gwendalen: Zie je m'n oren, mijn langboog en mijn slanke lichaam niet, mensling?
Ianca: Sorry, het eh, ok...
Gwendalen: Is niks, meisje, dat soort blikken krijg ik eerder. Ben jij een van die mensen die met vuurstokken schieten?
Ianca: Met musketten, ja. Vereist minder training dan een handboog en je kan zo veel mensen trainen.
Gwendalen: Je vergeet dat de handboog een stil wapen is in vergelijking met zo'n donderbus?
Ianca: Maar ik schiet wel twee Aralese ridders met één schot door hun plaatharnas heen.
Gwendalen: Soms is stilte beter dan pure vuurkracht.
Ianca: Soms, inderdaad.


Het gesprek ging verder, en beide figuren kregen een goede indruk over elkaar. Toen het een uur voor middernacht was, zei Ianca beleefd goedenacht aan de soldaten rond het vuur en de elf Gwendalen voordat ze hen verliet.







 
Tsu liep rustig rond. Glimlachend stond hij te kijken naar de muren van Caifeng. De kant riching Qigong was nog altijd goed. De kant richting Aral was zoals de rest van de stad niks anders meer dan een ruine.

De katapulten en andere geschut stonden klaar om te vuren. Ook stonden de belegeringstorens en ladders klaar. Maar de meeste van de troepen waren aan het graven. Een diepe geul, maar waarom?

Tsu wist donders goed hoe normaal een Qigongense generaal zou aanvallen. Maar Tsu was benieuwd hoe de Aralse troepenmacht zou reageren op hun nieuwe tactiek.

Later die avond gaf Tsu het bevel. De belegeringswapens vuurde projectielen tegen en sommige over de muur. Niet oplettende Aralse soldaten werden erdoor verrast en snel klonk er al bellen dat ze werden aangevallen. Tsu stond kalm met zijn handen op zijn rug te kijken naar de muren.
Hij wist dat de nacht dekking gaf dat een groot deel van zijn mannen aan het graven waren. Het laten vuren van de spangeschut was slechts een afleiding. En misschien om nog wat meer paniek en onrust onder de verdedigers te zaaien.

Een commadant kwam aangelopen en boog.

Commadant : Eerste eervolle Generaal.
Tsu *keek nog steeds glimlachend naar de muur* Ja?
Commadant : We zijn begonnen met vuren.
Tsu : Zoals ik zie...hoe is het met de geul ?
Commadant : Met dit tempo en de wisseling van graafdienst zullen we morgenochtend klaar ermee zijn.
Tsu : Mooi....zodra de geul af is zullen we nog doorgaan met het vuren op Caifeng. Mochten de Aralse honden denken dat ze ons dan zomaar kunnen aanvallen, dan hebben we de geul altijd nog om hen te vetragen.
Commadant : Maar een geul zal ze niet zomaar stoppen.
Tsu : Weet ik, maar eentje die we streng bewaken zal toch een voordeel opleveren...hoe zit het met de versterkingen?
Commadant : De keizer had een bericht verzonden dat hij verrukt is met u overwinningen en dat nog meer troepen oprukken om het leger te versterken.
Tsu : Mooi....we zullen op de versterkingen wachten. Hoewel we nu al met veel meer zijn is een directe aanval nu erg onverstandig.
Commadant *fronste* Met alle respect eervolle, maar we kunnen ze toch met deze aantallen overlopen?
Tsu : Tot de muur wel daarna wordt het een stuk lastiger. Al snel moeten onze soldaten vechten in de straten van de ruines. Boogschutters en dat soort kunnen op de nog hele daken zitten en ons bestoken terwijl hun soldaten ons tegenhouden. En in die nauwe straten kunnen ze met een genoege aantal ons makkelijk dwars zitten. Met de versterkingen moeten we ze over de grote brug dringen.
Commadant : Hoe bedoeld u, als ik zo mag vragen?
Tsu : Simpel, Caifeng bestaat eigelijk uit twee delen. Een deel op het vasteland van Qigong en de andere bestaat eigelijk op die van Aral. Een grote brug verbindt die twee. Hoewel ze zouden kunnen proberen om die te vernielen zou dat erg moeilijk zijn. De brug is namelijk gemaakt met een speciaal gesteente, een of andere machtige tovenaar uit het verleden had dat gedaan. Hoe dan ook, met de versterkingen dringen we ze over aan hun kant en zetten dan onze spangeschut op posities dat we hun kant kunnen bestoken.
Commadant : Ik snap het....en dan bestormen we ze weer?
Tsu : Soort van. Ik ben nog daarop iets aan het uitvinden. Tot nu toe kunnen we proberen aanvallen over de brug te laten doen. Maar ze kunnen met genoeg soldaten ons daar lang genoeg ophouden. En laten we eerlijk zijn, hun soldaten zijn van een andere kwaliteit dan die van ons.
Commadant *spuugde op de grond* Zij zijn heidenen en aanbidden slechts duivels. Wij vechten voor de Ware! Hij geeft ons wel de overwinning!
Tsu : Uw vetrouwen in Hem is bewonderswaardig ,maar had hij ons geholpen toen Caifeng werd bestormt?
Commadant : Nou euhmm....
Tsu : Of toen we steeds verder werden terug gedreven? Ik denk dat we wel in Hem kunnen vetrouwen ,maar hij ons niet fysiek kan meehelpen....toch?
Commadant *boog* U zal wel gelijk hebben, eervolle.
Tsu *keek glimlachend naar de muren van Caifeng* Dat zal ik zeker....


