Non-English Forums > Rollenspellen
RP: New York Zombie RP
Jezze:
De dag was koud voor de tijd van het jaar. Thomas zag het ochtendlicht door de oude gordijnen van zijn slaapkamer schijnen en kreunde bij de gedachte om er uit te moeten komen. Uiteindelijk kon hij zichzelf overtuigen en stond op. Hij waste zich snel bij een teil in de hoek en trok zijn kleren aan. Hij pakte een trommel uit de kast en keek erin. Hij kwam tot de conclusie dat zijn crackers zo goed als op waren. Hij zuchtte. Dat ging hem weer kosten. Hij nam een cracker, smeerde er wat ham uit blik op als ontbijt.
Hij woonde in wat je bijna een huis kon noemen. Het was voornamelijk gebouwd van enkele lagen houten platen, met soms nog wat isolatie er tussen. Hij had een kleine leefruimte waar hij sliep, eten maakte en leefde. Daarvoor was zijn winkel die een stuk groter was. Achter zijn huis had hij nog meer ruimte dat werd gebruikt voor opslag van spullen. Hij was druk bezig om spullen op te kopen waarmee hij een nieuw en steviger huis kon maken. Soms als het regende, wou het water nog wel eens naar binnen lopen bij hem.
Hij liep naar voren naar zijn winkel. Hij mocht niet klagen met wat hij had. Het had hem een tijd gekost, maar in die tijd had hij een aardig lopende winkel opgezet die van alles kocht en weer verkocht. Hij werd geholpen door nog twee jongens uit de buurt en zijn buurvrouw, die ooit administratieboeken had bestudeerd in haar vrije tijd.
Hij woonde in het vroegere Financial Park van New York, aan de zuidkant van het district. Daar stond de nederzetting van de familie Johnson. De nederzetting had goed gegroeid de laatste jaren. Meer en meer mensen waren er komen wonen, dit waren voornamelijk vluchtelingen uit andere stadsdelen. Dit was zeker voordelig voor Thomas, maar verhoogde de overlevingskans van de nederzetting zelf ook.
Thomas liep zijn winkel in, keek door het kleine raam naar buiten om te zien dat het regende. Hij zuchtte, slenterde naar de deur en draaide het kaartje met ‘Open’ naar buiten.
The Avenger:
''Kom op, sneller!''
Rennen. Hijgen. Grijnzen die op gezichten zaten.
''Komop!''
Ze schreeuwden met gemengde gevoelens. Gevoelens van trots en ook angst.
Hij draaide zich om en pakte meteen een van zijn (keuken)werpmessen en wierp hem meteen weg.
Al snel begonnen meer zich om te draaien en de strijd aan te gaan.
Bloed begon de grond rood te kleuren.
Buk, uithalen, trap. Buk, opzij stappen en bijl opzij zwaaien. Bloed spoot in het rond en kleurde zowel de mensen als de zombies donkerrood.
Jerry :'' Komop! Komop!''
Hij keek uitdagend naar een twijfelende zombie en zwaaide met zijn houthakkersbijl. De zombie stoof op hem af en de bijl zoefde naar beneden.
Geschrokken werd hij omver geduwd en zag hij zijn leven voorbij flitsen. De zombie schreeuwde en viel boven op hem.
Vol met paniek begon Jerry hem weg te trappen en liet zijn bijl vallen. De zombie graaide naar een been en duwde hem weg.
Tranen begonnen zich te vormen en Jerry trok een grimas. Bloed bedekte zijn gezicht.
Hij sloot langzaam zijn ogen en haalde diep adem.
''Vieze vuile klootzak.''
Hij duwde de levenloze lichaam van zich af en keek rond. De overlevers hielpen de gewonden en andere raapte wapens op. Jerry pakte zijn bijl en onderzocht zijn lichaam.
Alleen wat krassen van de nagels, maar geen beten. Hij zuchtte en zocht naar de geworpen (keuken)werpmes die hij had gegooid.
