Non-English Forums > Rollenspellen

The story of The Heroes

(1/24) > >>

The Avenger:
Artos keek grimmig. Zijn hand ruste op de brede slagzwaard die aan zijn linkerheup hing. Zijn andere hand streek de leren vest van zeer goede kwaliteit en hij wierp een blik achterom.
Daar stonden ze dan. De mannen die hij moest leiden, ze waren goed gedrild en redelijk bewapend en ook redelijk uitgerust met een lichte malienkolder, metalen helm, een zwaard die een legionare droeg, een best groot schild. Ze stonden in een dichte formatie en Artos zuchtte. Hij wierp een blik opzij en zag dat in de gehele voorste lijn niemand bewoog. Ook bij de andere troepen bleef het dodelijk stil en gespannen. Soms kuchte iemand of keek iemand achterom of naar iemand die naast hun stond.

Artos keek omhoog naar de lucht en zag een vogel. Vaak genoeg had hij zich voorgesteld hoe het was, de vrijheid en de mogelijkheid om te vliegen waar je maar heen kon. Anderzijds dacht hij nu eraan hoe handig het zou kunnen zijn in een veldslag. Je vijand eerder aan zien komen en daarop een strategie uitzetten. Hij zuchte en deed de metalen helm op die de gewone legionar ook droeg.
Deze dag zou hij strijden zij aan zij met de Aralse strijdmacht die hadden uitgevonden van een uitval vanuit Saeron. Hij wierp nogmaals een blik op de troepen die hem aangewezen waren. De vaandeldrager en co-kapitein stonden rechts van de groep troepen. Toen hij weer voor zich keek verkilde zijn hart.

De laaiende stofwolken hadden maar één betekenis en dat was de aankondiging van zijn vijand. De greep op de gevest van zijn slagzwaard werd strakker en gespanner. Hij liet het gevest los en bromde. In tegenstelling tot de meeste mensen van Aral en de andere landen die in het Licht geloofde, geloofde Artos er weinig van. Hij had altijd meer intresse gehad in de sage's van de Noorden en de mythes die de mensen van Redesh altijd vertelde.
Hij had weinig vetrouwen in het goddelijke, op de veld des doods had je maar één ding dat je kon helpen en dat was je eigen lichaam. Kon dat je niet op tijd helpen, dan was je gedoemd en zou je sneuvelen.
Echter wist hij wel dat je soms kon rekenen dat je kameraden en medestrijders aan je zij had waarop je kon bouwen, maar die konden niet altijd voor je zijn. Je moet altijd eerst voor jezelf zorgen, een regel die de basis is geweest van de man die de naam Artos draagt.

Toen de troepen van Saeron zichtbaar werden klonk een hoorn en klonk er een mars van honderden mannen. De boogschutters stelde zich op in een losse linie achter de legionares. De ruiterij begonnen aan hun formatie aan de weerzijdes van de legionare lijn.
Artos grijnsde breed, want hij zou een troep leiden die erg vlakbij de center van de lijn zat. Er zou dus geen gebrek aan Saeronaanse klootzakken zijn voor hem.

Artos draaide zich om en brulde : ''Schilden!''
De schilden van zijn troepen gingen meteen actief omhoog en ze trokken hun zwaarden. Overal begonnen de legionares van Aral hun schilden op te heffen en hun zwaarden te trekken. De troepen met speren stonden achter de formaties van de ruiterij, want de Saeronse legermacht had nooit zoveel ruiters, maar meestal een grote horde van lichte voetsoldaten en boogschutters en soms wat ruiters of van die grote lelijke beesten met enorme slachttanden en een rare voorarm, die boven hun mond hing (een olifant).
Dit was gewoon een slechte aanval, je zou het beste kunnen beschrijven dat het een verveelde actie was en dat Saeron gewoon wou laten zien dat het Aral helemaal niet goed gezind was.

Artos draaide zich om en liep naar de soldaten die onder zijn leiding waren. De vijand kwam dichterbij en al snel leek het alsof ze in een dwaze bui recht op hen af kwam stormen. Artos wist wel beter, maar het intresseerde hem weinig. Hij zou de troep leiden en ervoor zorgen dat zijn bloeddorst naar Saeronaanse bloed gelest zou worden vandaag.