Roland : Maar ik geloof het amper...hoe kunnen de lang dood liggende weer opstaan?
Lenna : Weet ik niet, maar echt beschadigen kunnen we ze niet. Ze herstellen gewoon weer en vechten door.
Zeodora : En nu?
Roland *dacht na en klapte in zijn handen* Dat is het! We kunnen ze niet doden ,maar wel proberen tegen te houden.
Zeodora *keek vragend* Ze proberen op een plek vast te binden?
Roland : Zo iets had ik in gedachten.
Lenna *schudde haar hoofd* Dat gaat niet.
Roland : Waarom niet?
Lenna *activeerde haar Ion-ogen* Rinnar heeft net als jouw en mij Ion-ogen. Hij zal waarschijnlijk wel zoiets aan zien komen. En een val neerzetten voor hun zal ook waarschijnlijk niet helpen.
Roland : We moeten het proberen..
Lenna *zuchte* Je heb gelijk...we moeten proberen die dode klootzakken tegen te houden...alleen macheren er nog een kleine legertje van Veluto aan hun zijde.
Zeodora : Daar zorgen mijn soldaten wel voor...
Roland : Mooi....dan vetrekken we morgen vroeg?
Lenna : Ja...rust uit, want ik zweer je dat dit een gevecht wordt waarvan je niet meer rustig van zult slapen.

Roland liep die avond door de hal op naar zijn eigen vetrek. Even kwam hij Ianca tegen. Beetje verrast wat die hier liep zei hij alsnog gedag en liep verder.
Toen hij in zijn vetrek was zuchte hij. Een vijand die niet gewond kon blijven , maar elke keer weer snel herstelde van elke wond.
Hoe moest je tegen zoiets vechten?

Zijn uitrusting uitdoen dacht hij nog even na.
Laeis was tijdens hun relatie ook gewoon vreemd gegaan..en dan nog wel met Wrulf. Maar maakte dat zijn affaire met Zeodora wel goed?
Wacht, klopte iemand aan zijn deur?
 
Sirian keek naar de kaart. Misschien moest hij toch meer oproepen?

Maar dat zou zwaar kosten en dan zou hij nog kwetsbaarder zijn.
Grijnzend schreef hij wat op.

Voor zich had hij een lijst met namen van wie hij kon oproepen.
Lachend probeerde hij de gezichten van zijn tegenstander zich voor te stellen.

Jammer dat Kargeth niet meer in leven was. Deze techniek had hij eigelijk voor hem bedoeld wanneer de tijd rijp zou zijn.
Ach, nu zou hij de scepter zwaaien over iedereen!
 
Roland deed langzaam zijn kortzwaard in zijn schede en draaide zich nog om. Nog slapend lag ze daar.

Even kwam hij in de verleiding om al zijn uitrusting uit te doen en bij haar neer te vleien.
Maar plicht riep.

De Dolers vetrokken al snel. Gwendalen ging mee.

Lenna : Weet je het zeker dat je het werkt?
Roland *Deed zijn rechteroog open en glimlachte* We hebben allebei de Ion-ogen en het kan werken.
Lenna *fronste* Zorg ervoor dat je niet in de problemen komt.

Ze wisten dat de kleine troepenmacht binnen een goede afstand zou zijn, dus offerde een Doler meer dan de helft van zijn energie om hen allen er vlakbij te teleporten.

Toen ze er waren verkende de omgeving. Daarna kwamen ze weer bij elkaar.

Roland : Oke...ze zullen spoedig weer macheren...dit is mijn plan.


Zoals Roland inderdaad had voorspeld macheerde Veluto's mannen weer vroeg en toen kwamen ze een vreemde figuur op de weg tegen. Hij had een zwarte mantel om zich heen en een capechon over zijn hoofd, zodat je niet heel zijn gezicht kon zien.

Officier : Geef je over en maak jezelf bekend.
Roland : Sterf....

Vuur vloog door de lucht. Aarde spietsen kwamen razendsnel uit de grond. Naalden van ijs schoten om de oren.

Roland zag iemand op hem afkomen ondanks de gevaar waarmee de troepen werden bekogeld.
Hij dook weg voor een vuist en grijnsde. Zijn vuist ging omhoog en hij voelde hoe die hard tegen de neus ging van zijn tegenstander. Zijn tegenstander wankelde achteruit en Roland trok zijn kortzwaard en viel haan met korte en felle houwen. Ondanks de vele rake aanvallen bleef zijn vijand gewoon staan en rende weer op hem af.
Roland stapte opzij voor een uitgestoken arm en in zijn vrije hand begon snel vuur te laaien. Hij spietse zijn tegenstander op zijn kortzwaard en hief zijn hand.

Op het moment dat Rolands hand met gloeiende hete vuur contact maakte met zijn slachtoffer, kwam een vuur explosie en was een grote aswolk het gevolg.
Roland keek koel....langzaam verdween de wolk en kwam Rinnar glimlachend uit de wolk.

Rinnar : Zozo, je bent een stukje jonger geworden...Gerontis.
Roland *grijnsde* Dat is een manier om het te zeggen.

Ze stormde op elkaar af, de bliksem knetterde en vonkte en toen Rolands kortzwaard en Rinnars vuist elkaar raakte knalde het alle kanten op.

Rinnar *lachte* Dit ga je verliezen, ik ben nu onsterfelijk!
Roland : Dat mag zo maar....

Hij liet zijn kortzwaard zakken en stapte opzij. Rinnar rende verbaasd door en kon niet stoppen door de kracht. Toen hij zich omdraaide verschenen drie elite dolers achter hem en rees de aarde om Rinnar.

Roland : Mooi....

Lenna : Klootzak!
Loin *lacht en grijnst duivels* Dankje....STERF!!!

Lenna's kortzwaard pareerde Loins hamer uithalen ,maar ondanks dat de kortzwaard van drakenstaal de klappen van Loins grote tweehands hamer tegen hield merkte Lenna dat op kracht ze het niet kon winnen van Loin.

Hij pakte haar bij de schouder en Lenna schrok. De hammer kwam van de zijkant met zo een vaart dat ze wist dat ze het niet zou kunnen ontwijken.
Staal klonk op staal. Trim vloekte en grijnsde.