De groep waarvan hij lid was, was een groep die zich actief aan het verzetten was tegen de zombie plaag. Ze hadden een kleine basis opgezet in Lower East Side. Tot nu toe hielden ze goed stand en jaagde ze met goede succes op de zombies, met alle wapens die ze konden verzamelen.
Alleen waren er maar twee uitkomsten als je besloot mee te gaan met de jachtgroep. Dood of Verloren.
Je werd als dood beschouwd als je langzaam aan het muteren was. Dat process kon alleen in gang worden gebracht mocht je worden gebeten en dan ook niet bestand zijn tegen de ''gif'' van de zombies. Spottend werd Verloren ook gewonnen beschouwd, want na iedere jacht zou je weer meedoen aan een volgende en daarna weer en weer. Je was dus uiteindelijk dood of werd een van hen.
Wat de meeste deden was simpel. Ze pakte een eenvoudige wapen en trokken erop uit om zoveel mogelijk van die gore dingen te doden voordat ze zelf werden gedood.
Jerry liep naar de lichaam van een persoon toe. Silly Yoe was zijn naam. Jerry wist dat het niet echt zijn naam was, maar Yoe had die niet willen noemen. Jerry had er toen niet lang over door gevraagd, maar daar had hij nu spijt van.
Hij onderzocht of Silly Yoe nog enige bruikbare wapens had en nam toen afscheid van hem.
Het was namelijk gevaarlijk om een lichaam mee te nemen en dan proberen te begraven. Hoewel die misselijke klootzakken niet goed konden zien konden ze verdomd goed ruiken.
Dat was ook de reden dat ze snel weg moesten, want anders zouden ze tegen een grote overmacht moeten vechten.
''Jerry, alles goed?''
Een meid van ongeveer 17 jaar kwam met een grijns naar hem toe. Ze had als wapen een jaagkruisboog.
Jerry glimlachte en knikte.
Jerry : ''Jup en met jouw?''
Liona : ''Redelijk.....Heb jij Silly gezien?''
Jerry : ''Dood....''
Liona : ''Oh, sorry..Ben je gebeten?''
Jerry schudde zijn hoofd. ''En dan zelfs heeft het weinig zin bij me.''
Liona stompte hem op zijn schouder. ''Je zegt dat alsof het slecht is.''
Jerry keek haar koeltjes aan. ''Je weet donders goed dat die klootzakken meer trek hebben in mensen zoals mij.''
Liona knipoogte. ''Ze vinden je een lekker ding.''
Jerry hield zijn lach in. ''Zijn zij de enige?''
Liona lachte en liep wat sneller verder.
Voordat Jerry verder wat kon zeggen kwam een oudere man naast hem lopen en klopte op zijn schouder.
George : ''Mate, goed werk net. Ben blij dat je nog heel ben!''
Jerry : ''Je plan heeft goed gewerkt, George.''
George grinnikte. ''Dat heeft het zeker. Niet te geloven dat ze ons zomaar volgde, na al die vallen die we klaar hadden gezet.''
Jerry : ''Wat gaan we doen?''
George : ''Voorlopig terug naar de basis en dan wil ik een kleine team naar een andere kamp sturen om misschien wat te handelen.''
Jerry gromde. ''Als iedereen nou hetzelfde deed als ons...''
George schudde zijn hoofd. ''We hebben hier al eerder over gehad Jerry....komop.''