Al snel klonken de hoorns en vlogen de pijlen van beiden kanten heen en weer. Soldaten van beiden kanten gilden of kreunden het uit wanneer ze geraakt werden door een projectiel en sommige bleven zelfs vloekend overeind staan. Een soldaat naast Artos werd recht in zijn oog geraakt en viel zonder enige keelgeluid recht achterover.
Artos vloekte en pakte snel de schild van de man en wist die net op tijd omhoog te heffen om een pijl tegen te houden. Hij trok zijn slagzwaard en wees naar de vijand terwijl hij een aanvalskreet slaakte.

De legionares stormde op de vijand af en de linies botste. Stof laaide op terwijl armen, benen werden afgehakt en lichamen werden doorkliefd door speren, zwaarden en pijlen. Schilden werden uit handen geslagen of versplinterd en mannen vloekte en vochten verbeten tegen hun gehate vijand.
Artos bukte en hakte met een felle uithaal een been van een Saeronaanse soldaat eraf. De man viel op zijn rug en schreeuwde het uit. Artos spuugde op de man en stak hem snel in de keel. Hij keek woedend op toen een andere hem van de zijkant wou bestormen. Hij haalde uit met zijn zwaard en zijn tegenstandere pareerde de slag met zijn tweehandige bijl. Vervolgens wou die weer uithalen maar Artos been schopte de man achteruit en voordat de man was bijgekomen werd hij in zijn borst doorboord door een legionares zwaard. De man viel voorover terwijl de legionare die hem neer had gestoken grijnsden en vervolgens zich moest verdedigen tegenover een andere Saeronaanse aanvaller.

Een uur later kwamen de kraaien en aten van de doden.
Artos schudde zijn hoofd en beek de soldaat die de vaandel vast hield in de troep die hij moest leiden. Zijn naam was Victor en hij was een goede vriend van Artos sinds die de contract had aangenomen.

Victor gebaarde naar de slagveld. ''Het is een goede dag gebleken voor de aaseters en voor de volgelingen van Aral.''
Artos snoof en keek weer waar mannen bezig waren om de doden te sorteren. ''Ik moet nog zien of het nog een goede dag word. Jij weet net zo goed als ik dat je die aanval amper wat kan noemen. Er zijn inderdaad wat dappere soldaten gesneuveld, maar dat hoort nou eenmaal bij.''
Victor schudde zijn hoofd. ''Het is beter om op je voeten te sterven dan op je knieën te moeten leven.''
Artos stond op en ging recht tegenover Victor staan. Hij stond zo dichtbij dat Victor zijn adem op zijn wang kon voelen.
''Je begrijpt het verkeerd, het is beter om op je voeten te leven dan op je knieën te sterven.''

Daarna liep hij weg richting de plek waar de Aralse strijdmacht haar kamp voor de nacht zou opslaan.

Jome:
'' Stomme idioten .. haha, ze trapte er volledig in. Die mannen die we op ze af stuurden waren grotendeels slaven die hoopten het te overleven en dan hun vrijheid te winnen .. '' Sirish kakelde. Enkele kale mannen in rijke outfits lachten met hem mee. Het waren net poppen die achterlijke kerels .. ze deden alles wat hij zei .. glimlachten erbij .. maar geen van allen waren ze zo mans genoeg om hem te zeggen wat ze echt van hem vonden .. Sirish wist het. Hij liep naar buiten, buiten de tempel waar de zon scheen en het water uit de fonteinen spoot .. hij liep door de poort en keek uit over de stad. Er was letterlijk een grens te zien tussen arm en rijk .. hoe verder je keek hij grijs/bruiner de huizen werden .. gelukkig hoefde hij daar nu niet meer doorheen te lopen elke ochtend. Hij liep terug naar binnen en hij riep enkele slaven tot zich. '' Haal mijn mantel .. ik ga een wandeling maken. En jij daar! Haal mijn wachters. '' Snel rende de slaven weg en niet veel later was Sirish gekleed en bewaakt voor een wandeling.

Jezze:
Igno kijkt met een kritische blik naar de man die tegenover hem zit, zijn naam was Rommer en hij was op zoek naar een lening, schijnbaar een hele grote lening, dat stond hij op het punt te vragen. Gelukkig voor hem wist hij dat Rommer een goede zakenman was, hij werkte al lang voor een partner van hem, dus Igno had het één en ander gehoord van hem, maar nu wou hij voor zichzelf beginnen, en daar voor had hij geld nodig.