Trim : Vergeet mij niet !
Loin : Vuile....

Trim duwde de hamer terug en Lenna haalde uit. Loin strompelde naar achteren en kreeg weer die moordlustige grijns en blik.
Hij rende op hen af en zowel Lenna als Trim kregen het zwaar te verduren.

Trim sprong naar achteren terwijl hij handzegels weefde. Toen riep hij wervelwindjes die stukken van Loin afsneden. Toch rende en vocht die door. Want wanneer een andere wond net gebracht was heelde twee andere weer.

Lenna dook weg voor de hamer en Trim verscheen achter Loin. Beide pinde Loin vast.

Een paar Doler verscheen en deed hetzelfde wat ze bij Rinnar hadden gedaan.

Roland kwam kalm aangelopen en glimlachte.

Lenna *veegde het zweet van haar voorhoofd* Zo....en?
Roland : De troepen hergroeperen zich maar ze zullen ons niet direct aanvallen...misschien dat..
Lenna : Wacht, hoor je...REN!

Ze keken geschrokken en iedereen zette het op een rennen. Een grote bol zwart vuur kwam op hen af. Langzaam maar zeker kwam het zwarte vuur en sloeg het in. De Dolers keken verbaasd hoe groot de inslag was. Het vuur vespreide zich razendsnel en alles wat het te pakken kreeg kon maar niet stoppen met branden. Lenna werd lijksbleek.

Lenna : Zeg alsjeblieft niet dat...
Roland *werd ook lijk bleek* Dat mag niet....

Langzaam en zeker kwam een vrouw aangelopen. In de kracht van haar leven en een rapier bij de hand. Ze stopte en glimlachte droevig.

Elys : Ik ben bang dat ik er weer ben.....kan iemand me dat uitleggen?
Roland : Is dat....mam?
Elys : Roland! Oh god, wat ben ik blij dat je nog ongedeert ben!
Roland : Wat doet u hier? Nee, zeg niet dat u ook opgeroepen bent!

Tranen liepen hevig over zijn wangen. De Dolers keken vol verbazing en angst naar Elys.
Roland liep onzeker en aarzelend een paar stapjes en haalde daarna diep adem en keek koel naar zijn moeder.

Roland : U mag hier dan zijn, maar u lichaam is niet het uwe en uw wordt gestuurd door door iemand....
Elys *keek droevig* Het enige keer dacht ik dat je vader en ik de eeuwige rust hadden gevonden...en toen zag ik jullie en luisterde me lichaam niet meer.

Roland schrok, ze was in een flits weg. Lenna vloekte.
Elys stond achter Roland en haar rapier kwam razendsnel aan. Vonken van staal op staal kwamen van Rolands en Elys zwaarden af.

Elys : Ik ben blij dat je vaders Ion-oog je goed van pas komt.
Roland : Sorry mams....

Roland deed een stap opzij en trapte Elys in de maag.Terwijl die voorover boog plante Roland zijn kortzwaard in haar rug en dook weg voor haar rapier. Hij weefde een paar handzegels en haalde uit met zijn vuist.
Toen hij haar raakte kon Elys zich niet meer bewegen. Er kwam elektriciteit van Rolands kortzwaard.

Elys *glimlachte* Ik ben zo trots op je...als je dat maar weet...

Roland schrok en probeerde weg te rennen. Zwart vuur, zo zwart als pek, omringde Elys en breide zich steeds meer uit. Uiteindelijk kreeg het Roland te pakken en schreeuwde hij het uit van de pijn.
Lenna en de andere wisten niks te doen en Elys keek met zo een droevige gezicht dat als je het kon waarnemen je er zelf van ging huilen.
Roland stopte uit eindelijk met schreeuwen van pijn en keek glimlachend naar Elys.
Die schrok en draaide zich om. Een zwarte mantel en een naderende vuist was het laatste wat ze zag voor de klap. Ze rolde over de grond en stond langzaam op.

Roland : Mam...u weet toch wel dat ik beter ben dan dat?
Elys *glimlachte en trok de kortzwaard met gemak uit haar lichaam* Ja, je weet de geheim achter mijn geheime vuur....zelfs beter dan je vader..
Roland *keek fel* Komop...
Elys : Ik zeg alvast sorry...
Lenna : Roland! Komop, we moeten weg!!!
Roland : Breng Rinnar en Loin weg, ik leid me moeder af!
Lenna : Godverdomme....jong, als je hier levend vanaf kom dan doe ik je wat!
Elys *glimlachte droevig* Als ik je niet eerst ombreng...
Roland : Trouwens, was u vroeger ook zo?
Elys : Hoezo?
Roland : Dan weet ik van wie ik me goede uiterlijk heb gekregen...
Elys : Hahahah, vleien met je tegenstander is niet zo een goede gewoonte....zeker invloed van je vader...als die je nu zo kon zien!
Roland : Maakt u geen zorgen, ik weet vast en zeker dat die wel vanaf ergens toekijkt en op u zult wachten...
Elys *keek hem smekend aan* Als je weet hoe je deze vloek eindig, doe het dan zo snel mogelijk...

Ze was weer in flits weg en Roland ook. Overal klonk staal op staal maar waren ze beide niet te zien. Roland stopte en keek om zich heen en bukte. De rapier miste hem net letterlijk op een haar. Roland haalde fel uit en probeerde meteen een afstandje te creeëren.
Elys glimlachte en wees naar hem. Vanaf haar handen onstonden blauwe stralen en schoten op hem af. Roland ontweek ze en schrok.
In plaats van te verdwijnen deden de stralen zich splitsen en was hij binnen een moment omringd.
Hij wierp nog een blik op Elys die sloot langzaam haar vuist. Toen schoten de stralen op Roland en onstond er een diep blauwe koepeltje.