Jome:
Steve was zijn hamer aan het opboenen toen de expeditie groep terugkeerde. Hij stak zijn hand op naar George die terug zwaaide, en ging weer verder met boenen. Hij pakte zijn bijna prehistorische zakradio op en zette iets op van vroeger. '' MP3's '' noemde ze het. Al snel galmde er een schel geluid door het rechter oortje. Het klonk een beetje alsof er iemand gewoon in stond te schreeuwen maar voor Steve was het het geluid van iemand die bij hem is. Want in deze wereld ben je vaak alleen. Hij stond op en zwiepte de zware hamer heen en weer alsof het speelgoed was. Hij stopte het wapen voldaan weg in een zelfgemaakte schede op zijn rug. Hij stapte dan maar op de '' briefing room '' af. Een hut gemaakt van golfmetaal dat meer leek op een WC. Maar het was genoeg. Voor hem stond Jerry, een van de meer ervaren mensen uit de groep die nu aanwezig was. Maar ondanks dat hij zo ervaren was, was Jerry nogal arrogant over het feit dat hij tot nu toe nooit gebeten was, wat volgens hem bewijs was dat hij immuun was. Steve was ooit gebeten maar had het overleefd, hoe het gebeurd was weet nog altijd niemand, maar hij overleefde het. Hijzelf was de hele tijd bewusteloos en kan er dus ook geen info over geven.
'' Zo Steve.. fijn dat jij er ook weer bent. ''
iTricked:
Shlomo sloeg de hand van het lichaam af, voordat hij de hamburger uit de handen rukte van de Italiaan, zo, deze gasten hadden 'm al genoeg problemen bezorgt, maar nu had hij wel wat te eten en een handwapen, Shlomo keek even rond voordat hij rustig naar de deur wandelde, hij keek even door het slot gaatje van de deur en zag dat hij gesloten was, shit, wat nu Shlomo, wat nu?!
Ik zak nu tegen de muur aan terwijl ik zeh Sneakahkillah vast hou, wat heb ik er nu nog aan? Misschien kan ik 'm ruilen ergens.. maar eerst hier uitkomen. ''Grosh-grosh.'' hoorde ik opeens buiten, ik voelde de koude wind langs de muur gaan, was er dan toch een opening in dit pand en dat was toch een.. zombie?
Zombies? Hier? Nee! Ik keek naar mijn prachtige diamant en vroeg hem terwijl de tranen in mijn gezicht sprongen. ''What now my pr-eecious, what now?!'' Geen antwoord, verdomme, nu moet ik gaan zoeken maar toen kwam ik op een geniaal idee..
Ik doorzocht nog een keer de zak van een van de maffiosi en ja hoor, daar voelde ik de ijzig kou van een sleutel, snel griste ik hem uit zijn zak en dook ik de boot in, sleutel d'r in en hoppa, draaien!
Daar begon 't al hoor, de motor ging al ronk-ronk, in Shlomo vaart voerde ik naar de hendel van de poort toe, die ik poogde naar beneden te trekken, met succes!
Maar ik vergat een ding, de zombie's hadden inmiddels de poort gehoord en doken massaal in het water, snel vaart maken en wegwezen!
Maar ze vormde al een blokkade net voor me schip, ik moest iets doen! Snel greep ik mijn roestige revolver en richtte op de grootste zombie van allemaal en nu haalde ik zacht de trekker over en stampte ik op het pedaal van de boot, het enige wat ik nog weet is dat ik weg ben!
Vicccard:
Carl zwoor bij regelmaat. Hij stond elke ochtend op 6:00 op. Hij maakte koffie(slechte, kurkdroge, nauwelijks opkrikkende prut, maar nog steeds, nét koffie) en liep zijn dagelijkse rondje, bij de 2 onderste verdiepingen. De verdediging was vrij simpel, maar effectief. Er waren twee trappenhuizen en 2 liften. Beide liften waren onderhand kapot gegaan en naar beneden gestort. Het ene trappenhuis was helemaal vrij tot de 38ste verdieping, waar met een grote kast had neergezet om de weg te blokkeren. Zo moesten 'aanvallers'(de naam zombies werd nog altijd vermeden) de hele 38ste verdieping afleggen naar het volgende trappenhuis, waarbij dit trucje werd herhaalt. De leider, een grijzende politieagent, genaamd Earl, met een snor waar je u tegen zei, had hem dit allemaal vol trots uitgelegd. Dat de verdediging al eens gefaald had, liet hij er uit. Er stond bewaking bij de trappenhuizen, gewapend met M16's en jachtgeweren.