Rommer: "Kijk mijnheer, ik heb zeker 10.000 nodig als startbedrag, mocht u mij deze lenen, dan kan ik u garanderen op een terugbetaling binnen een jaar."

Rommer zag er kalm uit. Hij vertelde zijn verhaal rustig, alsof hij het van voor naar achter kende. Igno hoorde zijn verhaal verder aan.

Rommer: "Als ik alles draaiend heb, kan ik rekenen op de steun van anderen, de mijners hebben al toegezegd, ik heb al afspraken kunnen maken met de smeden, dus mijn kosten zijn al laag, en..."

Igno onderbreekt hem.

Igno: "Kijk, als je eenmaal in de kanonnen handel stapt, dan moet je zeker weten dat je de competitie aankan. Het meeste word aangeboden door Fidel's smelterijen, hij is de hofleverancier, de hele marine koopt van hem. Voor de rest, zijn er bijna geen klanten. Dus, wat jij wil, is de marine overtuigen dat ze je jouw kanonnen willen hebben.  En waarop denk je dat de marine dat baseert?"

Rommer denkt eens na, : "Prijs?"

Igno roept uit: "FOUT! Nee, voor de marine is het belangrijk dat een kanon kracht heeft, zware projectielen kan afvuren en mobiel is. Wij hebben de beste marine van de wereld, en dat willen we zo houden, niet waar? Dus, als ik jouw was, zou ik me meer richten om betere kanonnen te maken dan Fidel, overtuig de marine dat ze jouw kanonnen willen hebben en dan ben je bijna binnen."

Rommer: "Bijna?"
Igno: "Ja, bijna, denk je dat Fidel stil blijft zitten en een nieuwkomer zijn markt over laat nemen? Nee, hij zal alles inzetten om van je af te komen. En omdat te voorkomen heb je serieuze ondersteuning nodig. "

Igno zucht eens. "Kijk, jij hebt dus iemand nodig die kanonnen kan maken als geen ander. Ik kan je hiermee helpen, maar, dan wil ik mede-eigenaar worden van jouw kanonnengieterij. Ik zal er kapitaal insteken om het van de grond te krijgen en mannetjes erop zetten om de boeken te laten kloppen. Maar ik wil dat dit geheim blijft. Geen lid van de marine of de stadsraad mag hiervan weten."

Rommer: "Waarom niet?"

Igno: "Ik heb zo mijn redenen. Jij geeft mij de helft van je winst en ik help je opbouwen en onderhouden. Je kan contacten van mij gebruiken om contracten af te sluiten en afspraken te maken. Maar, mocht er iets uitlekken naar buiten, dan houd ik jouw verantwoordelijk en dan neem ik elke cent terug die ik er maar heb ingestoken, inclusief jouw goud. Ben ik duidelijk?"

Rommer kijkt een beetje angstig naar Igno, die nu al staat en dreigend naar hem kijkt. Rommer knikt. "Ok, ik ga akkoord."

Igno begint te lachen. "Haha, mooi man! Nou, laten we maar meteen van start gaan dan. PHILIP!"

En wat oudere man komt binnen lopen, hij is waarschijnlijk net in de vroege 50. "Philip, deze man hier gaat de grootste kanonnen producent van het land worden!"

Philip knikt alleen. "Jij zal mijn zaken waarnemen voor mij bij hem. Wij zullen meedelen in zijn winst, in ruil daarvoor steunen wij hem met geld. Maar eerst heeft hij wat hulp nodig met het maken van kanonnen, ken je de gietmeester Pjotr?"

Philip: "Aye, die ouwe die net met pensioen is gegaan van Fidel. Hij is nodig neem ik aan?"

Igno knikt: "Klopt, wij hebben hem nodig als wij Fidel willen verslaan met zijn kanonnen. Pjotr kent elk geheim van Fidel en ik heb ook begrepen dat hij niet al te vrolijk wegging van Fidel. Dat gaan we gebruiken. Jullie twee brengen hem aan boord. Ik zal zorgen dat we geld vrijmaken voor een pand en arbeiders."

Philip knikt. Igno wou net de kamer uit lopen, maar draait zich nog snel om naar Rommer, "Oh ja, één ding, als je ons belazert, zullen we je afschieten in één van je eigen kanonnen. Maar dat had je natuurlijk allang door."