Elys zucht en keek even droevig. Toen glimlachte ze langzaam. Een vonkje van elektriciteit hoorde ze net.
Toen knalde de koepel uit elkaar en stond Roland daar.

Hij had zijn rechterpols vast en overal knetterde en vonkte elektriciteit.

Elys : Goed gedaan....
Roland : Ik zie nu nog meer....bedankt mam....voor alles...

Rolands rechteroog, zijn Ion-oog, was langzaam aan het draaien en kreeg een stipje erbij.

Sharingan3.gif

Elys : Mooi....kom maar op!

Ze zette zich schrap en opende haar rechterhand. Bliksem verzamelde zich daar ook alleen was het een donker grijze kleur in tegen stelling tot Rolands heldere blauwe kleur.
De Dolers die al een afstand verderop waren zagen hoe een licht explosie onstond en een grote wolk van stof opsteeg.

Lenna wou net terug gaan tot een zwaar gewonde Roland glimlachend naast haar verscheen.

Lenna : Ronald!
Roland : Het gaat....

Over heel zijn uitrusting waren schrammen en gaten te vinden. Hij bloedde hevig en een grote kras was over zijn linkerwang te zien. Hij wankelde en was het niet voor Gwendalen dan zou hij met een harde smak op de grond zijn gekomen.

Lenna : Komop, we moeten zo snel mogelijk terug. Bij Zeodora's kasteel kunnen we die vervloekte lichamen en die techniek meer onderzoeken...kom op!

Bang wierp Lenna een blik achterom. Als degene nu Elys kon oproepen...wat zou hem tegen houden meer krachtige personen op te roepen.
 
Gwendalen boog voor Roland.

Gwendalen: Mooie strijd heb je geleverd .. vriend.
Roland: Jij ook.. luister. Ik heb een opdracht voor je die ik niet aan andere dolers kan geven. Aangezien dat jij niet direct verbonden bent aan de Dolers wil ik dat je het Noorden opzoekt .. we horen steeds meer van Daw'hin plunderingen.
Gwendalen: Komt voor elkaar.
Roland: Moge de wind in je rug blazen.
Gwendalen: En de zon op je gezicht schijnen. Vaarwel.

Hij boog nog eens en draaide zich om, blij dat hij eindelijk dat pak uit mocht doen.
Toen hij eenmaal op weg was was hij ook een flink stuk weg. De bomen weken weg voor hem en wisten dat hij een taak had die belangrijk was. Ze hadden zelf ook genoeg geleden onder de bijlen van de Daw'hin. De Hoeders hadden hen achter gelaten, maar de wind en zon waren nog steeds bij hen.
Enkele keren moest Gwendalen weg duiken als er Daw'hin langs kwamen, wat ongebruikelijk was.

Enkele keren passeerde hij ook Oegre ruïnes die weinig waarde hadden in de vorm van perkamenten en dergelijken..


Ondertussen was in Cai Feng de druk aardig opgelopen. De boogschutters raakten maar een paar gravers voordat ze zelf geraakt werden door pijlenregens. Gryffe stak zijn hand omhoog.. het teken om terug te trekken. Ze trokken de straten in. Dat was makkelijker te verdedigen dan een muur .. en ook nog eens meer in hun voordeel. De Orde van de Maan was nog steeds niet gearriveerd, wat Gryffe ongerust maakte .. zonder hen zouden ze niet winnen.
 
Tsu dacht na. De Aralse schoften trokken zich terug.

Hij kon proberen hen achterna te gaan met zijn huidige leger of wachten op de versterkingen.

Kapitein : Eervolle Generaal, wat zijn uw orders?
Tsu : Zorg ervoor dat onze spangeschut hun bekogelen in de stad, als het goed is zullen de versterkingen van ons elk moment aankomen. We zullen niet meespelen met hun spel.
Kapitein : Maar we kunnen ze nu achterna zitten en te grazen nemen!
Tsu *keek misprijzend* Nee, ze hebben de voordeel en tijd om zich voor te bereiden voor we een volle aanval kunnen inzetten...
Kapitein : Wat zijn uw orders dan? Verder schieten en graven?
Tsu : Ze weten dat een frontale aanval nu weinig zin heeft...we zullen hen terug drijven of erger. Ze trekken zich terug in een gunstigere positie om zichzelf tegen onze projectielen te beschermen....laat de spangeschut nog wat vuren en nadat de versterkingen er zijn dan bereiden wij ons voor op een frontale aanval!
Kapitein : Jawel mijn heer!

Tsu keek naar de muren en lachte.
De Aralse dachten zeker dat ze gewonnen hadden maar ze zouden spoedig te weten krijgen dat ze niet met zouden moeten spotten of met de macht van Qigong!
 
De Dolers keerden al snel terug op het kasteel.

Lenna : Snel, laat Zeodora weten dat we terug zijn met nieuwe informatie en dat Roland snel medische hulp nodig heeft.
Trim : Aye!!
Lenna : Volhouden knul...als je dit overleeft dan heb ik nog een appeltje met je te schillen.

Ze stond en keek hoe een paar Dolers Roland weg draagde en kon net zien hoe hij glimlachte.

Doler : Moet Aedan hierover worden ingelicht ?
Lenna : Ja, METEEN!

De Doler knikte en rende weg. De andere Dolers wachte op orders. Lenna zuchte en dacht na.
Ze draaide zich om en keek met een blik die geen tegenspraak dulde.

Lenna : Zet in de hele omgeving vallen en andere dingen neer zodat we niet verrast zullen worden. Ik wil niet dat we bij verassing worden beet genomen!
Dolers : Aye!
Lenna : Ik wil ook een groepje hebben om samen met mij een van die klootzakken te onderzoeken!

Nadat iedereen wist wat hij of zij ging doen gingen ze op pad. Lenna zuchte en ging ook maar voorbereidingen treffen.