Earl had hem echter wel uitgelegd dat de situatie langzaam maar zeker onhoudbaar werd. Ze zaten hier nu al een paar jaar vast, sinds de uitbraak. De groep was een paar keer gekrompen en gegroeid, en zat nu op zo'n 140 koppen. Ze hadden af en toe contact gehad met andere overlevenden. In het zuiden van de stad was een soort samenleving ontstaan, waarbij het leven al meer normaal werd. Hier deed men echter niet veel. En het eten raakte op. Ze leefde al tijden op conservenblikken, die de overheid zo veel had geleverd tijdens en na de oorlog. Hij besloot een uurtje te wachten en dan op hem af te stappen.
'Goeiemorgen Earl'
Een grommend geluid kwam terug
'Ik zou maar oppassen daarmee, ik heb m'n jongens bevel gegeven te schieten op alles wat gromt,' zei Carl met zijn gewoonlijke droge humor.
'Wat moet je?' klonk het nors terug. Earl stapte z'n bed uit, en wreef in zijn ogen. 'Het is verdomme tien voor zeven! 'S ochtends!'
Nu raakte Carls geduld een klein beetje op, en hij deed een stap naar voren. 'Je weet best wat ik wil. Zo kan het niet doorgaan! Er zijn kolonies in de stad met betere omstandigheden!
Earl reageerde net zo fel terug: 'Hou toch op! We hebben dit al besproken! We zitten hier al een jaar en...'
'Ja, een jaar! Maar hoelang hou je het nog vol? Misschien vriest de waterleiding wel dicht bij de volgende winter! En God weet hoelang we er nog water uithalen!'
Er kwam nog steeds water uit de kraan, maar dit werd al lang niet meer goed gefilterd en dus moesten ze het water koken voordat ze het gebruikte.
'We hebben voedsel voor twee, drie maanden. DIT IS EEN GODVERDOMME KANTOOR!'
Earl zei niks. Hij leek het tot zich op te nemen. 'Goed...Dus je wilt naar buiten? Iets 'beters' zoeken?' Hij zei dat woord met spot.
Carl zuchtte van verlichting. Eindelijk deed hij redelijk. 'Dat gebouw,' Hij wees uit het raam, naar een gebouw als een trap dat volledig uit glas leek te bestaan,' Ik ging daar als kind naartoe. De bovenste verdiepingen zijn parken. Kassen, met bomen en meer erin! De verdiepingen eronder zijn luxe appartementen. Er is ruimte voor zeker 2000 man! Het is perfect!'
Earl: 'Maar welke garantie, m'n beste Sergeant, kun je me geven dat het water of de elektriciteit daar niet opraakt?
Een brede grijns verscheen op Carls gezicht: 'Het is zelfvoorzienend. Het pikt regenwater op en een bovendien zitten er zonne-energie platen op. Niet genoeg voor 2000 man, nee. Maar voor 140 man? Zeker! HET IS PERFECT!.
Earl knikte. 'Oke...maar we hebben 2 problemen. 1. Hoe we er komen, en 2. die klote-dooien. Ze zitten er geheid in! Ga jij ze met 12 man afknallen?'
Carl lachte. 'Ik ga het proberen! Er staat een vrachtwagen een halve straat verder.
Ik pak jullie jeep, jij en je agentjes pakken de bus. Jullie laden alles in. Mensen eerst, daarna de spullen.'
'Goed, goed. Maar Carl...' Earl legde een hand op z'n schouder, 'Veeg het hele gebouw leeg. Oké? ik wil niet nog eens mensen verliezen...'. Hierna pakte hij zijn dienstpistool en riep de agenten bij hem.
Carl knikte en riep op zijn beurt zijn 12 soldaten bij hem. Hij vertelde ze wat ze gingen doen.
Hij spaarde ze niks en probeerde zijn nerveusheid te verbergen, al lukte dat nauwelijks.
Maar ze hadden er zin in. Time to kill some undead bastards
Navigation
[0] Message Index
[#] Next page
Go to full version