Rommer slikt, "Ja mijnheer, ik weet dat ik dat niet moet doen."

Igno: "Mooi! Slimme vent ben je ook! Nu, gaan jullie die ouwe over halen, ik heb genoeg werk te doen voordat we beginnen met kanonnen maken! Philip, breng vanavond rapport uit over de ontwikkelingen. Ik wil dit allemaal snel geregeld hebben. Nu, foetsie!"

Philip en Rommer verlieten de kamer. Igno nam nog een slok wijn en begon in zichzelf te denken. De kamer waarin ze stonden was de kamer die hij altijd gebruikte om zaken te bespreken. Hij was ruim, netjes ingericht met tapijten en een aantal schilderijen en had een grote haard in de hoek. Igno had een landhuis, niet al te ver uit de stad, maar wel langs de zee. Hij was dol op de zee, als iets hem wel gerust kon stellen, dan was het wel de zee. Igno riep nog iemand bij hem.

Igno: "Pui! Kom eens!"

Pui kwam de kamer bijna binnen rennen. "Wat is er Igno?" Pui en Philip waren zijn oudere maten uit de marine, die nog steeds voor hem werkten.

Igno: "Hoe staat het met de contacten in Catinci? Al nieuws?"
Pui: "Ja, ik kreeg vanochtend bericht dat de eerste voorbereidingen al getroffen zijn. De eerste transporten zijn al aangekomen en opgeslagen. Er waren wat probleempjes met de havenmeesters, maar dat is tactvol opgelost. Als het goed is, is Marry bezig met het zoeken naar wat investeringsmogelijkheden. Dus alles loopt goed tot nu toe."

Igno knikt, lacht en neemt nog een slok wijn. "Mooi, zeer mooi. Met geluk zijn we binnen 2 maand daar opgezet en wel."

The Avenger:
Artos keek op. Victor kwam naar hem toegelopen en knikte. Artos knikte ook naar hem en nam een slok water uit een kan.

Victor ging tegenover hem zitten en zuchtte. Artos fronste, maar zei niks.

Victor : ''Het duurt niet lang meer of je contract loopt af, of wel soms?''
Artos haalde zijn schouders op. ''Zover ik weet wel, maar denk dat ze me gaan vragen of ik het wil verlengen. Dat is het mooie van mijn vak, ik kan overal bijna werk vinden.''
Victor lachte en schudde zijn hoofd. ''Waar kan je dan nog meer werk vinden?''
Artos dacht even na en haalde zijn schouders op. ''Simpel, de stadstaten van Gilan voeren altijd onderling strijd, dus daar geen gebrek aan werk voor een huurling. Dan nog altijd Yarkun, Arkis of Aral die tegen Saeron vechten. Of misschien is er zelfs werk in Irlea voor me, ik zie wel waar ik terrecht kom.''

Victor knikte en keek in de vuur en terwijl de twee stil waren klonk er toch overal geluiden om hen heen. De legertje was een van de vele die de grens met Saeron moest beschermen. Deze legertje was oorspronkelijk gestationeerd in de grote stad van Minard. Artos had een contract aangenomen als gewone huurling. Echter toen men hoorde van zijn vorige contracten en zagen dat hij beter was dan een gemiddelde huurling, kreeg hij zelfs de commando over een troep soldaten.

Artos mocht Victor eigenlijk wel en zou het jammer vinden om niet meer aan zijn zij te mogen vechten. In Aral geld namelijk dienstplicht, gezien de constante dreiging van Saeron en de mogelijke dreiging van Redesh en de invallen van Noormannen die soms ergens in het noorden van Aral wat plunderde, ondanks dat er toch aardig wat in de leger van Aral dienst doet als huurlingen. Toch was Artos niet van plan zijn contract te verlengen, maar dat was niet omdat hij er geen zin in had. De Aralse leger was een van de beste van de gehele wereld.
Ze waren altijd zwaar getraind en meestal met zeer goede kwaliteit bewapend en uitgerust. Ter land behaalde ze bijna altijd grote overwinningen, hoewel ze ter zee altijd verloren van de vloten van Redesh en Irlea.