Roland lag in de ziekenboeg en twee arsten keken ernstig naar zijn wonden en probeerde er wat aan te doen. Sommige waren gewoon brandwonden en andere schrammen of open wonden.
Ze adviseerde hem om even rust te nemen. Roland knikte maar dacht niet aan rust.
De hele tijd moest hij denken aan zijn moeder. Hij voelde zich vreselijk want als iemand een techniek had om personen om te zetten in kille moordmachines die je niet normaal kon doden, wat zou degene dan nog stoppen?

Hij voelde zich al na een tijdje rusten beter en wist wel beter. Hij stond op en liep langzaam en soms kreunend van de pijn naar zijn vetrekken. Lenna kennende zou die al in haar voorbereidingen ervoor zorgen dat hij wat kon aantrekken.

Hij trok laarzen zoals de soldaten van Zeodora droegen. Een wijde broek. Een riem met drie kleine handige zakjes waarin hij makkelijk en geordend zijn werpmessen en misschien een paar rookbommetjes in kwijt kon en in een oogwenk kon pakken. Verder had hij nog een leren vest en een stalen schouderbescherming.

Toen hij klaar was trok hij ook de polsbeschermers aan die hij daarvoor droeg en zijn oude handschoenen. Hij trok de verlengde stuk van de vest over zijn mond en neus en keek in de spiegel. Glimlachend probeerde hij wat rechterop te staan hoewel hij merkte dat het nog te pijnlijk was. Zou hij echt zoveel op zijn vader lijken?

Een kuch deed hem omdraaien. Hij zag Ianca daar staan.

Ianca : Ik ben blij dat je heel huids terug bent. De raad zou zo bij elkaar komen....kom je ook?
Roland *knikte* Ik zal proberen daar te zijn..
Ianca : Mooi zo..

Roland keek nog even in de spiegel en ruste nog even uit.
Toen was het tijd.

Hij liep de kamer in, in de tussentijd had hij een wandelstok geleend en merkte dat het lopen meteen een stuk beter ging.
Nadat hij een paar mensen bedankt had die hem beterschap wenste en blij waren dat hij er nog was ging hij zitten. Zeodora kwam later en Roland was even nood gedwongen om een praatje te maken met een of andere Aralse ridder wat niet echt soepel verging.
Een of andere, Roanis maar toen kwam zij binnen.

Roland wou opstaan net als de rest maar het lukt hem niet en dus dacht hij dat het beter was om te blijven zitten. Ze merkte hem niet meteen op en liep kalm naar haar plaats. Toen ze hem opmerkte zag Roland een glinstering in haar ogen maar haar gezicht bleef kalm en vriendelijk.

Zeodora : Ik ben blij dat u ongedeerd terug bent gekeerd, Roland de Doler.
Roland *knikte en antwoorde* Ik ben blij dat ik terug kon keren met belangrijke informatie voor u, vrouwe.
Zeodora : Zeg het maar....

Hij haalde adem en sprak toen.

''Ik ben samen met mijn kameraden op tocht geweest. De rapport dat wees dat Veluto met een kleine legertje een tegenaanval doet is waar. De aantal troepen is niet zo groot en kan met gemak worden afgemaakt.''
Roanis *sprak met spottende toon* Dat jullie dat niet hebben gedaan bewijst maar eens dat magie het niet kan winnen van staal.
Roland *keek koeltjes en antwoorde* Het feit wilde dat we hen terug dreven maar dat oude bekende ons tegen hielden...
Roanis : Haha, dus verraders in jullie eigen Orde?
Roland : Nee, dode vijanden...

Even werd het stil...iedereen keek vragend naar Roland. Die legde het uit.

''Tijden geleden woeide er in het zuiden een heftige strijd tussen machten. Mijn vader, Gerontis en nog enkele bondgenoten streden tegen een groot gevaar, eentje voor Kargeth. Ze wisten die kwaad te overwinnen. Echter was er een duo die toener tijd was gedood weer levend door een of andere vloek of spreuk. We hebben ze geprobeerd te doden met van alles. Magie, staal of een mix van beide. Echter herstellen ze ter plekke en vechten maar door.''
Andere leidinggevende : Zijn het ook echt dode personen? Rottende lijken en dat soort?
Roland : Nee...ze hebben hun normale uiterlijk..alleen wanneer je ze een wond toebrengt zal die herstellen en vechten ze simpel weg door. Ik en de andere hebben moedig weerstand geboden maar het heeft bijzonder weinig uitgehaald.
Roanis : Dus rende jullie weg?
Roland : Nee, ik heb als afleiding gediend zodat de anderen twee van de drie van die vijanden gevangen konden nemen...
Ianca : Wat voor personen waren of zijn het?
Roland : Rinnar van de Ion-clan, Loin, eens een verrader geweest van mijn Orde. En dan nog...mijn moeder, Elys van Ys...

Sommige hapte naar adem en andere fluisterde dat het niet waar kon zijn.

Zeodora : Weet je het heel zeker?
Roland *keek naar haar bezorgde gezicht en aarzelde* Ja vrouwe....zij was degene die mij zo had toe getakeld...
Roanis : Kennelijk ben je nog wel er goed vanaf gekomen want je zit hier anders wel. Verklaar dat eens!

Hij keek koeltjes en met een blik vol kille haat naar Roanis.

Roland : Simpel, ze had nog haar bewustzijn en haar gevoelens intact, maar haar lichaam wilde niet haar luisteren en had een eigen wil. Mocht het niet zijn dat ik ervaren genoeg was dan zou ik nu verteerd door haar zwarte vuur zijn...nog meer vragen?

Hij keek rond naar andere en voelde zich eigelijk langzaam vermoeid. Misschien had hij toch ietsje meer moeten rusten.
 
Arn had die ochten de brief van de grootmeester ontvangen samen met een geldbuidel waar het bedrag in zat om Roannis over te halen. Spoedig zou hij terug moeten gaan naar Aral...

