Carl zwoor bij regelmaat. Hij stond elke ochtend op 6:00 op. Hij maakte koffie(slechte, kurkdroge, nauwelijks opkrikkende prut, maar nog steeds, nét koffie) en liep zijn dagelijkse rondje, bij de 2 onderste verdiepingen. De verdediging was vrij simpel, maar effectief. Er waren twee trappenhuizen en 2 liften. Beide liften waren onderhand kapot gegaan en naar beneden gestort. Het ene trappenhuis was helemaal vrij tot de 38ste verdieping, waar met een grote kast had neergezet om de weg te blokkeren. Zo moesten 'aanvallers'(de naam zombies werd nog altijd vermeden) de hele 38ste verdieping afleggen naar het volgende trappenhuis, waarbij dit trucje werd herhaalt. De leider, een grijzende politieagent, genaamd Earl, met een snor waar je u tegen zei, had hem dit allemaal vol trots uitgelegd. Dat de verdediging al eens gefaald had, liet hij er uit. Er stond bewaking bij de trappenhuizen, gewapend met M16's en jachtgeweren.
Earl had hem echter wel uitgelegd dat de situatie langzaam maar zeker onhoudbaar werd. Ze zaten hier nu al een paar jaar vast, sinds de uitbraak. De groep was een paar keer gekrompen en gegroeid, en zat nu op zo'n 140 koppen. Ze hadden af en toe contact gehad met andere overlevenden. In het zuiden van de stad was een soort samenleving ontstaan, waarbij het leven al meer normaal werd. Hier deed men echter niet veel. En het eten raakte op. Ze leefde al tijden op conservenblikken, die de overheid zo veel had geleverd tijdens en na de oorlog. Hij besloot een uurtje te wachten en dan op hem af te stappen.
'Goeiemorgen Earl'
Een grommend geluid kwam terug
'Ik zou maar oppassen daarmee, ik heb m'n jongens bevel gegeven te schieten op alles wat gromt,' zei Carl met zijn gewoonlijke droge humor.
'Wat moet je?' klonk het nors terug. Earl stapte z'n bed uit, en wreef in zijn ogen. 'Het is verdomme tien voor zeven! 'S ochtends!'
Nu raakte Carls geduld een klein beetje op, en hij deed een stap naar voren. 'Je weet best wat ik wil. Zo kan het niet doorgaan! Er zijn kolonies in de stad met betere omstandigheden!
Earl reageerde net zo fel terug: 'Hou toch op! We hebben dit al besproken! We zitten hier al een jaar en...'
'Ja, een jaar! Maar hoelang hou je het nog vol? Misschien vriest de waterleiding wel dicht bij de volgende winter! En God weet hoelang we er nog water uithalen!'
Er kwam nog steeds water uit de kraan, maar dit werd al lang niet meer goed gefilterd en dus moesten ze het water koken voordat ze het gebruikte.
'We hebben voedsel voor twee, drie maanden. DIT IS EEN GODVERDOMME KANTOOR!'
Earl zei niks. Hij leek het tot zich op te nemen. 'Goed...Dus je wilt naar buiten? Iets 'beters' zoeken?' Hij zei dat woord met spot.
Carl zuchtte van verlichting. Eindelijk deed hij redelijk. 'Dat gebouw,' Hij wees uit het raam, naar een gebouw als een trap dat volledig uit glas leek te bestaan,' Ik ging daar als kind naartoe. De bovenste verdiepingen zijn parken. Kassen, met bomen en meer erin! De verdiepingen eronder zijn luxe appartementen. Er is ruimte voor zeker 2000 man! Het is perfect!'
Earl: 'Maar welke garantie, m'n beste Sergeant, kun je me geven dat het water of de elektriciteit daar niet opraakt?
Een brede grijns verscheen op Carls gezicht: 'Het is zelfvoorzienend. Het pikt regenwater op en een bovendien zitten er zonne-energie platen op. Niet genoeg voor 2000 man, nee. Maar voor 140 man? Zeker! HET IS PERFECT!.
Earl knikte. 'Oke...maar we hebben 2 problemen. 1. Hoe we er komen, en 2. die klote-dooien. Ze zitten er geheid in! Ga jij ze met 12 man afknallen?'
Carl lachte. 'Ik ga het proberen! Er staat een vrachtwagen een halve straat verder.
Ik pak jullie jeep, jij en je agentjes pakken de bus. Jullie laden alles in. Mensen eerst, daarna de spullen.'
'Goed, goed. Maar Carl...' Earl legde een hand op z'n schouder, 'Veeg het hele gebouw leeg. Oké? ik wil niet nog eens mensen verliezen...'. Hierna pakte hij zijn dienstpistool en riep de agenten bij hem.
Carl knikte en riep op zijn beurt zijn 12 soldaten bij hem. Hij vertelde ze wat ze gingen doen.
Hij spaarde ze niks en probeerde zijn nerveusheid te verbergen, al lukte dat nauwelijks.
Maar ze hadden er zin in. Time to kill some undead bastards