Artos keek Victor aan en fronste. ''Hoelang duurt je dienst nog?''
Victor dacht na. ''Nog zo een jaartje. Ik heb al bijna 10 jaar gediend...Soms vraag ik me af hoe ik het voor elkaar heb gekregen, maar op zich heb ik altijd kunnen rekenen op gekken zoals jij.''
Artos moest glimlachen. Victor keek hem vragen aan. ''En hoelang ben jij al een huurling?''
''Te lang, mijn vriend.''
''Ga je daarom niet je contract verlengen? Want ik denk dat je een zeer succesvolle loopbaan kan krijgen in de Aralse leger!''
Artos lachte en keek rond. Zelfs op deze late tijdstip werkte nog altijd mannen aan hun uitrustingen en wapens.
Artos keek weer naar Victor. ''Ik ga me eigen weg, maar misschien kruissen onze wegen elkaar nog.''
Victor glimlachte en schudde zijn hand. ''Dat hoop ik echt, dat hoop ik echt!''

The Avenger:
Artos liep naar zuchtend naar de deur. De hele ochtend had hij op een paard gereden naar Minard. Daar zou hem worden gevraagd of hij zijn contract zou willen verlengen, iets waar Artos niet echt geintresseerd in was.

Hij werd binnen gelaten en kwam een ruimte binnen waar het licht goed binnen viel en best leuk ingericht was. Bij een ronde tafel zaten wat oudere mannen erom heen. Eentje gebaarde dat Artos erbij moest komen zitten. Die zwijgend wat hem gevraagd werd en zweeg. Het bleef een tijdje stil en iemand schraapte zijn keel.

Commadant 1 keek Artos glimlachend aan. ''Zo, Artos. Het blijkt dat je goed werk heb vericht. Veel mannen zijn blij met je werk en we vroegen ons af of...''
Artos schudde zijn hoofd. '' Nee bedankt, ik zou graag me laatste loon willen krijgen en dan weer op de weg willen zijn.''
Commadant 2 fronste. ''Hoe bedoel je? Wil je niet langer je vaderland dienen?''
Artos snoof. ''Mijn vaderland? Zover ik weet heb ik er geen. Waar was mijn ''vaderland'' toen ik hem nodig had als slaaf in een Saeronse mijn?''
Commadant 3 keek geshockt. ''Bij de Heilige..''
Artos keek hem vernietigend aan. ''Begin me daar ook niet over, tot zover zie ik ook niet in waarom ik daarin ook in zou moeten geloven.''
Commadant 1 hefte zijn hand en keek streng naar Artos. ''Rustig aan, hier is je laatste loon en we zullen je laten gaan als je dat wilt. Toch wil ik niet zulke beledigingen horen over het Heilige Geloof!''
Artos knikte en pakte de geldbuidel aan en stopte het weg. ''Dan dank ik u,  mijne heren en dan zal ik u verder de beste wensen met de oorlog.''

Hij stond op en liep naar de deur en telde tot drie. Precies op de drie zuchte hij. Een van de mannen was opgestaan en riep hem bij zijn naam.

Commadant 2 : ''En waar je ga je dan nu heen?''
Artos haalde zijn schouders op. ''Misschien naar Arkis, ik hoor dat ze daar veel meer betalen dan hier. Of misschien zelfs naar Ruha, blijkt daar altijd mooi weer te zijn.''
Commadant 2 : En hoe weten of u ons niet verraad aan Saeron?''
Artos : ''Omdat ik liefst elke machthebber in Saeron zie hangen en dat ik ze dan mag zien stikken, daarom!''

Met deze woorden liep hij de kamer uit en smeet de deur achter zich dicht. Eenmaal hij de stad uit was zuchtte hij. Terwijl hij zijn paard liet stil staan pakte hij een kaart en bekeek die aandachtig.
Om naar de stadstaat van Veona te komen moest hij richting Thenos en eenmaal daar zou hij regelrecht naar Veona kunnen komen.

Hij glimachte terwijl hij bezig was de kaart weer weg te stoppen. Hij vetrok richting Veona, omdat hij daar een hele goede kennis had zitten die hem had overgehaald om geld te investeren in een nieuwe uitvinding van hem. Hoewel Artos wist dat de man vaak last had van de rare gewoonte om iets nooit af te maken waarmee hij eenmaal begon. Toch vond Artos hem een hele goede gast en hoopte dat de uitvinding, die volgens zijn vriend hem ook goed van pas kon komen, af zou komen.

Hij spoorde zijn paard aan en reed richting Thenos.

Navigation

[0] Message Index

[#] Next page

Go to full version