Nadat hij het bedrag aan Roannis gegeven had, die zijn woord gaf om naar Aral te vertrekken die avond nog, kwam hij Ianca tegen.

Arn: En hoe was de krijgsraad?
Ianca: De doler wist hen allemaal te overtuigen... hoewel het lang duurde en sommgen gewoon wegliepen, zoals die zak Roannis.
Arn: Die man... Gelukkig behoort hij niet tot onze orde. Ik moest hem terughalen omdat hij hier veel ridders had die ons konden helpen.
Ianca: Wat bedoel je?
Arn: Ze vertrekken vanavond al. Ik ook trouwens...
Ianca: Arn...
Arn: Wat?
Ianca: Arn, jij klootzak! Je had me beloofd hier te blijven tot de oorlog gedaan was!
Arn: Ik ben verplicht mijn eed na te komen... Ianca... Ik kom wel terug na de oorlog.
Ianca: De oorlog, de oorlog, weet je wel hoe lang die kan duren? Wat als ik je nooit meer zie?
Arn: Ik zweer dat ik je zal terugvinden!
Ianca: Blijf gewoon hier! Maakt mij niet uit dat die ridders gaan, maar jij moet hier blijven.
Arn: Ianca, waarom zeg je dat allemaal?
Ianca: Omdat... omdat ik je graag zie, Arn.
Arn: Wat?
Ianca: Ik wil je niet verliezen...
Arn: Ik weet het niet, Ianca... Ik moet mijn eed nakomen.
Ianca: Goed, als jij het zegt...


Ianca liep met grote stappen weg.





Zeodora was na de krijgsraad naar het badhuis gegaan. Het is bekend dat Yseners dol zijn op badhuizen, en het bijna een soort traditie geworden is. Ze zat in een stoombad toen Ianca op de deur klopte. Ianca zei tegen de wachters dat ze Zeodora dringend moest spreken, en dus vroegen de wachters aan Zeodora die binnen zat of ze de zaal mocht betreden. Zeodora stemde toe, als het belangrijk was wat Ianca te zeggen had tenminste.

Vlug en zonder te kijken openden de wachters de deur zodat Ianca naar binnen kon. Vlug sloten ze de deur terug. Ianca zat nu in de benauwende stoom, en haar gezicht liep al meteen rood aan en begon te zweten.


Zeodora: Waarom kom je er niet bij?
Ianca: Ik... Vrouwe, ik heb mij al drie weken niet meer gewassen. Er hangt vuil tussen mijn tenen, mijn haren zijn vettig... Ik wil uw water niet vies maken ofzo..
Zeodora: Nonsens! Daar dienen baden net voor! Ben je van Ys of niet? Doe die kleren uit en kom erbij.
Ianca: Vrouwe, u meent toch niet...
Zeodora: Ik vraag je gewoon erbij te komen zitten. In Ys is het haast normaalste zaak van de wereld dat men soms in een bad over zaken praat, dus waarom wij niet?
Ianca: Om eerlijk te zijn, ik vindt het niet kunnen dat...
Zeodora: Kom erbij. Doe niet moeilijk en zet u.


Ianca gromde wat en trok toen haar kleren uit, die ze op een bankje naast het bad legde.

Zeodora: Dat was toch niet moeilijk?
Ianca: Ik schaam me dood...
Zeodora: Ik heb toch ook geen kleren aan? En nu je voet erin.

Ianca probeerde rustig m ze met haar teen het water te voelen, maar Zeodora keek ongeduldig waardoor ze vlug het water in schoof. Het water was lekker warm, en Ianca kon voelen hoe haar lichaam zich eindelijk eens ontspande. Dit voelde best goed aan, al was het doodsbeschamend om zonder kleren voor vrouwe Zeodora te moeten verschijnen.


Zeodora: Voor wat kwam je nu?
Ianca: Om het in kort te houden, vrouwe, vertrekken de ridders die u ingehuurd heeft om voor u te vechten deze avond nog..
Zeodora: Wat? En ze vinden dat zomaar kunnen?
Ianca: Hun leider is die Roannis, en het maakt die vent niet uit of je zelfs een van de Goden bent, hij doet wat hij wilt.
Zeodora: Ja, die man is lastig. Roland had het moeilijk hem te overtuigen, en hij is weggelopen.
Ianca; Inderdaad.
Zeodora: Ik vind het niet kunnen dat ze vertrekken zonder toestemming. Dat gaat niet door.
Ianca: En de politieke situatie in Aral dan? Als je ze laat gaan kun je later je banden met Aral versterken...
Zeodora: Je bent een nog geslepener diplomate dan men zou denken. Maar toch.
Ianca: Je kunt het eenvoudig oplossen.
Zeodora: Wat stel je voor?
Ianca: Die heer Arn.
Zeodora: Ik heb hem nog niet eens gesproken, wat is er met hem?
Ianca: Die man is een goede vechter... Als hij nu eens voor ons wat ridders opleid? Al is het vlug en zijn ze een halve ridder waard, ze zijn dan nog steeds beter dan de Ysener ruiters...
Zeodora: Je hebt goed inzicht, en ik ben er volledig mee akkoord. Dat problemenmakers als Roannis maar vertrekken. Na ons bad zal ik het meteen bevelen.
Ianca: Dank u, vrouwe.
Zeodora: Voor jou gaat het om die Arn zeker?
Ianca: Hij is gewoon een goed vechter...
Zeodora: Je hebt jezelf al verraden.
Ianca: Zoals u uzelf verraden heeft? Roland he?
Zeodora: Je ziet veel...
Ianca: En u niet zeker?


 
Loin schreeuwde alles bij elkaar. Roland keek rustig. Bijna moest hij glimlachen.
Gelukkig kon niemand zijn mond zien doordat het verlengde stuk leer en stof zijn mond en neus nu bedekte en je alleen nu zijn emotie vanaf zijn linkeroog kon proberen af te lezen.

Dolers onderzochten het lichaam van Loin terwijl die streng en met allerei magische zegels zat vastgebonden. Lenna keek koel en schudde haar hoofd.

Lenna : Het maakt verdomme weinig uit wat we doen...Hij herstelt gewoon van alles.
Roland : Ik zie het....
Lenna : We hebben allerei zegels op hem toe gepast....en ik heb antwoordt van Aedan gekregen...
Roland *keek vragend* En?
Lenna : We moeten de lichamen naar de Burcht brengen...Aedan heeft een diepe kerker aangelegd speciaal voor Rinnar en Loin, daar kunnen we ze in een ernstige verzwakte staat onderzoeken..Het is de enige oplossing.
Roland : Dat betekent dus...
Lenna *keek rond en zag alleen Dolers en geen soldaten* We trekken terug uit de burgeroorlog...
Roland *keek geschokt* Wat? Nee, dat mogen we niet want...
Lenna *fronste* Want?
Roland : Nou....met Zeodora aan de macht kunnen we veel meer bereiken in Ys...
Lenna : Dat is waar, maar we trekken ons niet helemaal niet terug. We houden heus wel een oogje in het zeil. Want we moeten nog degene die deze vervloekte techniek heeft toegepast te grazen nemen...
Roland *dacht razendsnel na* Ik snap het...maar moeten we geen diplomaat of zoiets aan Zeodora's zijde houden? Wie weet wat die gaat doen?
Lenna : Dat is waar...
Roland : We weten ook nog steeds niet wie de symbool van Ys is of wordt...en met mijn Ion-oog kan ik die wel opsporen.
Lenna : Ik zal Aedan erover berichten , maar ik en de andere Dolers zullen vanavond in alle stilte weg gaan. Weet je zeker dat je deze taak op je wilt nemen?
Roland *knikte* Ja.
Lenna *keek bezorgd* Luister, we vinden de moordenaar van Laeis heus wel....maar weet dat je niet per se zo een taak als deze op je hoef te nemen..oke?
Roland : Weet ik, ik doe het voor onze Orde.
Lenna *glimlachte* Ik denk dat je ouders trots op je zijn dat je zo toegwijd aan de Orde bent.
Roland : Dan ga ik nu maar rusten...
Lenna : Vergeet niet, als Zeodora vraag waar de andere Dolers zijn...zeg dan niet dat we ons wat terug trekken. Zaken van de Orde zijn niet van belang voor heersers..oke?
Roland : Komt goed...

Hij liep weg met zijn wandelstok. Toen hij zeker wist dat niemand in de buurt was zuchte hij. Even was hij bang dat hij ook weg moest. Toen kwam toch die angstige gedachte naar boven.
Uiteindelijk zou hij toch wel weer weg moeten. Dolers doolde nou eenmaal op zoek naar kennis en wijsheid en proberen de balans in de wereld te houden.

Even dacht hij aan haar. Zou Zeodora het erg vinden als hij vertelde dat hij de enige Doler zou zijn die volledig aan haar zijde zou staan? En hoe zou ze reageren als hij zou vertellen dat wat ze hadden maar tijdelijk zou zijn, gezien hij later toch ergens anders heen moest mocht Aedan dat wensen?
Misschien moest hij wel uit de Orde treden? Maar dan nog...dan zou hij maar een normale iemand zijn en zouden de edelen van Ys het niet accepteren dat een Dogina met een normale iemand zonder rijkdom of verheven status omging.
Dat die gedachte niet eerder naar boven was gekomen dacht hij spijtig. Misschien zou ze het niet erg vinden en zou hij haar toch gaan vervelen.
Want wat deden ze nou om aan te tonen dat ze wat voelde voor elkaar? Roland werd ineens onzeker en misselijk.

Hij ging naar zijn vetrekken en deed de deur achter zich dicht en op slot. Hij liet zich op zijn bed neer ploffen en dacht na.
Nu hij de rust had, want zijn deur was op slot en Zeodora was de enige met de sleutel, kon hij goed nadenken.

Hoe zou het Gwendalen vergaan? Uit nieuwsgierigheid had Roland hem snel naar het noorden gestuurd. Uiteraad hoopte Roland dat Gwendalen in orde zou zijn.
En dan nog die techniek die de doden kon oproepen en onoverwinnelijk kon maken. Wie was er zo machtig om ook zijn moeder in de kracht van haar leven op te roepen en ervoor te zorgen dat ze geen controle had over haar lichaam maar alleen haar gedachtes en gevoelens?
Wat nou als degene vader zou kunnen oproepen?
Huiverend dacht Roland aan de gevolgen. Net op het nippertje had hij de ontmoeting met zijn moeder overleefd. Zelfs met de Wolf in hem die de geneesprocess versnelde was hij nog steeds niet helemaal genezen.
En die kleine troep waren nog steeds onderweg hiernaar toe. En wat zou hij moeten doen als hij weer tegenover zijn moeder stond?
Meteen hulp van andere Dolers kon hij niet rekenen, gezien Aedan hen had wat meer had terug geroepen...
Ook de soldaten van Zeodora konden weinig uithalen bij iets wat niet dood gemaakt kon worden...

Zuchtend sloot Roland zijn ogen en probeerde hij te bedenken hoe hij Zeodora zou vertellen wat de Dolers zouden gaan doen en hoe ze zou reageren.
 
Bkorr: Godsamme .. waar ben ik nu weer in beland ..
Tenesse: Dwarva .. als je zo blijft zeuren dan laat ik je hier achter. Wat jij wilt.
Bkorr: Al goed .. al goed. Waar gaan we heen, mensling?
Tenesse: Zoals ik al zei ben ik een leerling van .. je weet wel .. ik werd door hem opgeleid en moest als een soort eind-les mij rapporteren aan de dolers, of zoiets. Probleem is dat ik al een tijdje geen visioen van hem heb gehad sinds ik de Dolers ben kwijt geraakt.
Bkorr: Visioen? Bedoel je zo`n ding dat je krijgt in de nacht?
Tenesse: Een droom? Zoiets .. snap je iets van magie?
Bkorr: Magie .. ik ken enkel magie van de aarde en van de goden ..
Tenesse: Er zijn verschillen met die magie en die van mij ..

Ze liepen zo door, richting het Noorden. Ze wisten van de man dat ze niet ver waren van een Doler Outpost, maar het was zeker nog een dag lopen ..



Ondertussen, in Cai Feng.

Enkele mannen renden door de straat, richting een opstelling van barricades met boogschutters en daarvoor mannen in sterk pantser die een schildmuur vormden. De rest was in het kamp, dat er iets achter lag. De spanning was hoog, en het wachten was nu enkel nog op de Qiqongse honden en zwijnen om aan te vallen ..
 
Roland hoorde iemand op de deur kloppen en zuchte. Hij had net van Lenna gehoord dat ze nu samen met de Dolers weg zouden zijn en hij voor hulp moest roepen mocht hij het nodig vinden.

Roland : Kom binnen.

Tsu : Zijn de versterkingen er al?
Kapitein : Bijna heer.....
Tsu : We wachten nog op ze....voor nu dan.

Sirian glimlachte...hij en de kleine legertje zouden snel bij Zeodora's kasteel aankomen en dan zou hij de macht van Elys laten testen door haar los te laten op Zeodora's troepen..
Maar eerst die Dolers uit de weg ruimen
 
Arn moest voor Zeodora verschijnen. Als heer uit een Orde afkomstig uit Aral vond hij het niet logisch dat hij zou moeten luisteren naar een vreemde heerseres. In de zaal waar hij Zeodora moest zien, stonden de Strategi, allen behalve Roannis. Zeodora keek streng naar Arn, die zich wel verplicht voelde te buigen.


Zeodora: Jij bent dus verantwoordelijk voor het verlies van mijn ridders?
Arn: In vredestijd had je hen kunnen kopen, maar Aral verkeert in oorlog, en...
Zeodora: Je daden zijn niet zonder gevolgen. En jij zult die consequenties moeten dragen.
Arn: Dogina, ik-
Zeodora: Stilte! Jij gaat voor mij een groep van honderd mannen trainen volgens de manier waarop Aral haar ridders traint.
Arn: Ik gehoorzaam mijn orde, geen buitenlandse vorstin.
Zeodora: Je zult wel moeten. Jij traint voor mij honderd ridders, en ik laat jou vrij.
Arn: En als ik dat niet doe?
Zeodora: Als je dat niet doet??! Je zult het doen!
Arn: Ik stel een deal voor.
Zeodora: Je hebt de positie niet om een deal te maken, maar leg het maar uit.
Arn: In Aral lost een duel alle ruzies op. U tegen mij. We laten het zwaard wel uitmaken wie-
Zeodora: Bespaar me die kinderachtigheden!! En als jij onze Ysener wetten zou kennen, moest je weten dat ik ook een kampioen kon inzetten.
Arn: Met alle plezier!
Zeodora: Als mijn kampioen kies ik Ianca Alvarès, Eerste Tactica van het Dogalische leger. Zie je het nog zitten?
Arn: In dat geval... In dat geval stem ik toe me uw voorwaarden...
Zeodora: Was dat nu zo moeilijk? Je kunt over de middelen beschikken die je wilt, ik zal je honderd geschikte mannen toewijzen. Heb je al dingen in je hoofd?
Arn: Kunnen die honderd mannen paardrijden?
Zeodora: Dat kunnen ze, hoewel niet bepaald als de beste.
Arn: Ik heb nodig: oefenzwaarden, oefenlansen, oefensperen, schilden, honderd volbloed Aralusische paarden en harnassen. Genoeg middelen om alles te onderhouden is ook nodig.
Zeodora: Dat kan vlug geregeld worden allemaal. Morgen zijn de paarden hier.
Arn: Dan kan ik overmorgen met de training beginnen.
Zeodora: Hoe vlugger, hoe beter...





Later ging Zeodora, deeld vermoeid, deels nog erg actief, op zoek naar Roland. Ze zocht zijn kamer op, en klopte aan om binnen te mogen.

Roland: Kom binnen..


Zeodora ging tegenover Roland zitten en keek alsof ze haar hart wilde uitluchten.


Roland: Wat ligt er op je hart?
Zeodora: Net nu, net nu, moeten die verdomde ridders terug naar hun barbaarse thuisland om het te verdedigen tegen nog grotere barbaren...
Roland: Hoewel je dat uit een ander perspectief ook kan zien, maar toch. Vertrekken die ridders?
Zeodora: Ja, maar gelukkig heb ik de steun van de orde nog, niet?
Roland: Zeodora, dit zal hard aankomen, maar... De orde moet zich terugtrekken...
Zeodora: Wat?!
Roland: We blijven je helpen! Alleen moet onze steun wat verminderen... We zijn wel genoodzaakt.
Zeodora: Verdomme, Roland!!
Roland: Het spijt me...
Zeodora: Nee, nee, het is al goed!
Roland: Onze steun aan u zal blijven gelden.
Zeodora: Ik moet zo vlug mogelijk het vasteland in mijn handen krijgen...
Roland: Doe dat. Veluto's troepen zitten verstopt achter Ysener muren...
Zeodora: Ik zal haast maken... Oh, Roland maak het die heer Arn goed duidelijk dat zijn ongeremde gedrag hier niet kan, zeker niet tegen mij.
Roland: Goed goed, jij wilt ook op alles wraak, he?


 
后退
顶部 底部